Op dit Amsterdamse waddeneiland barst het nog van de scholeksters

Zand stuift over IJburg zoals het stuift over een Noordzeestrand: laag bij de grond zodat het zeer doet aan de enkels....

Zondag: zijn dochter is 2 geworden en huppelt over bouwland, zijn vrouw is bevallen van een zoon die nu in een wandelwagen ligt. Het eerste dat zijn zoon van de buitenwereld ziet is een bulldozer, een doelloze lantaarnpaal en een blauwe hemel bespikkeld met kleine zwarte wolken, een stormhemel zoals die alleen te zien is op septemberdagen boven zee.

Hij wandelt met zijn gezin de straat uit en denkt: een zoon, een dochter, een vrouw, twee auto's en een nieuwbouwhuis ooit had hij afgesproken nooit zo te worden, alleen voor avontuur te leven maar hij heeft dit zelf gedaan en is dat nu zo erg? Hij zou ver weg gaan wonen, op Terschelling of op Marken, in elk geval een plek met wind en zand en boten en bespikkelde wolkenluchten waar het gehijg van de stad je kop uitwaait, waar de stad niet meer best.

Nu vindt hij zichzelf in dit decor terug: onaffe bouwsels van beton, tuintjes zo klein dat zijn plattelandsvrienden erom grinniken moeten maar het voelt vertrouwd.

Buren fietsen langs, ze hebben hun kinderen vastgebonden op voor-en achterzitjes en worstelen tegen de wind, een eindje om gaan ze, kijken naar de storm en naar de vorderingen van de bouwbedrijven. Ze hebben nog steeds het gevoel in een vakantiehuis te wonen, tussen zoveel tijdelijkheid. Een van de buren zegt dat het idyllisch is, hier wonen. Dat woord blijft hangen in zijn hoofd: idyllisch. Dat past niet bij een Vinex-wijk, maar hij begrijpt wel wat zijn buurman bedoelt.

Maandag: hij fietst terug van kantoor en op de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal slaat de deur naar de stad dicht; de stank, het gedrang, de brutaliteit verdwijnt en plotseling is het zicht weer helder.

Hij fietst door het park, waar geen bomen mogen groeien omdat het een afgedekte vuilstort is en dat daardoor het aanzien van een waddeneiland heeft gekregen: plat, laagbegroeid en doorsneden met fietspaden. Het v als een waddeneiland en IJburg ligt erbij als West-Terschelling: dorp in zee.

Het barst nog van de scholeksters, ganzen maken proefvluchten voor de trek hier vliegen in de herfst e trekvogels over die je maar wensen kunt, had Martin Melchers gezegd, de stadsecoloog die wildenthousiast had verteld over de vossen, de plevieren, de ringslangen en het doorschijnend kroos. Hij komt al dertig jaar in dit gebied. Jullie wonen, zei hij, midden in bijzondere natuur. Straks is het herfst en ga dan maar gewoon voor je huis op straat staan met een vogelboek.

Martin Melchers heeft zijn zorgen: het was geen best slangenjaar en of er ooit nog een bruine kiekendief komt broeden in het park is maar de vraag. Niet ver van IJburg stond een oude, vreemdgevormde wilg waarvoor hij een tekstplaatje heeft laten maken: 'De verzetswilg, weerbarstige groeivorm als symbolisch verzet tegen de oprukkende stad.' De wilg is dood, bouwmannen hebben zijn arm eraf gezaagd maar Melchers heeft verse wilgenscheuten op de dode boom ge en de eerste groene takjes laten zich weer zien.

Het is niet erg. Het is dinsdag drie uur 's nachts en de baby huilt en door het slaapkamerraam ziet hij ineens het Paard van Marken, een knipperlicht op het vlakke Markermeer. Langs de boeienlijn naar Lelystad zeilt een zeilschip en morgen gaat hij met zijn dochter vossen zoeken in het park.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden