Op deze school heerste rechts-radicalisme. Nu leerlingen naar Auschwitz gaan, leren ze anders te kijken

'Hoe heb ik me zo kunnen vergissen'

Dat hun leerlingen racistische ideeën hebben, houden de meeste scholen liever stil. Slecht voor het imago. Het Helicon VMBO uit Nijmegen, waar veel rechts-radicalisme heerste, is er juist heel open over en reist onder meer met leerlingen naar Auschwitz. Die aanpak werkt. 'Hoe heb ik me zo kunnen vergissen.'

Leerlingen van het Helicon VMBO uit Nijmegen krijgen uitleg in het voormalige concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Het bezoek maakt deel uit van een werkweek waaraan ze vrijwillig deelnemen. Tweede van rechts is Denny. Foto Marlena Waldthausen

Denny (15) steekt zijn handen in zijn zakken en glimlacht een beetje ongemakkelijk. Hij weet dat wat hij te zeggen heeft verkeerd over kan komen. Zeker hier, tijdens deze door school georganiseerde werkweek over racisme en respect. Hier, in de Poolse plaats Oswiecim - Auschwitz, voor de rest van de wereld.

De scholier is een paar dagen geleden met de trein naar Polen gekomen, samen met negentien andere leerlingen van het Helicon VMBO in Nijmegen. Morgen gaan ze naar concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. Vandaag staan er oefeningen en groepsdiscussies over thema's als 'identiteit' en 'discriminatie' op het programma.

Er zijn drie leraren mee en twee in diversiteit gespecialiseerde trainers die de week leiden. Voor deze oefening zijn ze met z'n allen naar buiten gegaan, naar het grasveldje voor de slaapboerderij waar ze verblijven. De leerlingen krijgen vragen voorgelegd. 'Hoe vind je het als iemand in een andere taal tegen je praat?', vraagt de trainer.

Denny trapt tegen een graspol. 'Het klinkt misschien racistisch', zegt hij. 'Maar ik vind het echt heel kut als mensen geen Nederlands praten. Dat heb je vooral met Turken en Marokkanen, die willen gewoon niet.' Met zijn lange benen torent de scholier boven de rest van de groep uit. Hij kijkt om zich heen, naar het keurig aangeharkte gazon, door bloemperken omlijst. 'Kijk, dat ze hier Pools praten, dat is oké. Maar als deze mensen naar Nederland komen, dan denk ik: gast, leer gewoon fucking Nederlands. '

'Wat kun je doen tegen racisme?', vraagt de trainer.

Denny: 'Laten we eerlijk zijn: niemand doet er iets aan. Het enige wat je kunt doen is klappen geven.'

Portret van Hitler

Hoe ga je om met leerlingen met racistische denkbeelden? Het Helicon in Nijmegen werd ruim tien jaar geleden met die vraag geconfronteerd toen een groeiende groep leerlingen er extreemrechtse sympathieën op na bleek te houden.

De school haalde er het landelijke nieuws mee. In het programma Premtime vertelden Lonsdale-jongeren in de schoolkantine over hun 'nationaal-socialistische droom': Nederland vrij van buitenlanders. Sommige scholieren hadden de eed van trouw aan de Führer afgelegd. Eén jongen liet trots het portret van Hitler zien dat hij op zijn slaapkamer had hangen. 'Toch een groot man in onze wereld.'

Sindsdien stuurt de school elk jaar een groep leerlingen met de trein naar de Poolse plaats Auschwitz. Daar krijgen de jongeren een week lang diversiteitstraining. Een bezoek aan het voormalig concentratiekamp moet de boodschap laten beklijven. Terug op school geven de leerlingen, zelf derdejaars, vervolgens lessen over racisme en respect aan jongere klassen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De leerlingen luisteren naar het verhaal van de gids. Foto Marlena Waldthausen

Zwart-wit denken

De werkweek in Polen is vrijwillig, de leerlingen geven zichzelf op met een motivatiebrief. Elk jaar zijn er meer aanmeldingen dan plekken. De meesten willen mee omdat ze van ouderejaars hebben gehoord dat dit het hoogtepunt van vier jaar school moet zijn. Je gaat op reis en maakt vrienden. Sommigen gaan mee omdat ze iets aan discriminatie of pesten willen doen, of omdat ze er zelf mee te maken hebben gehad.

En dan is er de groep waarvan leraren hopen dat ze tot hen door weten te dringen deze week. Jongens en meisjes die harde taal uitslaan over wat anders en in de minderheid is: vluchtelingen, Nederlands met een migratieachtergrond, homo's. Stuk voor stuk zijn het leuke leerlingen, benadrukken de docenten, maar ze denken erg zwart-wit. Leerlingen zoals Denny.

Denny schudt zijn hoofd en begint te lachen. Voor hem brengt een groepje meisjes luidkeels hun favoriete YouTubeclipje ten gehore: een parodie op de begintune van tekenfilm Barbapapa. In plaats van de pastelkleurige figuurtjes speelt 'familie shoarma' de hoofdrol. 'Kom op bezoek bij shoarmapapa', zingen de meisjes met vet Turks accent ''t is altijd druk.'

Als het aan de leerlingen lag, werd dit liedje de titelsong van de film die over deze reis gemaakt wordt. Maar de docenten vinden dat toch geen goed idee. 'Met z'n negenen in kamertje negenhoog-achter', klinkt het. 'Maar met tv.'

Het loopt tegen het eind van de middag en de tieners hebben een kwartier pauze. Zoals altijd zijn de meesten op de slaapkamer van de jongens te vinden. Het is de kamer waar het de grootste puinhoop is. De grond ligt bezaaid met kleren en zakken koek en snoep, gekocht bij het winkeltje in de buurt.

Denny ligt languit op bed, zijn bruine haar door de war, een grote zak kaas-uienchips op schoot. Zonet, na de oefening op het grasveld, heeft hij uitgebreider met de groep gedeeld hoe hij over buitenlanders denkt. De trainers waren een groepsdiscussie over vooroordelen begonnen. 'Als ik door het park loop en ik zie allemaal Turken en Marokkanen met van die nektasjes en badslippers, dan loop ik toch liever om', had Freek (14) gezegd. Naast hem knikte Denny begripvol. 'Ik let altijd goed op m'n spullen als ik zo'n groep zie. Die lui zoeken vaak ruzie.'

Net als meer leerlingen heeft de scholier het niet zo op buitenlanders. Het zijn toch vaak onbetrouwbare types, vindt Denny. Kijk maar naar Opsporing verzocht: negen van de tien keer is het een buitenlander.

Geen vakantie

'Shoarma papa, shoarma mama, shoarma opa, shoarma oma, shoarma neefje, shoarma Fatma, shoarma Mo, shoarma met', zingen de meisjes. Denny grinnikt. Het liedje is bijna afgelopen. De tieners stoten elkaar aan: nu komt het grappigste stukje: 'Shit, politzie.'

Het is geen vakantie, deze week in Polen. De scholieren maken soms lesdagen van negen uur 's morgens tot negen uur 's avonds. Ze moeten veel stilzitten en luisteren, niet de sterkste kant van de meesten hier. Terug in Nederland wacht hun nog een volle trainingsweek om hen voor te bereiden op de lessen die ze zelf gaan geven. Het huiswerk dat ze in de tussentijd mislopen, moet worden ingehaald.

De trainingen die de jongeren krijgen, draaien deels om het overbrengen van kennis: wat betekent xenofobie, wat is genocide? Maar vaker gaat het over de leerlingen zelf. Hoe zien ze zichzelf? Hoe kijken ze naar elkaar?

Een leerling kijkt door het raam van een barak. Foto Marlena Waldthausen

Persoonlijke verhalen

Op een van de eerste avonden in Polen komen alle leerlingen in een kring bijeen rond het kampvuur. Iedereen heeft een persoonlijk voorwerp meegenomen: een NEC-sjaal, een knuffel van vroeger, een kettinkje met een hoefijzer eraan. Om de beurt vertellen de scholieren waarom juist dit voorwerp zoveel voor ze betekent.

Het is het programma-onderdeel dat vaak het meest indruk maakt. Dit jaar wordt de bijeenkomst loodzwaar. Leerlingen vertellen over overleden ooms en tantes, over een ziek broertje. Aan het eind van de avond zijn bijna alle ogen rood. Ian (15), een van de stoerste jongens van de groep, moet een paar keer weglopen om rustig te worden. Vechtend tegen de tranen vertelt hij over zijn opa die eerder dit jaar is overleden. Dat hij hem mist.

Norah (14) heeft een hartvormig fotolijstje meegenomen met een foto van haar overleden moeder. Dat laat ze rondgaan. 'Wat is je leukste herinnering aan haar?', vraagt Denny. Zelf heeft hij ook een foto van zijn moeder meegenomen. Ze overleed toen hij 7 was. Daarna kwam er ruzie in de familie en daarom heeft hij nu bijna geen spullen meer van zijn moeder. Met zachte stem: 'Maar deze foto heb ik wel.'

Dat Denny mee is op deze reis, is vanwege zijn moeder. Sinds haar dood heeft hij een kort lontje. Als er mensen zijn die grappen maken over zijn moeder, of over moeders in het algemeen, dan waarschuwt hij één keer. Gaan ze door, dan slaat hij ze tegen de grond. De scholier wil leren rustiger te worden.

Denny zet zijn ellebogen op zijn bovenbenen en leunt met zijn kin op zijn handpalmen. Het is acht uur 's avonds, de avond voor Auschwitz. De leerlingen zitten in een grote kring rondom de Joodse Hadassa Hirschfeld (66). Zij reist elk jaar vanuit Nederland met de leerlingen mee naar Polen om hier het verhaal van haar familie te vertellen.

Ze vertelt over haar vader. Hoe hij in Auschwitz belandde en het kamp ternauwernood overleefde. Hoe hij na veel omzwervingen verzwakt terugkeerde naar Nederland. Over de brief die haar vader vlak na de oorlog kreeg van zijn zus, die kort daarna zou overlijden. 'Maar die lees ik hier nooit voor', zegt Hirschfeld. 'Want dat interesseert jullie nooit zo.'

Als ze is uitgesproken, steekt Denny zijn hand op. Het interesseert hem wel en hij wil dat ze dat weet. 'Mevrouw, wilt u toch die brief voorlezen?', vraagt hij. Hirschfeld begint wat te rommelen in haar spullen, ze zet haar leesbril op, pakt de brief. Dan kijkt ze op, naar Denny. 'Weet je, dit is de eerste keer in de tien jaar dat ik met jullie meega dat een leerling me dat vraagt.'

Doordringen tot de kinderen

Vanaf de andere kant van de kring werpt Lonneke Knegtel een trotse blik op Denny. De docent maatschappijleer heeft zich de afgelopen jaren vaak afgevraagd hoe ze door kon dringen tot haar leerlingen.

Toen Knegtel veertien jaar geleden op het Helicon begon, stak het rechts-radicalisme er net de kop op. Theo van Gogh werd vermoord en de sfeer op de school was grimmig. Knegtel zag hoe kinderen de school binnenkwamen, om zich heen keken naar de Lonsdale-kleding van de leerlingen, hoe ze luisterden naar de dingen die gezegd werden, en zich conformeerden.

Samen met haar collega's zocht de docent naar een manier om de leerlingen anders naar de wereld te laten kijken. Er zijn, weten de leraren inmiddels, drie dingen die goed werken.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Een deel van de leerlingen groeit op met argwaan tegen iedereen die van over de grens komt. Foto Marlena Waldthausen

Eén: zet een ervaringsdeskundige voor de klas en laat de leerlingen vragen stellen. Nodig een vluchteling uit, of een praktiserend moslim, dan worden vooroordelen snel doorgeprikt. Soms zijn leerlingen oprecht opgelucht over het feit dat die vrouw met dat hoofddoekje zonder bomgordel naar school is gekomen.

Les twee: laat de jongeren elkaar beïnvloeden. De docenten willen hun eigen mening niet opdringen, maar de jongeren leren zelf kritisch te denken. De leerlingen die meegaan naar Polen worden daarom geschoold om bij terugkomst op trainingen en discussies over discriminatie en uitsluiting te verzorgen.

Les drie: neem de leerlingen mee naar Auschwitz.

Denny en Ian zitten op een bankje voor de ingang van Auschwitz. De jongens hebben een halfuur pauze tijdens een dagvullend bezoek aan het concentratiekamp. Net liepen ze nog tussen de barakken in de motregen. Ze bogen zich over de meterslange vitrinekast met 2.000 kilo menselijk haar. Dat werd van de vergaste lichamen geknipt, vertelde de gids, om matrasvulling te maken. Daarna bezochten ze een van de gaskamers.

Nu steken de twee scholieren hun handen in hun zakken tegen de kou. Denny heeft zijn lange benen voor zich uitgestrekt. Ian draagt een jas van de melkveehouderij van zijn vader. Zijn blonde haar heeft hij strak achterover gekamd. Hij vertelt dat hij met zijn vrienden elk jaar carbid schiet: knallen met melkbussen op Oudejaarsdag. Brede grijns: 'Mooi man.' Denny lacht en knikt.

'Onzuivere types'

Dan komt het gesprek op buitenlanders. Daar denken de twee jongens zo ongeveer hetzelfde over. Denny baseert zich vooral op de jaren dat hij in een achterstandbuurt in Enschede woonde. Hij was een jaar of 6 en elke keer als hij het met iemand aan de stok kreeg, op straat of op school, was dat met 'iemand met een kleurtje'.

Een paar jaar later verhuisde de scholier naar Heumen, niet ver van het tijdelijke asielzoekerscentrum Heumensoord. Zijn tante en oom woonden vlak bij het tentenkamp en de fietsen van hun buren werden gejat. Voor Denny bevestigde het wat hij vermoedde. Buitenlanders zijn toch vaak 'onzuivere types'.

Ian belandde op de basisschool vaak in vechtpartijen met buitenlanders. Zijn broer heeft weleens een Marokkaan in elkaar geslagen. Hij vertelt aan Denny over die keer dat een vriend van z'n broer met de tractor naar school kwam en een buitenlander een steen door het raam had gegooid. 'Gelukkig had hij een hooivork bij zich, die heeft-ie toen gegooid.' Ian maakt een gebaar alsof hij een speer werpt. 'Recht in z'n kuit. Mooi man.'

'Wow', zegt Denny. Hij is even stil. 'Die is gek.'

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) constateerde het al in 2014: discriminatie komt in het onderwijs relatief veel voor. Eén op de tien scholieren en studenten krijgt er tijdens zijn opleiding weleens mee te maken. Daarmee komt discriminatie meer voor dan bijvoorbeeld tijdens het uitgaan, of op de werkvloer, blijkt uit het onderzoek van het SCP.

Toch houden veel scholen die problemen liever binnen de muren uit angst voor reputatieschade. Het Helicon is daar anders in. 'Dit is een probleem waarmee veel scholen worstelen', zeggen de docenten. 'Wij denken dat het helpt om er open over te zijn.'

Hoe het kan dat juist op het Helicon tien jaar geleden het rechts-radicalisme opkwam, blijft gissen. Wat in elk geval meespeelt, is dat de leerlingenpopulatie grotendeels wit is. De Nijmeegse school is een zogenoemde groen-vmbo, waarbij de nadruk ligt op plant, dier en voeding. Leerlingen met een migratieachtergrond kiezen over het algemeen minder snel voor zo'n groenopleiding. Wie naar school gaat, doet dat om juist niet boer hoeven te worden, is de redenatie.

Een deel van de leerlingen groeit hier bovendien op met argwaan tegen iedereen die van over de grens komt. Ouders stemmen relatief veel op partijen die kritisch zijn op immigratie, vermoeden de docenten. Sommige ouders kiezen speciaal voor het Helicon omdat het een witte school is. Wat ook niet helpt, zegt Lonneke Knegtel: 'Onze leerlingen zijn vmbo'ers. Ze komen niet altijd even genuanceerd uit de hoek.'

De week in Polen is geen vakantie, met lesdagen van soms negen uur. Foto Marlena Waldthausen

Verweven door het curriculum

Deze combinatie van factoren maakt de school kwetsbaar. Juist daarom blijft het Helicon actief met het onderwerp bezig, zegt Agnes van der Sluijs. Als zelfstandig trainer gespecialiseerd in diversiteit geeft ze antiracismetrainingen op scholen door het land.

Ze gaat al tien jaar met Helicon mee naar Polen. De structurele aanpak van de school als het gaat om racisme en vooroordelen is uniek, zegt ze. Vanaf de eerste klas wordt er aandacht aan het onderwerp besteed. Het zit in het hele curriculum verweven. 'Andere scholen organiseren weleens een project, of ze gaan een keer naar Auschwitz, maar daar blijft het bij.'

Het bezoek aan het concentratiekamp is belangrijk, weet Van der Sluijs. Maar de dagen erna zijn minstens zo belangrijk. 'Na Auschwitz vinden leerlingen het zielig voor de Joden. De kunst is om ze te laten zien dat er een verband is tussen wat er hier in Polen gebeurd is en hun eigen vooroordelen.'

Denny heeft zijn ogen gesloten en glimlacht flauwtjes. Om hem heen zitten de andere leerlingen, ook allemaal met de ogen dicht. Het is de ochtend na Auschwitz en de jongeren doen een visualisatieoefening. Ze moeten zich voorstellen dat ze zojuist uit de kast zijn gekomen en dat hun familie en vrienden alle banden met ze verbroken hebben.

Als ze hun ogen weer mogen openen, vraagt een van de trainers Denny wat hij van de oefening vond. 'Ik vond het wel chill dat het even stil was', zegt hij met een grijns. 'Maar ik kan me niet voorstellen dat mij dit zou gebeuren want ik ben gewoon hetero.'

Een paar stoelen verderop zit Sander (14), een jongen met felrood haar. 'Ik stelde me niet voor dat ik homo was, maar dat mensen mij zouden uitsluiten vanwege mijn haar', zegt hij. Denny buigt zich voorover, naar Sander: 'Ik noem jou ook weleens vuurtoren of rooie, maar dat vind je toch wel grappig?' Sander: 'Ik lach erom, maar van binnen ben ik boos.'

Aan de andere kant van de kring klinkt gestommel. De anders zo rustige Petra (14) loopt huilend het zaaltje uit. Als ze na een minuut of tien weer terug komt is het doodstil. 'Ik ben lesbisch en ik vind dat oké', zegt Petra snikkend. 'Maar sommige dingen die jullie zeggen, maken het wel moeilijk om mezelf te zijn.'

Het blijft een paar seconden stil en dan begint de hele groep te applaudisseren. 'Goed dat je het hebt gezegd', zegt Denny. 'Ik was wel bang dat jullie het vies zouden vinden', zegt Petra. Ze wrijft in haar ogen. 'Jullie jongens zijn soms wel hard. Je mag best met homo schelden, maar wees gewoon niet al te bot over gayheid ofzo.'

De reis maakt diepe indruk. Een leerling barst in tranen uit en wordt getroost door een medeleerling. Foto Marlena Waldthausen

'Hee rooie'

Denny staart naar de grond. 'Ik maak soms van die opmerkingen: 'hee rooie', of: 'homo' en dat gooi ik er gewoon uit, zeg maar', zegt hij. 'Maar dan ben ik dus mezelf. En hier krijgen we steeds te horen dat we onszelf moeten zijn.'

'Zou het eens een experimentje waard zijn', vraagt een van de trainers, 'om te kijken wat er gebeurt als je de rest van de dag niet meer dat soort dingen zegt? Zou je dan minder Denny zijn?' De scholier begint te vloeken. 'Godver, sjongejonge. Het zijn inkoppertjes, die moet ik inkoppen. Maar het is wel enigszins sneu voor andere mensen.' Oké, zegt hij uiteindelijk. 'Ik doe het.'

Denny steekt zijn handen in zijn zakken en glimlacht naar de leerlingen die in een kring rondom hem zitten. Het is halverwege december, twee maanden na de werkweek in Polen. De komende dagen zullen de jongeren die mee waren, lesgeven aan tweede- en eerstejaars. Ze brengen een bezoek aan kamp Vught en doen veel van de oefeningen die ze zelf ook hebben gedaan.

De leerlingen opereren in duo's. Denny en Sander hebben de moeilijkste klas gekregen, met veel drukke leerlingen. Een klas waarover leraren zich zorgen maken, omdat hier voor het eerst in jaren weer veel racistische opmerkingen gemaakt worden. Leerlingen hebben het over 'die schijtbuitenlanders.' Als het over Syrische vluchtelingen gaat: 'Waarom zijn ze hier? Laat ze lekker in die zandbak blijven. Gewoon een pistool kopen en terroristen afknallen.'

De klas is een uitzondering, zeggen de leraren. Het gaat goed met het Helicon. De sfeer is gemoedelijk. Sinds de reizen naar Polen is het rechts-extremisme uitgebannen. Vorig jaar is de school door de onderwijsinspectie benoemd tot excellente school, vanwege het uitgebreide burgerschapsprogramma. Uit het juryrapport: 'Het ontwikkelen van gevoelens van respect jegens de 'anderen' is de rode draad in de pedagogische cultuur van de school.'

Denny (midden) geeft twee maanden na de werkweek in Polen les aan eerste- en tweedejaars. 'Wat is respect volgens jullie?' Foto Marlena Waldthausen

Elk jaar is anders

Het eerste jaar dat het Helicon naar Polen ging, was de impact het grootst. Er waren scholieren mee die veel hadden opgetrokken met de meest rechts-radicale leerlingen - die inmiddels van school waren. Een meisje was dagenlang in tranen. 'Hoe heb ik me zo kunnen vergissen', zei ze steeds, herinnert Knegtel zich. Terug in Nijmegen veranderde de sfeer snel. De kistjes, de Lonsdale-truien, het neo-nazisme. 'Het was allemaal niet cool meer', zegt Knegtel.

Sindsdien blijkt: elk jaar loopt het anders. Er zijn jaren dat de leerlingen door Auschwitz sloffen en vragen wanneer ze weer naar de supermarkt mogen. Er gaan ook altijd jongeren mee op wie de hele week weinig effect lijkt te hebben. Maar net zo vaak zijn er leerlingen die er door veranderen. Leerlingen zoals Denny.

Volgens zijn klasgenoten is hij rustiger geworden. Hij vloekt minder, wordt minder snel boos. Zijn leraren merken het ook: de scholier heeft zich uiterst serieus voorbereid op de lessen die hij gaat geven. Thuis is Denny een halve geschiedenisleraar geworden. Zijn vier broers, zijn vrienden, zijn vader, de vrienden van zijn vader: aan iedereen die het maar horen wil, vertelt hij over Auschwitz. Over de gaskamer waarin wel tweeduizend mensen tegelijk konden worden vermoord. Over de gruwelijke experimenten van dokter Josef Mengele.

De tiener is zelfs een beetje anders naar buitenlanders gaan kijken. Op school zijn er onlangs twee vluchtelingen uit Syrië langs geweest. Dat waren goede mensen, vond Denny. En die vriendelijke kantinejuffrouw op school, schijnt ook een vluchteling te zijn. Niet alles is veranderd: als de tiener een groep buitenlanders ziet, let hij nog steeds extra goed op z'n spullen.

Nu kijkt Denny de klas rond, naar de leerlingen die onderuitgezakt in hun stoelen zitten. Naar de twee jongens met petjes op en daarover een capuchon. Het is kwart voor negen 's morgens, de eerste les is net begonnen. 'Wat is respect volgens jullie?', vraagt Denny. 'Nou dat je iemand respect geeft', zegt een van de petjes. Met een knikje naar de jongen naast hem. 'Dus dat hij homo is en dat ik dat respecteer.'

Denny: 'Dat is een vooroordeel. Vind jij dat hij een homo is, of is dat echt zo?' De jongen over wie het gaat schudt zijn hoofd, hij is geen homo. 'Het is gewoon een grapje', sust zijn buurman. Denny knikt vriendelijk. 'Dat snap ik heel goed. Ik noemde Sander hier ook altijd rooie. Dat was een grapje, maar hij vindt dat eigenlijk niet leuk.' De 15-jarige kijkt de groep rond. Hij klinkt rustig, maar stellig. 'Andere mensen kunnen heel erg met dat soort dingen zitten.'

De jongens kijken stuurs naar de grond en mompelen nog wat over echte mannen met ballen. Als Denny even later vraagt wie volgend jaar mee naar Polen wil, steken ze allebei hun vinger op.

Op verzoek van Petra is haar naam gefingeerd.


Zo kwam dit verhaal over racisme en respect tot stand

Verslaggever Kaya Bouma reisde vier dagen met de leerlingen van het Helicon VMBO in Nijmegen mee en sprak leerlingen en leraren over homoseksualiteit, sociale uitsluiting en de Holocaust. Later is ze nog twee keer naar de school terug gegaan om te kijken wat de reis met de scholieren heeft gedaan. Zo kwam haar verhaal over racisme en respect tot stand.

Het Helicon in Nijmegen werd ruim tien jaar geleden met die vraag geconfronteerd toen een groeiende groep leerlingen er extreemrechtse sympathieën op na bleek te houden. De school haalde er het landelijke nieuws mee. Bekijk hier de aflevering van het programma Premtime terug, waarin Lonsdale-jongeren in de schoolkantine over hun 'nationaal-socialistische droom'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.