Op de terugweg vang ik met de blote hand een hagedisje

Twee keer verbleef Jan Wolkers op Ibiza, dat in de jaren zestig grote aantrekkingskracht uitoefende op kunstenaars.

Salamander, gevonden op Texel.

Ibiza, de parel der Balearen, het Texel van het Zuiden, ligt te blakeren in de ochtendzon. Het licht schijnt fel op het fort en de wit gekalkte huisjes van de stad. Het water in de baai kleurt afwisselend azuurblauw en flessengroen. De snelle veerboot naar Formentera - 30 minuten, staat op de romp - snijdt door de golven, vaart de zee op en verdwijnt aan de horizon.

Wat denk ik hier eigenlijk nog aan te treffen? De vriend met wie ik reis vraagt spottend of het wel gaat, al dat werk op mijn intellectuele studiereis naar een feesteiland. Of het niet te zwaar is. Tsjonge jonge. Poe poe. Of hij mijn hoofd soms even moet vasthouden.

Wolkers was twee maal op Ibiza. In 1962 en 1967. De eerste maal kwam hij hier, net nadat hij Kort Amerikaans had gepubliceerd, maar nog onwetend wat een schok hij met zijn debuutroman door de vaderlandse letteren zou laten gaan. Wolkers had een werkbeurs gekregen. Hij had de trein naar Barcelona genomen, de boot naar Ibiza en boekte een kamer in de haven, in Hotel Formentera.

Hij was niet de enige schrijver die de route kende. Harry Mulisch zette op 23 juli 1959 voet op het eiland. Op de kade stonden wel dertig Leidsepleiners hem op te wachten. De tekenaar Waldemar Post had een spandoek gemaakt: 'Harry go home'. Maar dat deed Harry niet. Hij had op Ibiza afgesproken met Hugo Claus en Cees Nooteboom. Ze zopen zich gedrieën een delirium. Bovendien deden ze een wedstrijd wie zoveel mogelijk flans, caramelpuddinkjes, kon eten. Nooteboom verloor. Hij moest 135 flans afrekenen.

Jan Cremer woonde en werkte in 1962 op Ibiza. In één van de huisjes van de pena, de oude gevangenis. Ik kan ze hier van de kade zo zien liggen. De twee Jannen zagen elkaar niet op het eiland. Wolkers zag helemaal niemand. Dat beviel hem uitstekend. 'Soms denk ik', schreef hij aan de vrouw in Amsterdam die hem de werkbeurs had bezorgd, 'Ik zou hier moeten blijven, een vrouw trouwen en dan maar katholiek worden en veel kinderen krijgen.'

Op zijn hotelkamertje schreef Wolkers Kunstfruit, het verhaal over dat 'verrukkelijke stuk leven' in Amsterdam bij wie het weke vlees uit haar rok barstte. Zo verplaatste hij zich in zijn hoofd weer tweeduizend kilometer terug naar huis.

De tweede keer op Ibiza nam hij Karina mee - en werd het ouderwets genieten. 'Half elf. Bij Montesol koffie gedronken in de zon', noteerde Wolkers op 5 november 1967 in zijn dagboek. 'Het is zo heet als bij ons in juni. Boodschappen. Brood, sardines, kaas, worst, asperges, een blikopener. Gaan over het kasteel de rotsen op. Zien meteen al een muurhagedisje lopen. [...] We zitten in ons ondergoed op de rotsen. Je zou zo in het water springen, op zo'n plek waar de zee blauwgroen is als glas. Op de terugweg vang ik met de blote hand een hagedisje.'

Hotel Formentera bestaat niet meer. Ik heb onder elke steen op Ibiza gekeken, maar kreeg nog geen staart van een hagedis te pakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden