Op de snijtafel

Lijkenpikkerij, kannibalisme, de restauratie van Rembrandts Anatomische les, zwijntje-tikken, het DNA-shotgun, de plastificering van de Duitser Hagens: vandaag speelt theater Adhoc in Amsterdam 'De paradox van Pergamon'....

EEN OPTREDEN tussen embryo's op sterk water, dat vond de conservator van het Nijmeegs anatomisch museum, dr. L. Geeraerdts, nu juist iets te oneerbiedig. Tevens ging hem het plan van Jan van den Berg en Rien Stegman van theater Adhoc om ter voorbereiding van hun nieuwe programma zelf sectie te verrichten, een stap te ver. 'Ze zijn geen arts, en mensen die hun lichaam ter beschikking stellen van de wetenschap, doen dat niet voor een theaterstuk.

'Ze hadden het denk ik wel aangekund', lichtte hij toe in het KU Nieuws, het Nijmeegse universiteitsblad, 'maar toch. Het is de hele ambiance; de reuk op zich, het feit dat iemand dood is, dat je met je cultuur geconfronteerd wordt die zegt: je mag lichamen niet openen, die horen intact te blijven. Al die dingen houden je bezig tijdens een sectie. Je went er nooit aan.'

Anatoom Geeraerdts staat al dertig jaar achter de snijtafel. 'De dialoog van Adhoc moet niet plaatsvinden terwijl iedereen om zich heen kan kijken naar de preparaten zelf. Vanuit piëteit, want het zijn toch menselijke individuen geweest.'

En zo speelden Rien Stegman en Jan van den Berg De paradox van Pergamon voor het eerst achter een soort kamerscherm. Wel degelijk evenwel in het anatomisch museum, want Geeraerdts is Adhoc met die eigenaardige combinatie van cabaret, toneel en wetenschap buitengewoon toegenegen. En vandaag is de Amsterdamse première op een ook al zeer passende plek, De Waag, voorheen de St. Anthoniespoort, het Theatrum Anatomicum, zoals de eertijdse snijzaal heette.

De chirurgijnschilders, voortgekomen uit een gilde met barbierschilders en schaatsenmakers, ergo: vaardigen met het mes, hadden er hun domicilie. Rembrandt werkte er aan De anatomische les van prof. Nicolaes Tulp, het schilderij waarvan de restauratie onlangs gereed kwam en dat thans weer in het Haagse Mauritshuis te bezichtigen valt.

Stegman en Van den Berg interviewden de restaurateurs, die meer dan een jaar in het schilderij 'rondliepen'. Stegman: 'Zij hadden onze metafoor meteen te pakken, het Mauritshuis was hun snijkamer. Het is fascinerend wat ze doen. Eerst een uitgebreid natuurwetenschappelijk onderzoek, dan de speciale gemoedstoestand om als mens de hand te mogen leggen op een werk dat driehonderd jaar geleden door de grootmeester is geschilderd. De rust van het vakmanschap, die sereniteit hing ook in de zaal. Ze ontmoetten het doek zoals een anatoom voor het eerst het mes zet in een lichaam. Door het dagelijkse contact voegen ze daarna bijna hun eigen identiteit toe, en dan de concentratieboog, de topvorm die er een jaar lang moet zijn.'

Met hun precisie-voorwerk kwamen de restaurateurs tot de ontdekkking dat de zwarte gaatjes in 'De anatomische les' niet het gevolg waren van een brand in 1723, maar ontstonden door Rembrandts gebruik van verschillende en soms minder goede soorten lijnzaad. En voilà, daar was voor Adhoc de parallel met het genen- en DNA-onderzoek. Ze togen terstond naar Amerika om dr. J. Craig Venter aan een vraaggesprek te onderwerpen. Hij is de uitvinder van het DNA-shotgun, waarmee hij het erfelijk materiaal van de mens versneld in kaart denkt te kunnen brengen.

De 'duivelsvraag', de waarom-vraag, is door uitvoerend kunstenaars waarschijnlijk vaker gesteld dan er genen zijn, maar Stegman en Van den Berg pakken die vraag in eerste instantie puur wetenschappelijk bij de horens. Ze 'penetreren', openen de appel schil voor schil. Niet zelden vermoeden ze - nog sterker gold dat voor hun voorstelling De Schijnheiligen - een complot van feiten, anecdotes, mensen of gebeurtenissen en ontrafelen ze dat complot met intensieve research alvorens het in een theatraal kostuum te hullen. Hun letterlijke kostuum in 'De paradox van Pergamon' is een driedelig streepsjespak. 'Jullie zien eruit als slechte advocaten', zei Craig Venter.

Maar ze kwamen - compleet met videocamera - wel binnen bij de gerenommeerde biochemicus, die onder meer deel uitmaakt van een commissie die Clinton adviseert over biologische oorlogvoering. Zo waren ze eerder ook op bezoek bij de Duitse prof. Günther Hagens, die geweldig furore maakte met Körperwelten, een tentoonstelling van de dode mens, geplastificeerd en in al zijn onderhuidse naaktheid, een moderne mummie die tweeduizend jaar houdbaar blijft.

Venter pleegt journalisten binnen het uur 'de deur uit te schoppen', maar - aldus Jan van den Berg - 'hij bleek bijzonder gecharmeerd van ons uitgangspunt om populair wetenschappelijk onderzoek met theater te combineren.' Het toeval hielp de onverdroten vorsers trouwens ook.

In de fax aan Venter schetsten ze kort hun bedoeling: een gesprek over de geschiedenis van de anatomie. Van Galenus van Pergamon, die het snijtaboe doorbrak en als eerste een varken opende - helaas een varken met een hartafwijking, toch werden zijn inzichten nog vijftien eeuwen later aangehangen -, langs De anatomische les van Rembrandt naar de nieuwste ontwikkeling in het DNA-onderzoek.

Zeker: tot niets minder dan de kern van het leven en het lichaam, hun 'ding' tenslotte, wilden de Hollandse theatermakers doordringen. Een groots plan voor een duo dat tot dan toe hooguit bekend was van één voorstelling en enige bescheiden 'salons', voor asielzoekers en politie. Dr. Venter kon dat wel waarderen, een beetje pretentie. En natuurlijk had hij ook zelf met die kardinale vragen te maken: de mens wil steeds meer weten, moet daarom steeds beter leren kijken, dient daartoe steeds meer kapot te maken, maar is het ook zo dat we daarom steeds beter zíen?

Enfin, op de dag dat de fax in Amerika binnenkwam, zou er een receptie of een dineetje zijn op de Nederlandse ambassade. Bij de invités ook Cynthia Snyder, de nieuwe Amerikaanse ambassadrice in Nederland, tevens auteur van een boek over de landschapsschilderingen van Rembrandt(!) en behorend tot de 'inner circle' van Venter.

Jan van den Bergh verlustigt zich - en dat kan hij zeer aanstekelijk - alsnog: 'De man dacht door die fax de hele avond dat een practical joke met hem zou worden uitgehaald, maar het geintje bleef uit en hij zal deze of gene wel even gevraagd hebben of ze de Nederlandse theatergroep Adhoc kenden. Natuurlijk, daarop durft toch niemand nee te antwoorden. Adhoc? Wereldberoemd'

Het verhaal van Venter in het Institute of Genomic Research was 'klassiek' Amerikaans. De man hoerde en snoerde tot hij naar Vietnam werd gezonden, kreeg daar een doodgeschoten soldaat in de arm, en besloot dat het leven te kort was om ook nog maar één toekomstig moment te vergooien.

Na tien jaar genen- en DNA-onderzoek nam hij een tweede besluit: dat onderzoek kon sneller als hij het met particuliere gelden kon voortzetten. De farmaceutische industrie jaagde hem al geruime tijd na, hij kreeg tot zijn stomme verbazing veertig miljoen dollar om met een nieuw kanon het DNA aan flarden te schieten en kon nog zijn eigen voorwaarden stellen ook. Slechts een deel van de kennis die hij opdoet, blijft exclusief, het meeste gaat op Internet. Binnen drie jaar denkt hij de tachtigduizend menselijke genen, onderverdeeld in drie miljard bouwstenen, gecatalogiseerd te hebben. Als dan nog 'even' wordt vastgesteld hoe die genen samenwerken of elkaar triggeren, doemt een fascinerend maar even huiveringwekkend perspectief op. Klonen en genmanipulatie in particuliere handen? De strips van Tardi, met hun onsterfelijke monsters werkelijkheid geworden?

Van den Berg: 'Het is voor ons een waardenvrije ontwikkeling. Zoals een storm waardenvrij is.' Stegman: 'De gevaren, ik weet er nog niet genoeg van. We zijn helaas geen journalisten, die geleerd hebben door te vragen, achter alles een vinger te krijgen. Maar het lijkt er gelukkig op dat zelfs als we alle genen kennen, met hun eigenschappen, dat we nog steeds niet doorgedrongen zijn tot de kern van de mens. Eeneiige tweelingen hebben hetzelfde genenmateriaal en toch kan de nabije omgeving meteen het verschil zien. Venter moest trouwens ook toegeven dat we de mens nooit onsterfelijk kunnen maken.'

De 'gozer' in Washington had humor, leek te deugen. In de voorstelling dus geen onvertogen woord. Hagens met zijn geplasticificeerde mummies komt er iets minder af, maar hij duwde het nieuwsgierige tweetal in het Landesmuseum für Technik und Arbeit dan ook plompverloren een contract onder de ogen. Althans dat bleek een actie van frau Eva Hagens, die op video verdekt staat opgesteld en pas bij vertraagd afdraaien van de beelden zichtbaar wordt. Weer een 'toevallige' illustratie van het 'kijken-maar-maar-niet-zien' waar Van den Berg en Stegman twee uur lang mee worstelen.

Ze schieten op toneel van Eva van Adam naar deze Duitse Frau Eva, van de varkenshaar uit Rembrandts penseel naar het Oostnederlands zwijntje-tikken, van het vroege Britse 'lijkenpikken' naar kannibalisme, kortom hun voorstelling is qua kennisoverdracht nogal abundant. Om niet te zeggen dat de toeschouwer zowat in die kennis verzuipt.

Maar ja, dat is hun tomeloze drift om te wéten, om het detail te kennen. Jan van den Berg studeerde theologie ('te slap, de theologie zegt: ho, tot hier, dan komt er een antwoord') en filosofie ('steeds de waarom-vraag') alvorens zich tot het toneel te bekeren. Hij doceerde aan de toneelschool in Maastricht. Rien Stegman, evenzeer 'doorvrager', is afgestudeerd politicoloog, werkte op de expeditie van het dagblad De Gelderlander, studeerde af aan de Arnhemse toneelschool en speelde in België en Zwitserland.

Ze vonden in elkaar in het theatrale seminar, de cabareteske complotvinding, de semiwetenschappelijke geschiedvertelling of hoe hun 'unieke' concept ook omschreven mag worden. Al leunen ze licht op de 'verbale wandelingen' van de Engelse toneelverteller Ken Campbell, hun idee is inderdaad uniek bevonden, door het Fonds voor de Podiumkunsten. Ze hebben subsidie, een kantoortje in Nijmegen, zijn erkentelijk voor bezoek. In de lawine van premières is het voor kleine groepen moeilijk opvallen, 'ook al ben je op een instituut te Washington sinds kort wereldberoemd. De secretaresse van Venter heette trouwens miss Holland. Dat kan ook geen toeval zijn.'

Stegman: 'De eerste aanzet voor de vorm die we nu hebben gevonden, was een voorstelling aan de hand van een brief van Johannes Keppler aan Wacker von Wackenfeld. Een enkele brief. De twee waren gewoon elkaar met Kerst een cadeautje te sturen en Keppler schreef dat hij van plan was nu eens niets te geven. Dat vond hij uiteindelijk toch wat weinig, dus besloot hij bijna niets te geven: een sneeuwvlokje. En zo kwam hij dus bij het kristallisatieproces van sneeuw terecht.'

Van den Berg: 'Ik hoop dat we voor onze volgende voorstelling toegang krijgen tot het PTT-gebouw voor de opslag van onbestelbare poststukken. Dat is toch ook binnendringen in het diepste geheim.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden