Op de Rem

Er staat een nieuwe generatie architecten op. Een die wars is van de uiterlijke en grootschalige pretenties van voorgangers als Koolhaas en Van Berkel.

De alternatievelingen van de Nederlandse architectuur werden ze tot vijf jaar geleden nog wat meewarig genoemd. De architecten van DUS, die tijdelijke paviljoens in het straatbeeld lieten opduiken, gemaakt van paraplu's of boodschappentassen. Iemand als Ronald Rietveld, die bedacht hoe hij het niet al te fraaie IJmuiden kon veranderen in een utopisch duinlandschap met warmwaterbaden en een vogelnatuurgebied. Of Marco Vermeulen, met zijn plan voor een 'groen' bedrijventerrein, gebaseerd op een klavertje vier.


Het was ook wel even wat anders dan waarmee Nederland voorheen furore maakte: de iconische gebouwen van MVRDV of de radicale concepten van Rem Koolhaas die in de jaren negentig Nederland tot het mekka van de architectuur maakten.


Maar tegenwoordig komt zelfs de buitenlandse pers in Amsterdam-Noord kijken hoe datzelfde bureau DUS een project van de grond krijgt waarvan niemand geloofde dat het ooit gebouwd kon worden: het eerste 3D-geprinte grachtenpand. Ronald Rietveld ontving vorige week een prestigieuze Britse prijs voor een project met een betonnen bunker uit de Hollandse Waterlinie. En Marco Vermeulen wordt tot de absolute voorhoede gerekend vanwege zijn eerste biobased gevels, muren opgetrokken uit hennep en bewerkte suikerbiet.


Een nieuwe generatie Nederlandse ontwerpers is opgestaan. Ze zijn van een ander slag en opereren ook op een andere wijze dan hun voorgangers. Al voordat de bank Lehman Brothers in 2008 omviel en de internationale crisis begon, heerste het gevoel dat er in de Nederlandse architectuur iets moest veranderen. De spektakelgebouwen van de generatie SuperDutch (Koolhaas en consorten) begonnen hun glans te verliezen. Bij hun fotogenieke ontwerpen, veelvuldig afgedrukt in internationale architectuurglossy's, werden voorzichtig vraagtekens geplaatst: hoe fijn is het voor bewoners eigenlijk om in een concept te wonen? In een appartement dat over vijf verdiepingen omhoog krult of de vorm heeft van een tetrisspel? En hoe duurzaam zijn dat soort gebouwen?


De crisis versterkte dat sentiment. Miljoenen kostende architectonische hoogstandjes werden als ongepast ervaren, soms zelfs als niet minder dan pervers. De 'poenschoen' werd het ING-hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas (paradepaardje van architecten Meijer en Van Schooten) ineens schamper genoemd. Opdrachten van commerciële bedrijven en de overheid - de motor achter de 'gouden jaren' - bleven uit. De markt voor kantoren en huizen stortte in. 40 procent van de architecten verloor zijn baan. De architectuurwereld verkeerde in verwarring.


Uit de as van die crisis verrees De Nieuwe Architect. Een ontwerper die zijn neus er niet voor ophaalt te werken met Marktplaatsmaterialen, legernetten of ordinaire multiplexplaten. Die bouwsels creëert van veelal bescheiden omvang. En die niet schroomt het een en ander zelf in elkaar te timmeren. Superhumble doopte architectuurcriticus Hans Ibelings deze nieuwe architectensoort, daarmee de tegenstelling onderstrepend met het hoogglanskarakter van haar SuperDutch-voorgangers.


Wat hebben die Superhumble-ontwerpers gemeen? Die vraag blijkt lastig te beantwoorden. Waar RAAAF zich vooral bezighoudt met hergebruik van leegstaande bouwwerken, tracht een bureau als DUS met zijn zelfgebouwde 3D-printer architectuur persoonlijk te maken - ook voor mensen met een kleinere beurs. De ontwerpers van Zecc zetten zich er op hun beurt voor in ambachtelijke bouwmethoden nieuw leven in te blazen.


Gemeenschappelijke esthetiek heeft Superhumble - anders dan SuperDutch - al helemáál niet. Dat komt niet alleen doordat stijl er voor deze generatie veel minder toe doet. Het komt ook doordat er voor hen simpelweg veel minder te bouwen is. En ook omdat een nieuw gebouw volgens deze nieuwe architecten niet per se altijd de beste oplossing is: soms is het beter een bestaand gebouw aan te passen, soms volstaat het om (delen van) bestaande gebouwen weg te halen, dan weer bestaat hun werk uit het samenbrengen van partijen, het organiseren van een tentoonstelling of het bedenken van een ruimtelijke strategie.


Toch is er wel degelijk iets wat deze nieuwe architecten bindt. Allemaal bekommeren ze zich om een duurzame toekomst. Niet alleen in de zin van energiezuinig en milieuvriendelijk bouwen - de onlangs opgeleverde Rotterdam van Rem Koolhaas heeft ook energielabel A. Maar hun betrokkenheid bij duurzaamheid stoelt ook op een sociaal ideaal. Waar SuperDutch zich vooral bezighield met het formuleren van een radicaal nieuwe vormentaal - een bejaardentehuis waar nieuwe appartementen aan de buitengevel werden 'gehangen' (WoZoCo's van MVRDV) of het knaloranje veelkantige Agoratheater (UN Studio) dat als een ufo Lelystad lijkt te zijn binnengezeild - daar betekent voor Superhumble een architectonische ingreep ook een kans om een sociaal vraagstuk op te lossen. De gele loopbrug van bureau ZUS bijvoorbeeld, die als een catwalk door Rotterdam slingert, betrekt de achterstandsbuurt Hofbogen letterlijk bij het drukke centrum en haalt zo een verloederd stukje stad uit zijn sociale isolement.


Design op maat betaalbaar maken voor iedereen dus, architectuur inzetten om mensen te verbinden of architectonische oplossingen verzinnen om ecologische vraagstukken op te lossen. In hun ambitie (stukjes van) de wereld te verbeteren zijn de Superhumble architecten allerminst bescheiden. De vraag is: wat kan architectuur voor de maatschappij betekenen? Het antwoord zal de komende jaren langzaamaan zichtbaar worden - architectuur is nu eenmaal een traag vak. Maar alleen al het feit dat de vraag weer op tafel ligt, is reden voor optimisme.


DUS architects (sinds 2003): 3D-grachtenpand, Amsterdam.

De muren, de vloeren, de trappen - zelfs de open haard wordt 3D geprint van kunststof. Een compleet grachtenpand, 15 meter hoog, zal op deze manier verrijzen op het Overhoeksterrein in Amsterdam-Noord. In maart start de bouw en in de zomer kun je al door de eerste kamer lopen, liggen in het hemelbed of neerstrijken op een brede vensterbank. Moderne interpretaties van elementen uit het traditionele Amsterdamse koopmanshuis.


Het grachtenpand is in zekere zin de belichaming van het ideaal dat DUS nastreeft: architectuur weer persoonlijk maken. 'Ieder mens heeft heimelijk de droom zijn eigen huis te bouwen', zegt architect Hedwig Heinsman. 'En dat doe je met een architect. Maar in de praktijk geldt dat tot nu toe alleen voor villabewoners; mensen hebben weinig te zeggen over hoe ze wonen.'


Dit project moet daar verandering in brengen. Het idee is dat uiteindelijk iedereen, waar dan ook, een betaalbare woning op maat kan (laten) bouwen. Met de Kamermaker, de verplaatsbare 3D-printer die DUS ontwikkelt, kun je interieurs van 2 x 2 x 3,5 meter printen die met de computer eenvoudig zijn aan te passen; dure mallen zijn niet meer nodig. Nog een voordeel: de constructie wordt sterker naarmate de vorm meer knikken en vouwen omvat. De ornamenten die bij woningbouw vaak worden wegbezuinigd, zijn nu juist een pre.


Het einddoel van het project, dat zo'n drie jaar zal duren, is een bewoonbaar huis, benadrukt Heinsman. Maar het gebouw is ook een doorlopend onderzoek. Een Duitse multinational gaat het duurzame kunststof ontwikkelen, dat bestand is tegen regen en warmte. Er wordt gekeken hoe de afzonderlijke kamers aan elkaar gekoppeld worden. En de gemeente moet zich buigen over de vraag of dit nu 'vastgoed' is of 'tijdelijk goed' - en wat dat betekent voor de toekomst.


RAAAF (sinds 2006): Bunker 599 (RAAAF i.s.m. Atelier Lyon)

Iedere architect die wel eens een monument heeft verbouwd, weet: daar blijf je in principe van af. Maar wat deed Ronald Rietveld? Hij pakte de betonzaag en rauste dwars door een bunker heen - een gemeentelijk monument, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Als je over de A2 rijdt en tussen afslag 12 en 13 een blik naar buiten werpt, zie je hem liggen: een poëtisch beeld


Rietveld ten voeten uit: een onorthodoxe architect, die dwars door bestaande conventies heen denkt. Met zijn bureau RAAAF, dat hij in 2006 oprichtte met zijn broer, filosoof Erik Rietveld, houdt hij zich vooral bezig met de bestaande omgeving. Hij hekelt het UNESCO-beleid dat veranderingen aan monumenten als heiligschennis ziet. Met Bunker 599 bewees hij dat het anders kan. Door te doen wat 'verboden' was, wist hij het gemeentelijk monument te promoveren tot rijksmonument; inmiddels is het zelfs genomineerd als UNESCO werelderfgoed. Tegelijkertijd opende hij het fenomeen bunker voor het publiek. Zevenhonderd soortgelijke bouwsels in Nederland hebben dezelfde potentie, maar zijn nagenoeg allemaal ongebruikt.


De vliegtuigbunker op de voormalige vliegbasis Soesterberg liet RAAAF juist onaangetast. Hiervoor bedacht het bureau samen met Studio Frank Havermans Secret operation 610, een mobiele denktank die oogt als een Stealth-bommenwerper. De boodschap: stop met denken in complete renovaties - te traag, te duur - maar zoek slimme manieren om tijdelijk gebruik te maken van monumenten.


Rietveld: 'De vraag die wij steeds vaker krijgen is: wat denken jullie dat hier zou kunnen? Bij leegstand gaat het niet meer erom de functies van een opdrachtgever in een nieuw gebouw te passen. De vraag is andersom: wat past het best bij deze plek, in dit gebouw?'


Zecc architecten (sinds 2003): Baksteenhuis, Groenekan

Zoals je eten hebt dat je wilt proeven zodra je het ziet, zo zijn er gebouwen die je meteen wilt aanraken. Het Baksteenhuis dat Zecc architecten in het dorp Groenekan bouwde, is zo'n gebouw. Als je met je hand over de bakstenen strijkt, voel je de ruwe textuur. Als je ze langer bekijkt, ontdek je allerlei oranje en grijze nuances in de klei. Het hele huis is uit die stenen opgetrokken: schoorstenen, terrastegels, lekdorpels onder de ramen, zelfs het dak - stuk voor stuk met de hand vervaardigd.


Ouderwets? Volgens architect Marnix van der Meer heeft het ambacht de toekomst. Het is een antwoord op de tweeledige tendens in de architectuur: aan de ene kant moet alles efficiënter, aan de andere kant zoeken opdrachtgevers uniciteit. 'De ontwikkeling van deze bakstenen zou onbetaalbaar zijn als je een productielijn opzet in een fabriek. Die is pas rendabel bij grote hoeveelheden. Handwerk bood ons de ruimte voor een aanvaardbaar bedrag iets bijzonders te maken.'


Zecc architecten behoort tot een groep jonge bureaus met het motto: architect, blijf bij je leest. Van der Meer vindt dat architectuur te veel is afgedreven van de mens die uiteindelijk in het gebouw woont en werkt. Er was in de jaren negentig en nul veel aandacht voor ' het gebouw in de stad', voor het grote gebouw en voor vormexperimenten met de computer. Maar als je eenmaal voor de gladde gevels van glas en staal stond, viel zintuiglijk nog maar weinig te beleven. En dat maakt sommige bouwwerken weinig geliefd.


'De essentie van architectuur is voor mij de ervaring van de gebruiker', zegt Van der Meer. Projecten voor particulieren zijn daarbij een ideale leerschool, omdat ze de mogelijkheid bieden alles tot de laatste schroef uit te werken. 'Het wordt vaak gezien als iets voor beginnende architecten of een noodoplossing in crisistijd. Maar ik denk dat het wezenlijk is dat kleinschalige te blijven doen. Naast de grotere opdrachten die we inmiddels hebben.'


The Cloud Collective (sinds 2008): Hermit Houses

Bij The Cloud Collective kom je niet binnen om achter een rij bureaus met computerschermen ontwerpers en stagiairs te zien zitten. Het is een netwerk van twaalf mensen, verspreid over Nederland, Belgie en Frankrijk: architecten en stedenbouwers, een landschapsarchitect, een grafisch ontwerper, een meubelontwerper. Als er een opdracht binnenkomt of iemand zelf een idee heeft voor een nieuwe project, kijken ze welke combinatie mensen het beste ontwerpteam oplevert. Een vast kantoor hebben ze niet; communiceren doen ze vooral via 'the cloud'.


'Het traditionele architectenbureau is achterhaald', legt Gerjan Streng uit. 'Dertig ontwerpers die zich onderwerpen aan een creatief leider - daarmee gaat zo veel talent verloren.' Een opdrachtgever die vraagt om 'een Zaha Hadid' of 'een Gehry' is volgens hem meer van deze tijd. De samenwerking heeft ook een pragmatisch aspect: de kans als architect een vaste baan te vinden is nu eenmaal heel klein. Als collectief bundelen de ontwerpers niet alleen hun creativiteit, maar maken ze ook meer kans op een serieuze opdracht.


Een van hun ondernemingen is een app voor een buitenhuisje, bedacht door Daniel Venneman en Mark van der Net. Het basisontwerp kun je als toekomstig gebruiker zelf uitwerken; je kunt het in de lengte, breedte en hoogte uitrekken, bepalen met welk materiaal het wordt afgewerkt en of je er al dan niet zonnepanelen op legt. De constructie heeft de vorm van een harmonica, waardoor het gebouwtje zelfdragend is. Zodoende heb je geen fundering nodig, wat het huisje betaalbaar houdt.


Met hun Hermit Houses willen Venneman en Van der Net design op maat bereikbaar maken voor iedereen. Om het ontwerp verder te ontwikkelen hebben ze crowdfunding opgezet om een zelfvoorzienend huisje in de Overijsselse natuur te bouwen. Investeren kan vanaf 50 euro (doe-het-zelfadvies), voor 150 euro koop je een overnachting voor twee personen, voor 17.500 euro is het huisje uiteindelijk van jou.


Studio Marco Vermeulen (sinds 2009): Gasontvangst-station, Dinteloord

Tussen de eindeloze vlakte van kassen, silo's en suikerbietvelden van het Brabantse bedrijventerrein Nieuw Prinsenland, word je ineens verrast door een gebouw dat uit een kinderboek gevallen lijkt. Het oogt als een bonk Willy Wonkachocolade, met glanzend bruine gevels, waarin letters staan gedrukt: C, H, N. Je zou er zo een hap uit nemen.


'Dit is het gasontvangststation', legt architect Marco Vermeulen uit, ' waardoor al het gas stroomt dat in de omliggende kassen en bedrijfshallen wordt gebruikt om gewassen te telen.' Aardgas nu nog, maar dankzij de nieuwe biovergister even verderop zal dat over een tijdje biogas zijn. Een reusachtige ecologische sprong voorwaarts, alleen zie je daar niets van.


En dat is jammer, vond Vermeulen. Daarom ontwikkelde hij een gevelpaneel van plantaardig afval zoals dat van de tuinders in de omgeving. 'Als je goed naar de panelen kijkt, zie je in het reliëf de chemische code voor aardgas.' De 'oude' fossiele wereld staat gedrukt in het materiaal van de toekomst.'


Zo laveert architect-stedenbouwer Marco Vermeulen tussen gebouw en landschap, tussen het kleinste en het allergrootste schaalniveau. Hij zoekt oplossingen voor grote ruimtelijke problemen, zoals de overgang van een economie op fossiele brandstoffen naar een groene economie. 'Bouwen is in de toekomst niet langer een doel, het gaat vooral om het leggen van nieuwe verbanden.'


Dat de uitkomst niet altijd even sexy is - het zij zo. Als de ingreep maar effectief is. Zo ontdekte hij tijdens het maken van een plan voor een Logistiek Park dat het ontkoppelen van auto- en vrachtverkeer in gescheiden wegen de grootste energiebesparing oplevert. 'Elke keer dat er een vrachtauto moet stoppen voor een auto en weer optrekt kost een liter diesel. Zelfs de 100 hectare aan daken met zonnepanelen die we gaan bouwen kunnen niet tegen dat verlies op.'


Architectuur 2.0


Al voor de crisis werd nagedacht over nieuwe wegen in de architectuur. Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) organiseerde in 2007 het symposium Architectuur 2.0, waar Nederlands beroemdste architecten (Rem Koolhaas, Ben van Berkel, Francine Houben, Jan Willem Neutelings, Erick van Egeraat, Wiel Arets) hun visie op de toekomst gaven. De ontevredenheid van toen gold vooral de beperkte rol van de architect in bouwprojecten. Neutelings betoogde dat architecten minder de whizzkid, wetenschapper en journalist moeten uithangen en weer 'gewoon' goede gebouwen moeten maken.


Wie zijn het en waar zouden we ze van kunnen kennen?





Architectuur als oplossing


De afgelopen jaren waren er verschillende tentoonstellingen en publicaties over 'nieuwe architectuur'. Het NAi lanceerde in 2009 het programma Architectuur als Noodzaak, dat het vak uit het slop wilde trekken door architectuur in te zetten bij de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken. In 2011 schreven Powerhouse Company en architectuurcriticus het boekje Shifts, over de grote veranderingen die de crisis in het vak heeft teweeggebracht. Dit voorjaar verscheen Reactivate! Vernieuwers van de Nederlandse architectuur, over een nieuwe generatie architecten (door Indira van 't Klooster). Tot slot is er The Sustainist Design Guide van Michiel Schwarz en Diana Krabbendam, die in een ecologische en sociale beweging 'het nieuwe modernisme' zien.


Lees verder op pagina V4


Vervolg van pagina V3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden