Op de Pont des Arts worstelen Nuba-krijgers

De voetbrug le Pont des Arts overspant de Seine tussen het statige Louvre aan de ene kant en het zo mogelijk nog statiger Institut de France aan de andere....

Van onze correspondent Martin Sommer

De Pont des Arts vormt al een tijdje het toneel van een gratis openluchttentoonstelling die is uitgegroeid tot een overweldigend succes. Nog krap twee weken zijn de meer dan levensgrote figuren van de Senegalese kunstenaar Ousmane Sow er te bekijken. Worstelende Nuba-krijgers, Masai en Zulu's in volle wapenrusting, traditioneel Afrikaanse echtparen en vooral de beeldengroep rondom de slag van Little Big Horn: het schuifelende publiek maakt op de brug kennis met een beeldend kunstenaar die in Le Monde al is vergeleken met Auguste Rodin.

De expositie is een onderdeel van een cultureel programma waarin eerder een overzicht van twintigste-eeuwse sculptuur was te zien op de Champs Elysées, en werk van Mark di Savero op de Esplanade des Invalides. Maar deze eerste overzichttentoonstelling van Ousmane Sow stelt het succes van de beide andere exposities verre in de schaduw. Misschien komt dat ook wel, luidt de minder eerbiedige verklaring, door de strategische plaats. De brug verbindt de grote Parijse musea waarvoor niet alleen betaald moet worden, maar vooral ook lang in de rij moet worden gestaan.

Ousmane Sow werd in 1935 in Dakar geboren en vertrok in 1957 naar Parijs. Daar moest hij de kunstacademie verlaten wegens geldgebrek. Vervolgens werkte hij als fysiotherapeut. Dat leverde niet alleen een inkomen op, maar ook een degelijke kennis van het menselijk lichaam. Intussen hield hij zich wel bezig met sculptuur, maar zonder veel resultaat. Tot hij in 1984 de foto's zag die Leni Riefenstahl - in een vorig leven Hitlers hofcineaste - maakte van de Nuba in zuidelijk Sudan. De naakte gespierde lijven inspireerden hem om te beginnen aan een serie geboetseerde krijgers van twee meter hoog.

Sow werkt altijd zonder model, op basis van een papier-maché-achtige materie die hij rondom kippengaas en ijzerdraad smeert en plooit. Zijn materiaal is een mengsel van klei, plastic, steen, metaal, jute, pleister en rubber. De samenstelling houdt hij zorgvuldig geheim. Tot slot werkt hij zijn figuren af met vernis dat ze tegen weer en wind bestand moet maken. Dat lukte op de Pont des Arts niet helemaal, al snel moest er enig restauratiewerk gedaan worden.

Voor de beeldengroep waarin Little Big Horn wordt verbeeld, las Sow alles over de slag van 1876 waarin kolonel Custer zijn einde vond. Op de brug tuimelen dode paarden over elkaar, zit indianen-opperhoofd Sitting Bull stoïcijns terzijde, en probeert de stervende Custer nog een laatste kogel af te schieten.

Maar de gespierde en gestileerde lijven van de Afrikaanse krijgers maken toch meer indruk - misschien omdat ze minder politieke boodschap hoeven uit te dragen dan de indianen van Little Big Horn. Met de Afrikaanse traditie van houtsnijwerk heeft Sow weinig binding, of het moest de rauwe kracht zijn die zijn figuren uitstralen.

De expositie wordt permanent door zes stadswachten bewaakt tegen beeldenbeklimmers, en er zijn bussen gesignaleerd die aan de ene kant van de Seine hun reizigers uitladen om ze een kwartier later aan de overkant weer op te pikken. En aan de Louvre-kant van de brug staat nóg een beeld, een gouden farao ditmaal met een centenbak aan zijn voeten. De farao beweegt als er een francstuk in het bakje valt. 'Zie je wel', zegt een toerist tegen zijn vrouw, 'ik zei toch dat die gouden vent niet bij de tentoonstelling hoort.'

De beelden van Ousmane Sow zijn nog tot 20 mei te zien op le Pont des Arts in Parijs.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden