OP DE PIJNBANK

JOOP van den Berg is nog één van de mildere geneesheren die zich rond het ziekbed van de Partij van de Arbeid hebben verzameld....

Van den Bergs diagnose in het nieuwe nummer van het PvdA-tijdschrift Socialisme & Democratie: in twaalf jaar meeregeren is de partij veel van haar openheid en debatcultuur - en haar interne democratie - kwijtgeraakt. Een 'onuitstaanbare vaagheid in optreden', een 'behoefte alles en iedereen in eigen kring onder controle te willen houden' en 'halfhartigheid' zijn de partij opgebroken. Van den Berg is verbijsterd over de weigering van de PvdA een keuze te maken met wie zij wilde regeren: de PvdA deed precies hetzelfde als wat zij vanaf 1966 tot 1994 eerst de KVP en toen het CDA verweet.

Door niet te kiezen, analyseert Van den Berg, maakte de PvdA tegelijkertijd ook GroenLinks strategisch machteloos. Rosenmöller bleef als het ware met zijn uitgestoken hand in de lucht hangen. Doordat de PvdA niet voor en niet tegen samenwerking met GroenLinks wilde kiezen, kon die partij geen kant meer op.

De rigoureuze centralisatie van de macht in de PvdA in de handen van de as Kok-Melkert werd altijd verdedigd met het argument dat de verkiezingen professioneel moesten worden aangepakt. Politicoloog Philip van Praag laat in S & D evenwel geen spaan heel van het campagneteam. Dat is contraproductief gebleken. De professionals hebben de uittocht van de kiezers eerder versterkt dan verzwakt. Doordat men geen centrale boodschap wist over te brengen, bleef het gissen voor de kiezer wat de inzet van de PvdA was. Daardoor was het voor de kiezer uiteindelijk niet van belang of de PvdA wel of niet de grootste zou worden.

Het campagneteam kopieerde de strategie van 1994 en 1998: kies de minister-president. Net als met Kok werden alle kaarten op Melkert gezet. Maar waar Kok een immens vertrouwen onder de kiezers had, lag Melkert juist ver achter op zijn concurrenten. In oktober 2001 al bleek de trouw van de PvdA-kiezer opmerkelijk gedaald. Maar liefst 40 procent van alle kiezers had zijn buik vol van Paars.

Paars werd door de PvdA-strategen verdedigd door terug te grijpen op de successen van het eerste kabinet-Kok: de financiën en de werkgelegenheid. Maar, merkt Van Praag snedig op, dáárvoor hadden de kiezers PvdA en VVD al in 1998 beloond.

Inhoudelijk kwam de PvdA steeds meer in het defensief, vooral door de aanvallen van Fortuyn op het terrein van de minderheden. Felix Rottenberg, René Cuperus en Frans Becker vinden dat de PvdA nu eindelijk eens naar 'de sociaal-democraten H.J. Schoo, Arie van der Zwan en Paul Scheffer', moet luisteren. Dit dissidente trio moet de nieuwe koers inzake integratie gestalte geven, want anders komen de Fortuynstemmers nooit meer in de sociaal-democratische moederschoot terug. Ik ben benieuwd of dit vermetele advies wordt opgevolgd.

Meer overeenstemming bestaat er over de noodzaak alle partijleden te laten meebeslissen over de nieuwe politiek leider. Kandidaten dienen zich nog niet aan; Dick Benschop, campagneleider en beoogd fractievoorzitter, laat het afweten. Wöltgens beveelt een 'type-Stekelenburg' aan om 'onze stam-kiezers in Rotterdam en Kerkrade' te herwinnen, Oudkerk houdt het op Job Cohen.

Interessant is de suggestie van de in de knop gebroken politieke talenten Jeroen Dijsselbloem en Staf Depla: geef niet alleen de leden, maar ook de PvdA-kiezers invloed op het selecteren van de nieuwe aanvoerder. De vaste kiezers zouden zich bijvoorbeeld tegen een symbolische financiële bijdrage bij het partijbureau kunnen aanmelden.

Het is een zinvolle gedachte, want de kleine zestigduizend PvdA-leden zijn vergrijsd en vergroeid met de collectieve sector, dus niet representatief voor het hele PvdA-kiezersvolk. Het duo sluit onbewust aan bij de praktijk van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Per staat worden zogenaamde primaries gehouden, waarbij de kiezers per partij bepalen wie van de kandidaten genomineerd moet worden als de presidentskandidaat. Elke staat vaardigt gedelegeerden af naar de nationale conventie van de partij met de opdracht de uitslag van de primary tot gelding te brengen. De kandidaat die de meeste gedelegeerden op de partijconventie achter zich heeft, krijgt de nominatie.

De primaries werden door de Progressive Movement negentig jaar geleden bedacht om een einde te maken aan de almacht en de kuiperijen van de bonzen in de Democratische en Republikeinse partij. Het heeft lang geduurd voordat dat doel bereikt werd, maar sinds de jaren tachtig kan geen kandidaat om de primaries, dus de kiezers, heen. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden