Op de operatietafel is iedereen gelijk

Driekwart van de patiënten in Amerika’s legerziekenhuizen in Irak is Irakees. Ook verzetsstrijders belanden er...

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

Zijn zwaar verminkte lichaam schokt heftig. Eerst buigt Nuri het hoofd naar voren, daarna zwiepen zijn benen omhoog. Ten minste, wat er nog van over is. Een Amerikaanse verpleegster poogt de zwaar gewonde Irakees te kalmeren terwijl de klanken van de rockgroep Simple Plan loeihard door de verpleegafdeling knallen.

Ze fluistert en legt een hand op Nuri’s borst. Hij hoest zwaar.

Het groeiende aantal Irakezen dat belandt in Amerikaanse legerziekenhuizen in Irak, in het bijzonder rebellen, stelt de artsen en verplegers elke dag voor een dilemma. Want tot hoe ver moet je gaan in je medische plicht om ook gewonde vijandelijke strijders te helpen?

Nuri, die ligt in het 28ste Combat Support Hospital (CASH) in Bagdad, is geen onschuldige burger die het slachtoffer was van een zelfmoordaanslag. Noch is hij een gewonde Irakese soldaat. Nuri is een soennitische strijder die vier dagen terug in Bagdad met een wegbom een Amerikaanse patrouille probeerde op te blazen.

Alleen explodeerde het explosief voortijdig en belandde de rebel, binnengebracht door een groep Amerikaanse soldaten, in de CASH. Waar hij door Amerikaanse chirurgen en verplegers van de wisse dood werd gered.

Het is een vreemde gewaarwording: een etage boven Nuri, evenals op de Eerste Hulp, liggen zwaar gewonde Amerikaanse soldaten die zijn getroffen door bommen van de rebellen. Of ze zijn door Iraakse scherpschutters in het hoofd geschoten.

Tegenover Nuri liggen zijn andere vijanden: Iraakse soldaten die ook zijn opgeblazen.

‘We behandelen iedereen die hier binnenkomt gelijk, zelfs de bommenleggers’, zegt verpleger James Kilbourn (27) droogjes. ‘Wat moeten we anders doen: ze laten doodgaan?’

Hoofdverpleger Bill White (42): ‘Irakezen vragen ons vaak waarom we deze kerels redden. Waarom we zoveel moeite doen om ze in leven te houden en ze niet een kogel door hun kop schieten. Ze begrijpen niet dat een professioneel leger wel zo te werk moet gaan.’

De Verenigde Staten zorgen goed voor hun oorlogsgewonden in Irak. Maar de zelfde snelle en moderne medische zorg staat dagelijks ook ten dienste van gewonde anti-Amerikaanse strijders om ze in leven te houden. Zo’n driekwart van de patiënten van het legerziekenhuis in Bagdad is Irakees: behalve rebellen en Iraakse soldaten worden ook burgers geholpen die gewond zijn geraakt bij aanslagen.

Niet zelden zijn artsen en verplegers in de Eerste Hulp, of op de operatietafel, tegelijk bezig met het in levend houden van een Amerikaanse soldaat en de Irakees die het op zijn leven had gemunt. Gewonde rebellen moeten vaak ook worden geblinddoekt om te voorkomen dat ze later de tientallen Iraakse tolken en schoonmakers verraden die in de CASH werken.

Op de operatieafdeling bereidt chirurg Felipe Villena zich op een middag voor om Nuri (overigens niet zijn echte naam) opnieuw te opereren. Toen een Amerikaanse MP-eenheid hem bij de CASH afleverde, ging de Irakees meteen vijftien uur onder het mes.

Zijn gezicht was voor de helft weggeslagen en zijn beide benen moesten vanaf de knie worden geamputeerd. Villena: ‘Wat ik voel om zo iemand te helpen? Een patiënt is een patiënt. We hebben gezworen, als artsen, om elk leven te redden. Maar je hebt ook je gevoelens. Deze kerel wilde toch Amerikanen opblazen.’

Omdat Nuri door de zware gezichtswonden niet kan eten, leggen Villena en zijn collega’s een buis aan in zijn maag zodat hij gevoed kan worden. ‘Dit deel van het gezicht was weg’, legt de in de Filipijnen geboren arts uit, onder begeleiding van Pink Floyds Dark side of the Moon.

‘Het ziet er nu beter uit. Maar hij zal nog veel reconstructieve chirurgie nodig hebben in Iraakse ziekenhuizen.’

Naast Nuri is een team bezig met een 17-jarige Irakees die een zware schotwond heeft. Een nier wordt weggehaald. Villena: ‘We weten niet wie hij is en wat hij deed. Hij werd gewoon hier afgeleverd door onze soldaten omdat hij er ernstig aan toe was.’ Zijn collega Harry Snowdy haalt ondertussen het verband van Nuri’s onderbenen.

‘Eerlijk gezegd krijg ik er geen blij gevoel van om zo’n vent te opereren’, zegt Snowdy eerlijk. ‘Als hij geslaagd was in zijn opzet, had hij heel wat mensen opgeblazen, soldaten of burgers, die gelukkig waren. Als arts moeten we iedereen bijstaan. Maar ik heb hier toch gemengde gevoelens over.’

Op de Eerste Hulp worden een paar dagen later twee Iraakse broers binnengebracht, met ernstige brandwonden, die ook een wegbom probeerden te plaatsen. Maar ook dit explosief ontplofte voortijdig, op korte afstand. De verplegers en artsen die het tweetal behandelen, moesten nog geen kwartier daarvoor een Amerikaanse soldaat met een ernstige hoofdwond helpen. In de hal van het ziekenhuis verzamelt een militair diens persoonlijke spullen: geld, sigaretten, een bebloed uniform.

‘Die twee broers probeerden onze jongens op te blazen en nu doen Amerikaanse artsen daarbinnen hun best om hun leven te redden’, zegt dominee Kwon Pyo (51) vlak bij de Eerste Hulp. ‘Niet veel legers behandelen hun vijanden met zoveel genade.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden