Op de nul

Er zijn twee Nederlanden. Het ene boven zeeniveau, het andere eronder. Ze verschillen als dag en nacht, ontdekte Sietse van der Hoek.

'In het westen van Nederland is de mentaliteit liberaal, ondernemend, vooruitstrevend en nuchter-realistisch. In het oosten daarentegen, hangt men aan principes en idealen. Daar leven oude tradities veel langer voort en bestaan veel hiërarchischer structuren. West tegenover oost, dat is als Laurel versus Hardy, Van Kooten versus De Bie, Ernie versus Bert, Bassie versus Adriaan.'

Oost is oost en west is west. Sietse van der Hoek zegt het Rudyard Kipling na, maar de oud-Volkskrantjournalist heeft het over Nederland. Waar de twee elkaar ontmoeten, loopt de 0-NAP-lijn, die de onder de waterspiegel gelegen helft van Nederland scheidt van het deel dat, bij het wegvallen van de dijken, droog blijft. In zijn boek Langs de nullijn beschrijft Van der Hoek die twee Nederlanden.

'Ten westen ligt het lage land van klei en veen, dat daar door de zee terechtkwam en vervolgens door de mens werd ontgonnen, ingepolderd, drooggemalen en nadien telkens weer opnieuw vormgegeven', schrijft hij. 'Dat is het land van licht en ruimte, de leegte en de ogenschijnlijk nuchtere rechtlijnigheid van Mondriaan, Angelsaksisch georiënteerd. Er tegenover vind je de bekoring en beschutting van beek en bos, waar het romantisch is, mystiek en kronkelig, Duits angehaucht.

'Uniek en wonderbaar: geen land ter wereld kent op zo'n klein, zo'n overzichtelijk oppervlak - en ook nog diagonaal het land in twee gelijke delen verdelend - zo'n hoog-laag tegenstelling als Nederland.'

In Langs de nullijn werkt Van der Hoek deze gedachte uit. Hij verdiepte zich in historische en sociologische studies, ging te rade bij wetenschappers en kunstenaars, burgers en boeren, ondernemers en slippendragers. En hij reisde, langs de 0-NAP-lijn, door Nederland: van Goes naar Groningen.

'In de loop van de jaren is mij steeds meer opgevallen dat er duidelijke verschillen zijn tussen mensen die als regel op vakantie gaan naar kustgebieden en anderen die bijna altijd naar bossen en bergachtige streken gaan. Kustgangers waren naar mijn indruk altijd een stuk nieuwsgieriger en vooruitstrevender dan mensen die het binnenland opzochten.'

Een aantal jaren geleden had Van der Hoek een gesprek met een vrouw die op het punt stond met een doopsgezinde predikant te trouwen. 'Van de vele protestantse stromingen in de Lage Landen was de doperse beweging de oudste en in eerste instantie ook de radicaalste. Zo radicaal dat ze met veel geweld in Amsterdam en Münster eigenhandig het koninkrijk van God op aarde probeerden te vestigen.'

Uit dat gesprek kwam bij Van der Hoek het idee voort een boek te schrijven over de doopsgezinden. Het intrigeerde hem dat de Nederlandse doopsgezinden geheel assimileerden met de Nederlandse samenleving en bovendien bijna allemaal aan de kust woonden.

'De doopsgezinden die in de loop der eeuwen zijn weggetrokken, eerst naar Polen, daarna naar Rusland en vervolgens naar Noord- en Zuid-Amerika, zijn echter allemaal uitgesproken orthodox gebleven. Die hebben zich zo vastgeklampt aan het oude geloof dat ze zelfs de manier van leven van de 18de eeuw willen vasthouden. Het bekendste voorbeeld daarvan zijn de Amish. Die wonen allemaal in het binnenland.

'Deze constatering bracht mij op de gedachte: als je aan de kust woont en daar blijft, kan het kennelijk niet anders dan dat je je dogma's verliest en je noodgedwongen aanpast aan de omstandigheden en de wereld om je heen. Wil je dat niet, dan trek je je welbewust terug in het binnenland. Toen ik bij die conclusie arriveerde, besloot ik te kijken of je dat in de Nederlandse samenleving kon terugvinden.'

Tot Van der Hoeks favoriete ontdekkingen behoort de Oukooppolder, die vlak onder Vinkenveen ligt en wordt doorsneden door de A2, de spoorlijn Amsterdam-Utrecht en het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit is volgens hem de geboortestreek van de Nederlandse democratie. 'Wanneer je van Amsterdam naar Utrecht rijdt, zie je direct na de geluidsschermen bij Vinkeveen aan je rechterhand een dorpje met een kerktoren: Nieuwer ter Aa. Duizend jaar geleden begonnen slootgravers vanaf de oever van het riviertje de Aa het land te ontwateren en geschikt te maken voor landbouw. Ze hadden met de eigenaar, de bisschop van Utrecht, een ontginningscontract gesloten. Dat is van geweldig historisch belang! Hier verwierven namelijk voor het eerst in de geschiedenis van West-Europa gewone mensen een zekere economische en politieke onafhankelijkheid in de van god gegeven hiërarchie van leenheer, leenman en onderhorigen.'

Van der Hoek sprak in de Oukooppolder met boer Nico Karsemeijer en vond in hem de mentaliteit die altijd kenmerkend is geweest voor de streek. 'Deze boer bleek een groot historisch bewustzijn te hebben. Hij was de vijfde generatie Karsemeijer op zijn boerderij en stamde af van een Duitse grasmaaier die als seizoenarbeider naar Holland was gekomen en daar is blijven hangen. Een pionier dus, in een streek die altijd afhankelijk is geweest van pioniers. En geheel in de stijl van de slootjesgravers van duizend jaar terug, toonde Karsemeijer tijdens ons gesprek een hartstochtelijke afkeer van overheidsbemoeienis.'

Het ontginnen en voor de landbouw geschikt maken van woest laagland ligt zelfs ten grondslag aan de rijkdom van ons koningshuis, ontdekte Van der Hoek. 'Ene Willem Snickerieme maakte in de 14de eeuw zijn fortuin met landontginning. Zijn gigantische erfenis kwam terecht bij de Johanna van Polanen, die daardoor in één klap de meest begeerde huwelijkspartner van Europa werd.

Engelbrecht van Nassau wist de op dat moment 11-jarige Johanna aan de haak te slaan. De Nassaus erfden later het prinsdom Orange, gingen zich Oranje-Nassau noemen en de rest is geschiedenis. Overigens was Snickerieme een bastaard en had hij zeker elf bastaardkinderen. Ook in dat opzicht was hij een waardige voorvader van de Oranjes.'

Van der Hoek legt verrassende verbanden in zijn boek. Na een gesprek met musicus Sigiswald Kuijken, gespecialiseerd in renaissance- en barokmuziek, ziet hij een link tussen de componeerstijl van de polyfonisten uit de Lage Landen, bij wie alle stemmen gelijkwaardig zijn en er geen dominante hoofdmelodie is, en de opkomst van democratie en het gelijkwaardigheidsbeginsel in de kuststreken.

Elders verwijst hij naar economisch historicus Jan Luiten van Zanden, volgens wie aan de Noordzeekust het moderne huwelijk ontstond met een zelfstandiger rol voor de vrouw. 'Aan de Noordzeekust, vooral in Holland, komt in de 16de eeuw het feminisme op, als logisch gevolg van het feit dat de vele vissers- en zeemansvrouwen gedwongen waren zelf hun boontjes te doppen. Ze regelden hun eigen geldzaken en waren een stuk assertiever dan vrouwen in oostelijk Nederland. Je hoefde voor hen de deur niet open te houden hoor, dat konden ze zelf wel. Hollandse mannen hielden er in het buitenland de reputatie aan over niet erg galant te zijn. En waar elders in Nederland vrouwen maar zo'n 10 procent van de criminaliteit voor hun rekening namen, lag dat in Amsterdam op een gegeven moment op 40 tot 50 procent.'

Natuurlijk wijdt oud-televisierecensent Van der Hoek ook een hoofdstuk aan de Nederlandse omroep, die anders dan bijvoorbeeld de BBC, landinwaarts in de provincie is gevestigd, niet in de hoofdstad bij de kust. 'Vermoedelijk is de reden dat het dienstmeisje van omroeppionier Willem Vogt niet weg wilde uit het Gooi en zijn echtgenote bang was voor die brutale Amsterdamse vrouwen. Maar een slaperig dorp als Hilversum is natuurlijk geen basis voor een nieuwsgierige, naar buiten gerichte omroepcultuur. Die hebben we in Nederland dan ook niet gekregen.'

Oost en west: never the twain shall meet. En waar een poging wordt gedaan die ontmoeting te forceren, slaat het noodloot genadeloos toe. In Langs de nullijn heeft die ontmoetingspoging Hoog Catharijne, het Utrechtse winkelcentrum dat het historische centrum in het 'hoge oosten' moest verbinden met het 'lage westen' van de stad.

Van der Hoek: 'Utrecht heeft een uitgesproken schizofreen stadshart, met aan de oostkant steegjes en straatjes, de Dom, de Oudegracht, kroegen, kerken, de universiteit en terrasjes langs het water. Aan de westkant vind je hoogbouw, de hoofdkantoren van twee van de vier systeembanken van Nederland, parkeerterreinen en de hallen van de Jaarbeurs. Het naar binnen gerichte Hoog Saggerijne moest beide delen verbinden, maar de utopie werd een dystopie. Tja, dat komt er nou van als je hoog en laag wilt verzoenen.'

Hoewel hij zich in Langs de nullijn tot Nederland beperkt, ziet Van der Hoek de tegenstelling kuststreek-binnenland overal terug. En telkens krijgt het binnenland overwegend negatieve eigenschappen toebedeeld. 'In de landen rond de Noordzee hebben van oudsher vormen van democratie en zelfbestuur bestaan, terwijl de boerenbevolking in akkerbouwstaten als Sparta, het Romeinse Rijk, het Frankische Rijk, Pruisen en Rusland altijd onderdrukt is geweest. Het antisemitisme was het felst in Polen, Spanje, Duitsland, Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland. Ik geloof niet dat het toeval is dat de overgrote meerderheid van de concentratiekampen zich niet aan de kust bevond, maar in het binnenland. Hetzelfde geldt trouwens in hedendaags Nederland voor de asielzoekerscentra.'

In het slothoofdstuk van zijn boek kijkt Van der Hoek over de Europese grenzen heen en haalt een studie aan die de ontwikkelingen in Zuidoost-Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara vergelijkt. 'Vijftig jaar geleden waren beide gebieden er economisch ongeveer even slecht aan toen. Vandaag de dag leeft in Afrika-bezuiden-de-Sahara 44 procent van de bevolking onder de armoedegrens, terwijl dat in Zuid-Korea, Thailand, Maleisië, Singapore en Indonesië niet meer is dan 7 procent.'

Uit de door Van der Hoek aangehaalde studie blijkt dat door land ingesloten en aan grondstoffen arme landen, het slechtst af zijn. 'Kustlanden, ook als ze arm aan hulpbronnen zijn, presteren het best. Buiten Afrika woont 88 procent van de bevolking in landen aan de kust, in Afrika niet veel meer dan 30 procent. Ik weet het, het klinkt controversieel, maar ik denk dat het waar is. Zeelucht maakt vrij, rijk en gelukkig.'

Januari 2011: de Waaldijk bij Ophemert (tussen Zaltbommel en Tiel).

Arbeiderspers, 344 pagina's, 19,95 euro

Groningen

Sietse van der Hoek (Groningen, 1943) was van 1973 tot 1979 journalist bij het

Algemeen Groninger Persbureau Tammeling en van 1982 tot 2001 redacteur van de Volkskrant, waar hij onder meer actief was als televisierecensent en correspondent te Berlijn. Hij schreef meerdere boeken, waaronder Elfstedentocht, Supergenen en turbosporters, Ooit gebouwd voor altijd, De man van Trinidad, Mijn Groningen en Moest lezen - 't Westerketier verbeeld. Foto Omke Oudeman

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden