Op de lopende band van de tijd

Elke tekst is door het verfbad van de taal en de geest van de auteur bewerkt en verkleurd, schrijft historicus H.W. von der Dunk in De glimlachende sfinx.

ANET BLEICH

Wie geneigd is zich vakhistorici voor te stellen als in de archieven weggedoken kamergeleerden, valt aan te raden De glimlachende sfinx van emeritus hoogleraar cultuurgeschiedenis Hermann von der Dunk tot zich te nemen. Niet alleen hanteert de auteur de pen met vaart en verve en kunnen uit zijn essays moeiteloos pregnante aforismen worden geplukt. Ook schrikt Von der Dunk allerminst terug voor pittige uitspraken over het hier en nu. Zijn inleiding, 'een balans van deze tijd', staat er vol mee.

Het ten tijde van de Verlichting ontstane geloof in de mens als autonoom handelend individu is volgens Von der Dunk in onze dagen uitgemond 'in de hybris van een maakbare samenleving'. Hij illustreert die stelling verrassend met 'de almaar hogere torens waarmee men elkaar tegenwoordig probeert te overtroeven en waarbij de Eiffeltoren al een dwerg wordt'. De 'snel toenemende efficiëntie en automatisering van het alledaagse bestaan' leidt niet alleen tot vrijheid en comfort, maar dreigt de mens ook te 'tiranniseren en automatiseren'. De economisch denker Joseph Schumpeter zag dit probleem al aankomen. 'Eerst schiep de mens de machine die hij nodig had en vervolgens schiep de machine de mens die zij weer nodig had', citeert Von der Dunk.

Scherp mag ook zijn visie op de neoliberale markteconomie worden genoemd. Er 'kwam een nieuwe kapitalistische elite van managers, directeuren en bankiers op, die was losgezongen van nationale bindingen en die aan de internationale adel in de late achttiende eeuw doet denken. (...) Misdadigheid bij de onderlagen (...) vormt de tegenhanger van de geldwolven in driedelige streepjespakken aan de top, onwettige versus semigelegaliseerde vormen van roof.' Zonder aarzeling keert de historicus zich voorts tegen de naar zijn smaak veel te ver doorgeschoten openbaarheid die hij exhibitionistisch vindt. 'De journalistieke sensatiedrang (...) heeft de publieke arena veranderd in één groot nudistenstrand.'

Het interessantste aan Von der Dunks commentaar op het heden is dat hij laat zien hoeveel tegenstrijdige krachten in de moderne samenleving werkzaam zijn en hoe daaruit sterk uiteenlopende visies kunnen voortkomen. Er zijn argumenten genoeg voor een optimistisch beeld van een maatschappij 'waarin nog nooit zo velen zo royaal boven het bestaansminimum leefden, waar vangnetten van sociale zekerheden de meesten behoeden voor een val in de put, waar een liberale staat (...) vrijheden van geloof en mening garandeert en waar de techniek ons niet alleen middelen voor comfort, genot en ontspanning bezorgt waar onze voorouders niet van droomden, maar waar de wetenschap ook de gemiddelde levensduur verlengt en tal van ziekten kan onderdrukken of voorkomen.'

En toch is de bewoner van dit bijna-paradijs niet gelukkiger dan zijn voorouders. Door het wegvallen van de religie als bindend richtsnoer en van andere grote verhalen is hij 'met heel zijn welvarende samenleving in een immense leegte terechtgekomen en probeert met behulp van techniek en kunsten het vluchtige bestaan (...) zoveel mogelijk te vullen met een aanbod van amusement. Het is een weergaloos hedonisme, dat op een oorverdovend fluitconcert in het donker van de radeloosheid lijkt (...) de materie is de enige realiteit geworden.' Dit roept ook weer een reactie op, in de vorm van 'religieuze opleving, massale opwekkingsbewegingen en een godsdienstig dogmatisme zoals dat dertig jaar geleden nog niet voor mogelijk werd gehouden. Er is een steil fundamentalisme opgekomen dat de wetenschap flagrant negeert en zich beroept op de letter van heilige boeken (christelijke, islamitische, joodse).'

Als de wereld van vandaag al gekenmerkt wordt door zulke tegenstrijdige processen, met de mogelijkheid voor de waarnemer om heel verschillende accenten te leggen, hoe veel moeilijker is het dan om het verleden waarheidsgetrouw te beschrijven. Is geschiedschrijving die de werkelijkheid van weleer blootlegt überhaupt mogelijk? Dat is een vraag die Von der Dunk erg bezighoudt en hij weet er behartigenswaardige dingen over te zeggen. Allereerst dat objectiviteit in absolute zin mogelijk noch wenselijk is. Stel dat je de val van de Berlijnse Muur feitelijk en zonder een poging te doen context en betekenis te schetsen wilt beschrijven, dan kom je uit bij: 'Op 9 november 1989 werd 's avonds een muur in Berlijn gesloopt.' Dat is wáár, maar volkomen nietszeggend.

Enige subjectiviteit is onvermijdelijk. Hierbij doet zich weer een paradox voor, want hoe dichter het verleden bij de eigen tijd ligt, hoe groter de (ook onbewuste) verleiding voor de historicus om eigen subjectieve inzichten te laten meespelen. Aan de andere kant: hoe langer geleden iets is gebeurd, hoe lastiger het is om je in te leven in de voorstellingen en waarden uit dat tijdperk. Zich inleven is volgens Von der Dunk van groot belang; de historicus is degene die 'het andere naar het eigene' vertaalt; 'een vertaling die feitelijk de kwintessens van zijn hele werk is'. Dé werkelijkheid van toen kan daarmee niet worden weergegeven, alleen een zo getrouw mogelijke selectie eruit, 'elke tekst is door het verfbad van de taal en de geest van de auteur bewerkt en verkleurd'. 'Huizinga's beeld van de Middeleeuwen spreekt zo aan (...) doordat het Huizinga's Middeleeuwen zijn.'

En niet alleen de individuele geschiedschrijver laat sporen na, ook de tijd waarin hij werkzaam is, want hij kan zich nooit helemaal onttrekken aan de heersende denkwijzen. Zo verschuift ons beeld van het verleden voortdurend, de geschiedschrijving bevindt zich als het ware 'op de lopende band van de tijd'. 'Wie hier een definitief slotwoord zoekt, merkt dat Kleio verandert in een sardonisch glimlachende sfinx die ons beduidt: 'Het was anders'.'

Om de historicus-in-spe niet al te zeer te ontmoedigen: afstand in tijd helpt wel om de grote lijnen te ontwaren, verbanden die de tijdgenoot aan het begin van een historische ontwikkeling nog onmogelijk kan zien. Von der Dunk geeft een mooi voorbeeld. 'Niemand wist of voorzag vermoedelijk toen op 5 mei 1789 voor het eerst sinds 175 jaar de afgevaardigden van de Franse Staten-Generaal in de Salle des Menus Plaisirs, een voor die gelegenheid haastig klaargemaakte opslaghal voor toneelattributen, bijeen werden getrommeld vanwege de grote financiële perikelen, dat dit het begin zou zijn van een van de allergrootste omwentelingen in de geschiedenis.' Wat destijds de gemoederen vooral bewoog was de omvang van de baldakijn waaronder Lodewijk Vl zou plaatsnemen. De architect en de hofhouding raakten daarover in de clinch. Wat een belachelijk conflict, zijn wij geneigd te denken. Maar, aldus Von der Dunk, zo'n baldakijn symboliseerde wel de macht van de monarchie. En niemand besefte op dat moment 'dat een nieuwe wereld bezig was de oude te verdringen, die in de grootte van de baldakijn een zaak van de eerste orde had gezien'.

Historische kennis kan, ook al berust ze onvermijdelijk op subjectieve interpretaties, helpen te begrijpen hoe de huidige samenleving is geworden wat ze is. Ze kan ook worden gebruikt om de toestand van nu te rechtvaardigen (... het is nu eenmaal zo gegroeid). Misschien is haar belangrijkste bijdrage dat ze de blik scherpt voor de veranderlijkheid en vergankelijkheid van alles wat wij vanzelfsprekend achten. Dat geldt volgens Von der Dunk zelfs voor de democratie die in Europa het christendom als credo heeft vervangen. Hij ziet de democratie bedreigd door populisme en fundamentalisme. 'Ook de democratie blijft een boot die op de golven van de historische veranderingen en generaties meedeint en waarvan nooit zeker is dat ze bij onstuimig weer niet kan kantelen', constateert hij somber.

Die neiging tot pessimisme (waarvoor in dit geval overigens alle aanleiding is) komt bij Von der Dunk af en toe boven, met name als het om moderne kunst gaat. 'Hier heerst volstrekte chaos, een omslag van sacralisering in prostitutie en infantilisering die als bewijzen van originaliteit en individualisme worden verheerlijkt', tiert hij plots. Dat heeft wellicht toch iets te maken met de leeftijd van de in 1928 geboren geleerde. Maar het doet weinig af aan het leesgenot dat zijn jongste essays opleveren, De glimlachende sfinx is een rijke bron van Aha-Erlebnisse.

H.W. von der Dunk: De glimlachende sfinx - Kernvragen in de geschiedenis.

Bert Bakker; 448 pagina's; € 24,95.

ISBN 978 90 351 3638 0

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden