Op de loop voor de stad

Ethiopisch eten kun je er niet, en De Bijenkorf is wel heel ver weg. Toch lokt de provincie steeds meer stedelingen weg, vooral de echtparen met kleine kinderen....

Ze liepen er al heel lang mee rond, Koop Hofman (43) en Katie Willems (41). Hij eigenlijk al sinds hij twintig jaar geleden in de stad kwam wonen. Bij haar is het gevoel er langzaam ingeslopen, zo ongeveer vanaf het moment, zeven jaar geleden, dat ze hun eerste kind kregen. En nu hebben ze het definitief besloten: ze gaan de stad uit. Weg van de drukte, de stank en de onveiligheid. Op naar de rust, de ruimte en de natuur. Op naar Drenthe, kortom.

Het is niet meteen te begrijpen als je hun huidige woonsituatie beziet. Een mooi, ruim herenhuis aan het 'goudrandje' van de Rotterdamse wijk Het Oude Noorden. Achterin hun diepe tuin pronkt een enorme Italiaanse populier, daaronder is her en der speelapparatuur opgesteld. Anne (7) en Jurre (5) hebben het sowieso goed getroffen; het rijtje bewoners waartoe Hofman en Willems behoren, heeft een doorloop gemaakt in hun tuinen, waardoor hun kinderen overal met elkaar kunnen spelen.

Toch is het deels voor de kinderen dat Katie Willems en Koop Hofmann de stad uit willen. 'Hierachter is het heerlijk, maar als je de voordeur uitloopt begint de stress van de grote stad,' zegt zij. 'Onze kinderen krijgen langzamerhand een grotere actieradius. Ze willen een blokje om fietsen of elders buiten spelen. We wonen hier aan een doorgaande weg vlakbij het centrum. Hier komt dus van alles langs.'

Koop Hofman vult aan: 'We laten onze kinderen niet voor het huis spelen zonder dat we erbij zijn.'

'En dat is jammer', zegt zij, 'want ik wil graag dat ze buiten spelen. Ik gun het ze dat ze kunnen slootje springen en kikkers vangen. Al kan er op het platteland natuurlijk ook van alles gebeuren.'

Goed, geven ze toe, ze projecteren hun eigen wensen op hun kinderen. Want zelf hebben ze nog wel meer redenen waarom ze de stad willen verlaten. Eigenlijk is het zo'n beetje alles bij elkaar. Koop Hofman: 'We kwamen erachter dat we sinds we kinderen hebben nog maar heel weinig bezig zijn met de stad.'

Het is de behoefte aan ruimte, rust en frisse lucht die hen aantrekt in het platteland. Maar ook de nabijheid van de natuur en een wat vage hang naar meer gemeenschapsleven. Katie Willems: 'Toen ik dat boek over Jorwerd had gelezen dacht ik: "Goh, ik wil ook een beetje dorpsig met mensen omgaan. Ik zou wel lokaal actief willen zijn."'

Koop Hofman: 'Ik heb zestien jaar op het platteland gewoond. Mijn vader was boer in Friesland. Je beleefde daar letterlijk de wisselingen van de seizoenen. De constante pressie en drukte die je hier voelt, heb je daar niet. Het zo maar in de natuur lopen, daar moest ik de laatste keer dat we op een camping stonden gewoon weer aan wennen. Hier komen we bijna nooit in het bos. Het dichtstbijzijnde bos is anderhalf uur fietsen. In plaats daarvan heb ik last van de vieze lucht die vaak in de stad hangt. Als je hier de deur uitloopt, loop je tegen een muur van autolucht op.'

Katie Willems: 'De link met het gewone leven wordt in de stad ook steeds kleiner. Zo'n 24-uurs economie, dat is toch raar. Midden in de nacht kopiëren, volgens mij word je daar toch een beetje maf van. Een paar weekenden geleden was hier de hele stad afgesloten. Er was Nederland-België, er waren Havendagen en er waren wegwerkzaamheden. Ik bedoel maar: er is altijd wat.

'De stad vereist een hoge mate van beschaving, want de mensen zitten eigenlijk te dicht op elkaar. Maar de stad trekt juist ook maffe types aan omdat het daar minder opvalt. Ik wil nu weer de ruimte, ik wil een landschap kunnen zien en ik wil buitenlucht opsnuiven.'

Ze braken zich al jaren het hoofd over hoe ze de stad uit konden komen met behoud van werk. Hij is muziektherapeut in Rotterdam en zij is research & development-manager bij een bouwconcern in Woerden. De doorbraak kwam toen hij een baan kon krijgen in Assen. Deze maand is hij begonnen en voor het einde van het jaar hopen ze een geschikt huis te vinden ergens in het populaire Drentse stroomdallandschap. Katie Willems: 'We zoeken een woonboerderij met een beetje land eromheen, waar een pony kan lopen.' Koop Hofman: 'En met een bijschuurtje voor mijn muziekspullen.'

Zij zal wat meer moeten improviseren om het wonen in Drenthe te combineren met haar werk. 'Dat speelt zich toch vooral af in het midden en het westen van het land. Ik zou ook deels vanuit huis kunnen werken. En ik wil naar vier dagen toe. Op die manier moet het kunnen. Maar ik moet daar op mijn werk nog flink over discussiëren.'

De woonboerderij die Koop Hofman en Katie Willems zoeken zal al gauw zo'n acht ton gaan kosten, voorspellen ze. Want Drenthe is al eerder ontdekt door de stedeling. En niet alleen Drenthe, maar ook Overijssel, Gelderland en delen van Friesland en Noord-Brabant. In feite behoren Hofman en Willems tot de nieuwe migratiegolf die volgens het Sociaal en Cultureel Rapport 1998 van het Sociaal Cultureel Planbureau (scp) aan het ontstaan is. Er is sprake van een groeiende voorkeur voor een landelijk woonmilieu, 'die botst met de ruimtelijke beperkingen die Nederland kent', aldus het rapport. En: 'De nieuwe migratiestroom zal het vestigingspatroon van de bevolking ruimtelijk nog veel gespreider doen worden. Grootschalige nieuwbouwwijken met compacte bebouwing onder de invloedssfeer van de grote steden worden minder gewild en het platteland zal onder druk komen te staan als gevolg van de toenemende vraag naar landelijk wonen.' Al op korte termijn, meldt het rapport verder, zal de trek naar het midden en het oosten van het land toenemen. Opvallend is dat in het scp-rapport ook wordt vastgesteld, dat de huidige bouw van grootschalige nieuwbouwwijken (Vinex-locaties, red.) niet aansluit bij de verwachtingen over de toekomstige woonwensen ten aanzien van het landelijke wonen. Overigens is het de vraag of de rust op het platteland vervolgens van lange duur zal zijn. Veel bedrijven, zoals de ing-bank, hebben inmiddels bedacht om vooral buiten de Randstad uit te breiden, deels om het personeel te behagen dat genoeg heeft van de files en de dure huisvesting.

'De trek de stad uit is structureel', bevestigt Rob van Engelsdorp Gastelaars, hoogleraar sociale geografie en lid van de adviesraad van het ministerie van vrom. 'En de hoofdreden is: ruimte. Althans, ruimte voor een bepaalde prijs. Een beetje groot huis is hier eigenlijk onbetaalbaar geworden. Dat geldt ook voor huurwoningen in de vrije sector; je krijgt hier bijna niks voor de huurprijs die je betaalt.'

Niet iedereen trekt overigens de stad uit. Sterker, sommige groepen worden alleen maar groter; alleenstaanden, (kinderloze) carrièregezinnen, allochtonen en studenten. Van Engelsdorp Gastelaars: 'De bevolkingssamenstelling van steden als Amsterdam en Utrecht wordt steeds afwijkender. Het zijn de huishoudens met ruimtebehoefte, gezinnen met kinderen dus, die in potentie zin hebben om de stad uit te gaan. Zij lijden onder de congestie, de dichtheid in de stad. Zij redeneren: hoeveel vierkante meter vloeroppervlak heb ik en heb ik een tuin? Maar ook: hoe druk is het buiten, kunnen de kinderen rustig buiten spelen en hoever moeten ze lopen om uberhaupt ergens te kunnen spelen? En dan moet je eerlijk zijn: een kind loopt niet meer alleen door de stad. Het moet doorlopend begeleid worden, het is een achterbankkind geworden. Ik woon hier vlakbij het Vondelpark en daar zie je een hele rare omdraaiing van de normale situatie. Je hebt daar nog een paar met hekken afgezette enclaves waar kinderen veilig kunnen spelen, de rest van het park is in beslag genomen door al of niet skeelerende jongeren. Zelf loop ik hier nu al zo'n dertig jaar het park in, maar als ik er nu naar kijk denk ik eigenlijk: "Wat een waanzin."'

Het is het beeld van Amsterdam als festival-, jongeren-, toeristen- en subcultuurstad, dat Van Engelsdorp Gastelaars schetst. Maar ook het beeld van de grote stad waarin de arme, veelal allochtone gezinnen en de rijke carrièregerichte gezinnen blijven en de middenklasse tussen de wal en het schip valt. De hoogleraar: 'Amsterdam en ook andere grote steden worden gekenmerkt door een rare mismatch in de woningopbouw. Er staan wel koopwoningen, maar nog niet meer dan 14 procent. En van al die huurwoningen is nog steeds ruim 80 procent alleen toegankelijk voor mensen met een laag inkomen. Als je rijk bent kun je op die kleine, dure markt wel wat kopen, maar de grote groep middenklassers moet achteraan aansluiten en trekt dus integraal de stad uit.'

Bij de voordeur van het pand in het Amsterdamse centrum stinkt het naar urine en is het geluid van de zware boormachine van bouwvakkers die de benedenverdieping opknappen oorverdovend. 'Er is hier een groot verschil tussen binnen en buiten', zegt Jules van Os (34) als hij voorgaat over de smalle trappen naar de derde verdieping, die hij bewoont met Renske de Zwart (34) en hun zoontje Jelmer van zeven maanden. Inderdaad, hun woning is nog het best te karakteriseren als knus. Leuk gerenoveerd, met een open keukentje, een huiskamertje met uitzicht over de Nieuwezijds Voorburgwal, een kronkeltrapje naar de zolder etage die slaapkamer is, een minuscuul balkon aan de achterkant. Ideaal voor een alleenstaande, nog net te doen voor twee personen maar te klein voor een gezin met kind. En dus gaan Jules van Os en Renske de Zwart verhuizen. Ze hebben net voor viereneenhalve ton een huis gekocht in het rivierengebied. Nee, niet in Amsterdam dus. 'Een groter huis in Amsterdam is onbetaalbaar. En dan heb je nog geen tuin', vat zij hun overwegingen samen. Ze zijn heus niet onbemiddeld - hij werkt bij de radio in Hilversum, zij werkt vier dagen voor een natuur- en milieuorganisatie - maar rijk is anders. Eigenlijk zijn ze net te laat geweest, hebben ze ontdekt. Ze zochten een iets ruimer huis met een tuin, in een buurt 'waar een kind nog enigzins buiten kan spelen zonder te struikelen over de junks of aangereden te worden door scooters'. Een paar jaar geleden konden ze een appartement krijgen in de Vondelstraat. Renske: 'We konden het betalen, maar we vonden het te duur.' Jules: 'Als we tot het volle pond waren gegaan had het nu misschien nog gekund. Maar dan steek je je kop in de strop. En ik wil ook geen zeven ton neertellen voor tachtig vierkante meter. Aan die gekte willen we niet meedoen.'

Erg vinden ze het niet om de stad achter te laten. Renske: 'Onze beslissing is juist versneld omdat we ons kind toch liever zien opgroeien op een plek waar hij buiten kan spelen, waar hij kan schaatsen in de winter, waar boomgaarden zijn. Dat is toch iets anders dan in het Vondelpark van je sokken te worden geskeelerd.'

Jules: 'Sinds Jelmer geboren is hebben we zelf ook niet meer zo'n behoefte om naar de kroeg of de film te gaan. En als we in het weekend iets wilden doen, gingen we toch al vaak de stad uit. Voor mijn gevoel wordt het ook steeds drukker in Amsterdam. Door die koopzondagen is ook de laatste rustige dag hier verdwenen. Bij de parkeergarage hier staan langere files dan op zaterdag.'

Zij: 'Ach, er zijn ook momenten dat ik ervan geniet dat De Bijenkorf dichtbij is en dat je Indonesisch en Ethiopisch kunt eten. Maar deze buurt is niet echt ingesteld op kinderen. Om maar een voorbeeld te noemen: de luxe Albert Heijn hier heeft maar een piepkleine babyafdeling.'

Vrienden vragen of ze het niet zullen missen, dat ze zo maar even bij elkaar op bezoek kunnen komen. Maar wanneer komt dat nou eigenlijk voor, vragen ze zich af. Renske: 'Wanneer gaat hier nou zomaar ineens de bel? De jongen die hiernaast woont, daar hebben we in vier, vijf jaar tijd misschien twee keer contact mee gehad. We hebben deze zomer veel in het huis van mijn zus gezeten. Die woont al in de Betuwe. Dan zaten we 's avonds op een bankje voor het huis en dan groette je de mensen die langskwamen. We hebben er ook Koninginnedag gevierd. Het heeft iets ouderwets, iets kneuterigs. Blijkbaar hebben we daar behoefte aan. Nou, laat het dan maar lekker kneuterig zijn.'

Jules: 'We zijn al gewaarschuwd: binnen een week komt er iemand langs van de speeltuinvereniging. Daar worden we dan lid van.'

Zij: 'Je gaat al snel meedoen. Een dorpsfeest moet toch van de grond komen. Je voelt je wat meer verplicht. En het is ook leuk. Hier vraagt helemaal niemand iets van je.'

Ze hebben de helft van een oude boerderij gekocht, tegenover de kerk. Kerkstoep, heet hun straat. Zij: 'Als je de dijk oversteekt, sta je aan de Linge. Heerlijk.' Wat wel zwaar wordt, zegt Renske, is de dagelijkse reis naar haar werk in Amsterdam. 'Ik ben met vijf minuten op het station en binnen een uur in Amsterdam, maar als ik dat iedere dag moet doen, wordt dat behoorlijk vermoeiend. Daarom zou ik het liefste drie dagen willen werken. Of deels thuis werken. Of wellicht een andere functie. En als het echt niet gaat, moet ik misschien een andere baan dichterbij huis zoeken. Maar in ieder geval hebben we, omdat we niet in Amsterdam gekocht hebben, niet de dwang om allebei fulltime te werken.'

Jared Sacks (46) en Lydi Groenewegen (43) bewonen met hun drie kinderen Jonas (13), Kyra (10) en Benjamin (5) het mooiste huis van het Betuwse Herwijnen, de oude burgemeesterswoning met koetshuis achter de oude dijk, met een stuk grond tot aan de nieuwe dijk vanwaar ze zo de uiterwaarden langs de Waal in kunnen lopen. Paradijselijk, zeker als je op zo'n mooie nazomerdag als vandaag in de tuin kunt zitten. En dan te bedenken dat het eigenlijk toeval was dat ze hier acht jaar geleden terechtkwamen. Ze woonden drie hoog in de Amsterdamse Kinkerstraat en Jared, die een eigen platenlabel heeft voor klassieke muziek, zocht grotere woon- en werk ruimte in Amsterdam. Toen die te duur bleek, gingen ze op zoek buiten de stad. Jared Sacks: 'Dat wil zeggen: in Vinkeveen en Sloten, dat vonden wij "buiten". Onze makelaar zei toen: "Als je een half uur verder rijdt, dan heb je nog wat." Hun huidige huis was het eerste dat ze bekeken. 'Het was een kans van once in a lifetime', zegt hij. In het koetshuis heeft Sacks nu een studio en de opslagruimte van de cd's, in het huis heeft hij zijn kantoor en er is voldoende ruimte om muzikanten onder te brengen. Geregeld organiseren ze huisconcerten waar veel mensen uit de omgeving op afkomen. De stad mist hij nauwelijks: 'Een of twee keer in de week moet ik in het westen zijn. Dan rijd ik er buiten het spitsuur heen. Verder kan ik bijna alles hier vandaan doen. Vanwege de technologie. Ik doe bijna alles via internet en e-mail. Ik communiceer van hieruit met alle 26 landen waar ik contacten mee heb. Ideaal. En ondertussen knappen we, zoveel mogelijk eigenhandig, het huis op.'

Voor Lydi Groenewegen verliep de overgang van Amsterdam naar Herwijnen veel minder gladjes. Het duurde jaren voordat ze echt gewend was. In het eerste jaar, toen het huis kamer voor kamer werd opgeknapt, verlangde ze erg terug naar de stad. 'Ik had twintig jaar in de stad gewoond, ik werkte op het amc als muziektherapeut, ik speelde viool en was actief in het boulevard-orkest. Ik dacht dat ik dat soort dingen alleen in de stad kon doen. Bovendien had ik een grote vriendenkring. De charme van het platteland zag ik niet. Wij kwamen hier in november en het enige wat ik zag was een grijze polderweg en hier en daar een verdwaalde koe. En ik kende hier niemand. Pas via de kinderen hebben we mensen leren kennen. Via school en de verenigingen waar ze op zitten. Nu zit ik zelfs in het bestuur van de turnvereniging. Langzaam maar zeker ben ik het leven hier gaan waarderen. Je komt er achter dat hier ook alles te vinden is wat je in de stad had. Ik zit in een muziektheatergroep, ik geef vioolles en ik heb een nieuw sociaal circuit. Daar komt bij dat je weet waar je moet zijn voor lekkere kaas en voor appels. Eieren kopen we bij de buren. Tegenwoordig komen vrienden uit de stad hier Koninginnedag vieren. Dan staan we naar het ringsteken te kijken. Zelf heb ik dit jaar staan zingen voor het bejaardentehuis. Ik heb inmiddels wel dat dorpsgevoel. Als ik nu naar Amsterdam ga, ervaar ik dat ook als de "grote stad", terwijl ik er toch twintig jaar heb gewoond. De laatste keer dat ik mijn kinderen meenam naar Amsterdam, werden we prompt beroofd. Door twee aardige, buitenlandse mannen die ons de tram in hielpen. Blijkbaar straal je uit dat je van buiten komt en verlies je iets van je alertheid. Op de kinderen heeft die gebeurtenis in ieder geval een enorme indruk gemaakt. Die willen sindsdien nooit meer terug naar de stad.'

'Het elastiek met de werkplek wordt voor veel mensen steeds losser', had Rob van Engelsdorp Gastelaars al geconstateerd. 'Je hoeft niet meer zo vaak op je werk te zijn, je kunt ook thuis werken. Bovendien: de banen zijn minder voor het leven. De kans om de perfecte woonplek ten opzichte van je werk te regelen wordt steeds kleiner. Mensen veranderen steeds vaker van baan. Emancipatie speelt ook een rol. Als je met z'n tweeën werkt, is het helemaal moeilijk om allebei dicht bij je werkplek te wonen.'

Waar de mensen heengaan als ze eenmaal de stad uittrekken, daar zijn vervolgens grote verschillen in, aldus de sociaal-geograaf. 'De meeste mensen gaan toch het liefst naar het platteland om de hoek. Er zijn prachtige onderzoeken verricht in Hoofddorp. Dat is bepaald geen topmilieu en die mensen weten het ook, want ze hebben het uitgerekend. Het "zand" komen ze niet op, 't Gooi kan niet, de kust niet, de mooie dorpen in het groene hart ook niet. Dus kopen ze in Hoofddorp. Het is ook niet voor niets dat Almere nu zo goed aan het draaien is; het is de enige plek nabij de noordelijke Randstad waar op het ogenblik koopwoningen in de aanbieding zijn.'

Mensen die echt verder weg gaan wonen zijn flexibel wat betreft hun werkplek of willen per se 'groen' wonen, maar ze kunnen of willen niet de prijzen betalen die in de pittoreske dorpjes in de Randstad worden gevraagd. Van Engelsdorp Gastelaars: 'Het zijn vaak mensen met een eigen bedrijfje of met een vrij beroep. Maar er zijn ook steeds meer mensen bij die kiezen voor hun gezin en dus niet meer allebei fulltime willen werken. Als je dan ruimte zoekt, kun je het in de Randstad wel vergeten.'

Al met al, concludeert de hoogleraar, neemt het 'Anton Pieck-gehalte' van Nederland flink toe. 'Ik was laatst in Pieterburen. Daar hebben zich in korte tijd 45 kleine bedrijfjes gevestigd. Allemaal mensen met werk aan huis. Er was zelfs iemand die een taartenbakkerij was begonnen. Met het leegkomen van boerderijen trekken de stedelingen het platteland op en gaan dingen doen die de gewone dorpelingen vaak erg raar vinden. Er zijn dorpen waar nu bij wijze van spreken de enige, overgebleven pittoreske hooiberg door de gemeente gesubsidieerd wordt.'

Van Herwijnen naar Ophemert is het hemelsbreed tien kilometer, maar het is aantrekkelijker om over de dijk te rijden, via dorpjes als Haaften, Varik en Opijnen. Op een doordeweekse dag als deze kan de 'import' die veelal de dijkhuisjes bewoont, volop genieten van de rust die in het weekend vaak bruut verstoord wordt door colonnes recreërende motorrijders.

Bij Ophemert is het huis van Hans Vernooij (45) en Merit Koops (43) al van verre te herkennen aan de in koeienmotief geschilderde luiken. Aan een lange houten tafel achterin de tuin is Hans Vernooij net zijn middagboterhammen aan het eten, vanachter een hek geobserveerd door hun twee ezels. 'Als God in Frankrijk', beaamt hij grif.

Vernooij is meubelmaker, zijn vrouw schildert. Ze woonden twintig jaar aan de Amsterdamse Palmgracht, maar, zegt Merit Koops, als ze eenmaal is aangeschoven, 'ik stond op een gegeven moment op de keukentafel te schilderen. Elke millimeter was gebruikt. We waren nog niet echt op zoek, maar toen kwam een bevriende makelaar hier mee aanzetten. En als je eenmaal gaat kijken, ben je verkocht. Terwijl een huis met een rieten dak eigenlijk mijn schrikbeeld was.'

Ze zijn hun huis nog volop aan het verbouwen, maar hij heeft zijn werkplaats al ondergebracht in de ruime, voormalige boerderij. De oude varkensstal is in gebruik als opslag en tentoonstellingsruimte van zijn weinig gangbare meubels. Ze worden er ook geschilderd. Een paar keer per jaar nodigen ze hun relaties uit om te komen kijken. Het netwerk in de stad missen ze niet. Vernooij: 'Mensen vinden het juist leuk om een dagje hierheen te komen. Zo'n netwerk houdt zichzelf op een gegeven moment in stand.'

Had Merit Koops aanvankelijk moeite om Amsterdam te verlaten, inmiddels heeft ze de voordelen van het platteland ontdekt. 'De ruimte, dat is geweldig. In Amsterdam hadden we een volkstuin, maar daar mocht helemaal niks. Wij wilden gras op het dak, maar dat mocht niet. Onkruid mocht ook niet. Dan kregen we van de commissie volkstuinen van de deelraad een brief, of een rapport.' Vernooij: 'Hier zijn we baas in eigen tuin.'

'Het platteland is het platteland ook niet meer', zegt zij. '60 procent is hier import. Bovendien: de Jordaan is ook een dorp. Het heeft alleen een arrogantie die niet leuk is. Mijn dochter ziet nu ook de kortzichtigheid van Amsterdammers over "boeren". Zij had aanvankelijk ook moeite om hierheen te komen. Maar laatst zei ze, toen ze weer bij vrienden in Amsterdam was geweest: "Als het warm is kun je er alleen maar een raam opendoen." Dat is wel een verschil. Hier kan ze in een hangmat in de tuin liggen.'

Nog een verschil met Amsterdam, zegt hij: 'Je hoeft hier minder op je hoede te zijn. Als je een keer met je kind in je armen oog en oog met een inbreker hebt gestaan, dan vergeet je dat niet meer. Bij onze directe buren in Amsterdam was al twee keer ingebroken. Een straatgenoot werd beroofd in zijn werkplaats toen hij even de andere kant opkeek. Dat zijn bijkomstige dingen. Hier slaan de honden meteen aan als iemand het huis nadert.'

Ook de broer van Hans Vernooij, Jeroen (43), heeft net de overstap gemaakt. Omdat hij deels in dienst trad bij Hans was hij plotseling economisch gebonden aan de regio en kon hij 'zomaar' een atelierwoning huren van de gemeente Tiel. 'In Amsterdam voelde ik me vastzitten in de bijstand. Ik voelde me lamgeslagen en ik zag geen mogelijkheid om eruit te komen. Niet qua werk en niet qua wonen. Ik woonde in Oost, ik had aan alle kanten buren die ik dag en nacht hoorde, maar omdat ik in de bijstand zat, kon ik niks aan die situatie veranderen. Sinds ik hier woon en uit de bijstand ben, ben ik een stuk productiever geworden. Ik heb mijn leven weer in eigen hand.'

Wat ook meespeelde, was de veranderde sfeer in de buurt. 'Bij mij op de benedenverdieping woonde een schat van een oudere, invalide vrouw. Ze zag een keer hoe wat Marokkaanse jongens bezig waren een vuilcontainer uit de grond te slopen en daar zei ze wat van. Later op de dag hebben die jongens al haar bloembakken op haar balkon omgekeerd. Zo'n sfeer dus.'

'Het is waar', zucht Merit Koops. 'Een van mijn beste vriendinnen woont met haar dochter in Amsterdam-Oost en tot haar eigen schaamte kan ze geen Marokkaan meer zien. Ze wil er ook echt weg. Ze heeft een prachtige school in de straat, maar haar dochter was daar samen met de juf de enige blanke. En Marokkaanse jongetjes luisteren niet naar vrouwen. Haar kind ging op een gegeven moment ook niet meer naar het zwembad omdat ze daar lastig gevallen werd.'

Rob van Engelsdorp Gastelaars hoort het wel vaker tegenwoordig, het zogenaamde white flight-verhaal. 'Het is niet de hoofdreden om de stad uit te gaan, maar een bijfactor. Het is sociaal ontzettend onwelgevoeglijk om het er uitgebreid over te hebben, maar je ziet het nu wel voorzichtig opduiken in onderzoeken, de vlucht voor het steeds donkerder worden van de scholen. Notarissen in West-Friesland vertelden me laatst dat daar opeens veel mensen op de woningmarkt kwamen met een dergelijk verhaal. Middenklassers, die in Amsterdam in huurwijken woonden met steeds meer allochtonen. Is het op de ene school misgegaan, daarna nog eens op een andere en dan moeten ze opeens wel heel ver rijden naar school. Het is duidelijk dat vooral gezinnen met kinderen gevoelig zijn op dit punt.'

Het is een paar weken later en Koop Hofman en Katie Willems zitten midden in het zoekproces. Hij overnacht doordeweeks zolang op een verpleegstersflat van het ziekenhuis in Assen, waaraan hij verbonden is. In de weekends kijken ze samen huizen. Het aanbod is niet overweldigend, hebben ze gemerkt, en de prijzen vallen niet mee. Op deze herfstige zaterdag bekijken Hofman en Willems een woonboerderij bij Rolde. Een prachtige lokatie, even buiten het dorp aan een stil landweggetje met uitzicht over akkers en strookjes bos en vlakbij het beroemde Balloërveld. Hofman ziet, als hij de bijgebouwtjes inspecteert, al helemaal voor zich hoe hij hier straks zijn eigen muziekstudio heeft. Maar 9,5 ton is eigenlijk boven hun budget, stellen ze vast. En, zeggen ze later in het plaatselijke hotel-restaurant waar Ot en Sien-prenten de sfeer bepalen, aan het interieur willen ze toch ook nog het nodige veranderen. En dan wordt het toch echt wel duurder dan ze hadden begroot. 'Zo gaat dat nou altijd', zegt zij.

Een dag later is Katie Willems weer een stuk optimistischer. Ze hebben besloten het toch te proberen: 'De lokatie is ideaal, echt de plek waarvan we droomden. We gaan nu proberen een constructie te verzinnen waardoor het financieel haalbaar wordt. Volgens mijn eigen berekeningen moet het kunnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden