Beschouwing

Op de grens tussen figuratie en abstractie

Zwagerman kijkt

Edward Hopper ( 1882-1967 ) had een diepe weerzin tegen abstracte kunst. Ironisch genoeg had hij wel veel bewonderaars in die hoek.

Edward Hopper, Hotel Room (1931). Beeld Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid

Een man zit op de rand van een eenpersoonsbed. Achter hem ligt een vrouw, met de rug naar hem toe. Drie kroegtijgers zitten, op enige afstand van elkaar, aan de toog van een verder verlaten café. Een vrouw met een hoedje zit aan een ronde tafel in een café-restaurant. Toegewend naar een open raam staat een andere vrouw, ongekleed, naast een beslapen bed. Een verlaten en vervallen huis naast een spoorrails. Een handvol zwijgende en lezende forensen in een eersteklas treincoupé. Een eenzame zeiler. Een lege kamer.

Deze taferelen en tableaus zijn van Edward Hopper (1882-1967). In veel van zijn schilderijen gebeurt niets. Er ís zojuist iets gebeurd of er staat iets te gebeuren. Men verwacht iets of verwerkt iets dat - wederom - niet aan de verwachtingen heeft voldaan. The poet in paint of loneliness, zo werd Hopper in 1943 door een Amerikaanse criticus getypeerd. Gevraagd naar die eenzaamheid in zijn werk, antwoordde Hopper eens: 'Ik leg dat er niet bewust in. Ik denk dat ik zelf nu eenmaal tot het eenzame type behoor.' Een andere keer wuifde hij dit vermeende thema weg: 'The loneliness thing is overdone.'

Het licht in Hoppers interieurs benadrukt soms het isolement van zijn personages. Nu en dan lijkt het licht op een stille metgezel. De mannen en vrouwen bij Hopper zijn nooit met elkaar in gesprek. Ze zwijgen en het licht zwijgt terug. Om het karakter van de lichtval in een kamer was het Hopper vaak te doen. Terugblikkend op zijn carrière stelde hij vast: 'Misschien was ik niet erg menselijk. Wat ik uiteindelijk wilde, was het schilderen van zonlicht op de zijkant van een huis.' Later varieerde hij op die uitspraak en promoveerde hij het schilderen van het zonlicht in een kamer tot de kern van zijn bezigheden.

Diepe weerzin

Zonlicht in een kamer. Dat klinkt bijna als een abstractie. Maar Hopper koesterde levenslang een diepe weerzin tegen abstracte kunst. Samen met zijn echtgenote Jo werd hij in de jaren veertig in New York lid van een groep kunstenaars die bijeenkwam uit protest tegen de groeiende waardering voor het abstract-expressionisme in de Amerikaanse kunst. Die waardering was volgens de kunstenaarsgroep 'zorgelijk'. In 1961 protesteerden abstract-expressionisten op hun beurt in een manifest in The New York Times, gericht tegen de in hun ogen conservatieve kunstcritici van die krant. Grensverleggende - lees abstracte - kunst kreeg op voorhand geen kans. Edward Hopper stuurde in reactie op het manifest een boze brief naar de krant. Voor alle zekerheid stuurde Jo Hopper, die eveneens schilderde, een nog bozere brief.

De ironie wil dat sommige elementen in Hoppers kunst grote waardering genoten onder Amerikaanse abstracte kunstenaars. Willem de Kooning sprak zijn bewondering uit voor Hoppers oeuvre. Volgens De Kooning werd de figuratie in zijn late schilderijen gedragen door decors die verwant zijn aan abstracte kunstwerken. In 2004 benadrukte schrijfster Annie Proulx die verwantschap nog eens in een essay over Hoppers oeuvre. 'Reality and abstraction are rubbing shoulders', constateerde Proulx.

Ik was in Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid en zag een van Hoppers meesterstukken, Hotel Room uit 1931. Zittend op een hotelbed bladert een jonge vrouw in een lijvig boekwerk. Het is het Amerikaanse spoorwegboekje. Ze zal straks uitchecken, de koffers zijn al gepakt. Het tussenmoment waarop Hopper ons een blik gunt, is verstild en roerloos.

Typisch

Hotel Room is typisch zo'n Hopperschilderij dat je in de loop van de tijd vaak voorbij hebt zien komen, op affiches, boekomslagen of als poster in cadeauwinkels. Zoals vaker bij het zien van een massaal in reproductie verspreid schilderij, ontdekte ik dat het origineel iets onthulde wat in reproducties lijkt te worden versluierd.

De vrouw bevindt zich niet uitsluitend in een hotelkamer, maar eerst en vooral te midden van een samenstel van kleurvlakken. Op de voorgrond bevindt zich het uiteinde van een blauwe muur, die aan de onderkant overgaat in lichtgrijs. Die kleine strook grijs wordt naadloos voortgezet in de zijkant van het matras van het hotelbed en in de ombouw van het bed. De vitrage voor het hotelraam is gereduceerd tot een melkwit, bijna vierkant vlak. Naast het smalle, witte overgordijn is de muur zachtgeel en onderaan donkergrijs. Eigenlijk is de vrouw op het hotelbed een bijfiguur. De kleurvlakken zijn de hoofdrolspelers.

Als je in Museo Thyssen je hand half voor je ogen houdt, zodat je alleen nog zicht hebt op het bovenste deel van Hotel Room, blijft alleen dat samenstel van kleurvlakken over. En elke suggestie van diepte lekt meteen weg uit Hotel Room. De blauwe strook en de zachtgele achterwand kruipen naar elkaar toe. En: isoleer je die grijsgele muur uit het schilderij, dan hou je twee kleurvlakken over die samen een Mark Rothko avant la lettre vormen.

Is het, gegeven Hoppers hekel aan abstracte kunst, wel legitiem om het element van abstractie los te bikken uit dit schilderij? Vooralsnog twijfel ik. Voor Hotel Room poseerde Hoppers echtgenote Jo. In haar dagboek schreef ze: 'Ver weg van de kachel poseerde ik in een roze nachtjapon op een bed in een bitterkoude kamer, omdat Edward per se het licht op de oppervlakte van het bed en het licht boven mijn hoofd nodig had, or whatever.'

Jo Hopper voelde haarfijn aan dat haar echtgenoot niet in de eerste plaats interesse had voor een hyperrealistische afbeelding van een vrouw in een kamer. Het belangrijkste was voor Hopper het licht in de kamer. Dat licht drukt zich uit in de manier waarop de kleurbanen tegen elkaar aan schurken.

Ode aan Hopper

Het onlangs geopende museum voor moderne realistische kunst MORE in Gorssel toont het schilderij Overlapping van Jan Beutener (1932). Het werk lijkt een ode aan Hopper - of in elk geval aan Hoppers kleurstellingen. Beuteners schilderij zou zomaar een hoek van Hoppers Hotel Room kunnen zijn. Het blauw- en grijsdoorschoten geel van de achterwand van Overlapping neigt naar de gele muur van Hoppers hotelkamer. De groene stoel is iets donkerder dan de stoel in Hoppers hotelkamer; het is het groen van de buitenmuur van Hoppers befaamde Nighthawks. Beuteners Overlapping is een leeggemaakte Hopper; het laatst overgebleven Hopperpersonage is uit de stoel opgestaan en weggelopen.

Naar aanleiding van de opening van het museum MORE in Gorssel verscheen een themanummer van het tweemaandelijkse Kunstschrift -lees dat blad! - over de soms diffuse en ragfijne grens tussen realisme en abstractie. Net als de eerste tentoonstelling in MORE heet dit themanummer Scherp kijken. Beuteners Overlapping belichaamt die grens.

Jan Beutener, Overlapping (1990). Beeld Collectie Museum MORE - Pictoright 2015

Scheermes

In de inleiding van deze aflevering van Kunstschrift wordt Pyke Koch (1901-1991) geciteerd, de Nederlandse fractievoorzitter van het magisch realisme. Naar eigen zeggen streefde Koch naar het schilderen van 'een wereld die van de gewone werkelijkheid is afgesneden door een voorzichtige snede met een scheermes'. Zo'n scheermes behoort ook tot het gereedschap van Beutener, wiens werk zich tegelijkertijd ver van het magisch realisme bevindt.

Ik stel me voor dat Beutener zijn scheermes ooit van Edward Hopper in bruikleen heeft gekregen. Zonder dit scheermes kon Hopper het niet stellen. Hopper sneed er het licht mee in reepjes en bracht die reepjes vervolgens secuur aan in zijn café-interieurs en zondoorschoten woonkamers, zijn treincompartimenten en schouwburgzalen, zijn kantoren en hotelkamers. Het licht bij Hopper duwt zachtjes doch beslist tegen de ramen, muren, deuren en plafonds. Door dat geduw van het licht ontstaan in Hoppers interieurs nieuwe, kleine ruimten. Daar wordt de grens tussen figuratie en abstractie delicaat opgeheven.

Scherp kijken, t/m 31/12 in Museum MORE in Gorssel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.