ReportageCampinghouders

Op de Franse coronaproof-camping heeft het zwembad een deurbeleid

Morgan en Angelique Moreau runnen de kleine familiecamping Camping au Port Punay. Beeld Joris Van Gennip

De Franse regering besluit binnenkort of buitenlandse toeristen deze zomer welkom zijn. De campings zijn er klaar voor, om les Hollandais te ontvangen.

In normalere tijden zouden de omstandigheden nu ideaal zijn om een paar dagen uit te waaien op camping Au Port Punay in Châtelaillon aan de Atlantische kust. Hemelvaart op een donderdag, neem de vrijdag erbij – en dat doen veel Fransen – en je hebt een lang weekend. Tel daar het zachte lenteweer bij op en rinkeldekinkel doet de kassa van de camping, die driehonderd meter van het uitgestrekte strand ligt.

Een fietstocht over de kustweg, even ronddwalen in het oude haventje van de nabijgelegen stad La Rochelle, ’s avonds een pannetje mosselen uit de streek en God zag dat het goed was.

Maar het zijn geen normale tijden. Sinds eind september de laatste gast van 2019 de deur van zijn stacaravan achter zich dichttrok, heeft geen vakantieganger nog voet gezet op Au Port Punay. In de doucheruimtes hangen spinnenwebben. Onkruid heeft zich tussen de betegeling door een weg naar boven gewurmd. Op het kampeerterrein klinkt alleen het geluid van de kwetterende spreeuwen.

Au Port Punay (afstand vanaf Utrecht: 948 kilometer) is een rustige familiecamping. ‘Parkachtig gelegen’, volgens de ANWB. ‘Een stukje gezelligheid in een groene omgeving’, aldus de website Camping-Frankrijk.nl. De camping wordt uitgebaat door Morgan Moreau, derde generatie campingeigenaar, en zijn Nederlandse vrouw Angelique. De helft van de gasten komt uit het buitenland, en onder de buitenlanders zijn les Hollandais in de meerderheid.

Beeld Joris Van Gennip

Midzomer

Nu het voorseizoen in rook is opgegaan, is alle hoop van de Moreaus gevestigd op het hoogseizoen. In juli en augustus, dan moet het gebeuren. Voor de hele Franse campingbranche geldt dat er nog flink wat te redden valt: 80 procent van de jaaromzet wordt in de twee midzomermaanden behaald.

Dat er deze zomer vakantie gevierd gaat worden in Frankrijk, staat vast. De Franse premier Édouard Philippe beloofde zijn landgenoten dat ze op vakantie kunnen, in ieder geval in eigen land. Sinds een aantal dagen gloort er zelfs weer hoop aan de horizon voor buitenlandse Frankrijkgangers: als het virus het toelaat, gaan de Franse grenzen deze zomer open voor Europese toeristen. In gedachten staan veel Nederlanders al voor de poortjes van de péage op de Route du Soleil.

Wie zijn tentje al van zolder heeft gehaald en voor de zekerheid vast in de ANWB-taalgids heeft opgezocht hoe je ‘koelvloeistof’ in het Frans zegt, is er te vroeg bij. Voorlopig mogen de campings in Frankrijk hun deuren niet openen. Wanneer ze weer gasten mogen ontvangen – en, misschien nog wel belangrijker: onder welke voorwaarden – is nog altijd niet bekend. De regering heeft beloofd daar deze week meer duidelijkheid over te scheppen.

Beeld Joris Van Gennip

Vernevelaars

Morgan Moreau heeft in afwachting van die orders uit Parijs niet stilgezeten. Net als veel collega’s is hij al wekenlang dag in dag uit in de weer om zijn camping coronaproof te maken. Want één ding staat vast: als in juni of juli de eerste toeristen het campingterrein oprijden, zal corona niet van de aardbodem zijn verdwenen. We gaan vakantie vieren met het virus.

Drieënhalve week geleden heeft Moreau het plexiglas dat voor de receptie komt te hangen besteld. Het is nog niet binnen, ‘de leverancier is nogal overvraagd’, uiterlijk de eerste week van juni moet het er zijn. De campingbaas is blij dat hij er vroeg bij was: wie nu nog bestelt, moet veel langer wachten.

Ook onderweg: markeringsstickers voor op de grond, om de looproutes in de campingwinkel en de doucheruimte aan te geven. Nébuliseurs, vernevelaars, apparaatjes die het interieur van de stacaravans bestuiven met ontsmettingsmiddel. En heel veel desinfecterende gel, in kartonnen dozen waar twaalf jerrycans van vijf liter inzitten. Voor de zekerheid heeft Moreau ook mondkapjes ingeslagen, maar hij hoopt dat die niet worden verplicht. ‘Dat past totaal niet bij een camping. Het moet wel een beetje vakantie blijven.’

Alles voortdurend grondig ontsmetten is niet genoeg, zegt Moreau, het gaat er vooral om dat je laat zien dat alles voortdurend wordt ontsmet. Geruststellen is het toverwoord. Bij de entree van het wc-gebouw komt een bordje te hangen waarop staat wie de schoonmakers van dienst zijn en hoe laat er voor het laatst is schoongemaakt. ‘Misschien gaan we zelfs demonstraties geven waarin we de gasten tonen hoe de stacaravans worden gedesinfecteerd.’

Doelgroep

Bijkomende complicerende factor: de doelgroep van Au Port Punay is ook de doelgroep van het virus. Met name in het laagseizoen worden de stacaravans, lodges en kampeervelden vooral bevolkt door ouderen. Zo’n 75 gasten wilden annuleren, vertelt Moreau van achter de computer in zijn kantoortje. ‘Die mensen denken: ik ben tachtig, ik ga niets riskeren.’ Het geld krijgen ze niet teruggestort; ze kunnen er wel voor kiezen hun vakantie te verzetten, desnoods naar volgend jaar.

Het zwembad één van de hoofdpijndossiers voor campinghouders.Beeld Joris Van Gennip

In het nog onverwarmde buitenzwembad dobbert een eenzame opblaaskrokodil. ‘Die is van mijn zoon’, verduidelijkt Moreau. Als er straks gasten zijn, is het zwembad één van de hoofdpijndossiers voor campinghouders. Niet het water zelf, maar het droge oppervlak dat het bad omringt is een potentiële bron van besmetting. Door het aantal ligbedden drastisch verminderen en de boel regelmatig ontsmetten hoopt Moreau het zwembad coronaveilig te maken.

Maar dat alleen is niet afdoende. Er zullen maximaal vijftig mensen in en om het zwembad worden toegelaten. Om dat te bewerkstelligen komt er ‘een rotatiesysteem’: iedere gast mag maximaal een uur in la piscine verblijven. Het zwembad krijgt een deurbeleid.

Met behulp van gepersonaliseerde elektronische sleutels kan Moreau precies zien welke gast op welk tijdstip het hek van het zwembad is gepasseerd. Wie langer dan een uur blijft, zal door het personeel vriendelijk doch dringend worden verzocht zijn spullen te pakken. ‘We zullen soms voor politieagent moeten spelen.’ Het personeel van de camping gaat in een onlinetraining leren hoe ze dat ‘diplomatiek en conflictvermijdend’ kunnen doen.

Coronaproof kamperen betekent ook dat spontaan een bord moules-frites bestellen in het campingrestaurant er niet meer bij is. Reserveren is het devies, als het even kan online. Misschien wel dagen van tevoren. Voor de campinghouder zelf is het een onwerkelijk vooruitzicht. ‘Hoe kun je een camping, waar persoonlijk contact essentieel is, zo inrichten dat je juist zo min mogelijk met de gasten in aanraking komt?’

Beeld Joris Van Gennip

Verwachtingsmanagement

Zodra de regering deze week de voorwaarden voor campings in coronatijden bekendmaakt, verstuurt Moreau een mail naar zijn clientèle. Daarin zal vooral  staan waar de gasten dit jaar niet op moeten rekenen. Het binnenzwembad bijvoorbeeld, of de creatieve workshops voor kinderen. Je zou het verwachtingsmanagement kunnen noemen. ‘We willen teleurstellingen voor zijn. Je moet mensen niet alleen voorbereiden op wat kan, maar vooral ook op wat niet kan.’

Voorlopig is het gissen wat de kampeerder bereid is te slikken aan beperkende maatregelen. ‘Je moet je gasten natuurlijk wel íéts kunnen bieden’, zegt Angelique Moreau. Na een uitvoerige lobby van de burgemeester is het nabijgelegen zandstrand sinds een week weer open. Maar wie op zijn handdoek ligt te zonnebaden, wordt zonder pardon door patrouillerende politieagenten of vrijwilligers weggestuurd. Tot nader order is het strand ‘dynamisch’, en op die zogeheten plage dynamique is het verboden te zitten of te liggen.

Als iedereen zich daar netjes aan houdt, kan er in het hoogseizoen weer normaal worden gerecreëerd, denkt Moreau, die zelf ook op het strand heeft gesurveilleerd. ‘Helaas heeft nog niet iedereen het begrepen. Ik heb stelletjes gezien die het begrip dynamisch anders hadden opgevat. Die waren vooral heel dynamisch aan het zoenen.’

Frankrijk toch open voor toeristen?

Tot een paar weken geleden zag het er niet rooskleurig uit voor Nederlandse francofielen. ‘De zomer zal bleu-blanc-rouge zijn’, zei staatssecretaris Jean-Baptiste Lemoyne die over toerisme gaat. Didier Arino, directeur van toerisme-adviesbureau Protourisme, sprak in Le Figaro over ‘tourisme franco-français’. Frankrijk voor de Fransen, was het beeld dat ontstond.

Maar nu Italië, Griekenland en inmiddels ook Spanje hebben laten weten dat toeristen binnenkort weer welkom zijn, laten de Fransen een heel ander geluid horen. Lemoyne sprak vorige week de verwachting uit dat de grenzen in het hoogseizoen open zullen zijn voor vakantiegangers.

‘In juli zijn Nederlanders welkom in Frankrijk, daar zet ik een fles champagne op’, zegt Arino aan de telefoon. Volgens de directeur is de coronacrisis voor toeristen juist een kans. ‘Deze zomer hebben Nederlanders een uitgelezen mogelijkheid om de Franse plattelandsregio’s waar ze zo van houden in alle rust te bezoeken, zonder dat overal massa’s toeristen zijn.’

In economisch opzicht zou de komst van Europese toeristen in elk geval zeer welkom zijn. Volgens Arino is de Franse toerismebranche in het voorseizoen tenminste 25 miljard euro misgelopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden