Op de beving volgt machteloosheid

Veel Haïtianen menen in een ‘vervloekt’ land te leven. Na eeuwen van rampspoed duidt niets op hun ongelijk...

AMSTERDAM Een kort zinnetje op de nieuwssite Haitian Network schetst in een haast macabere eenvoud de verwoestende aardbeving die de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince dinsdagavond heeft getroffen: ‘De stad is dood, een deel van Haïti is verwoest.’

De Haïtiaanse makers van de website lijken duidelijk te hebben geworsteld met de vraag hoe ze de zoveelste catastrofe die hun straatarme land in de Caribische Zee heeft getroffen, aan de wereld moesten mededelen. Aardbevingen, orkanen, bittere armoede, ernstige corruptie, bloedige dictaturen van vader en zoon Duvalier en slavernij zijn immers slechts enkele van de zware littekens die Haïti heeft opgelopen sinds zijn zwaarbevochten bevrijding van moederland Frankrijk in 1804.

Geen wonder dus dat velen Haïti vaak als ‘een vervloekte natie’ beschouwen. Het land lijkt de buitenlandse tv-schermen ook alleen maar te halen als dood en ellende weer eens de ruim negen miljoen verpauperde Haïtianen – 80 procent woont onder de armoedegrens – als mokerslagen heeft getroffen. Denk aan de dramatische beelden die in 2008 volgden nadat de tropische stormen Fay, Gustav, Hanna én Ike over het eiland waren geraasd.

Veel Haïtianen geloven dat hun noodlot nauw samenhangt met de ontstaansgeschiedenis van Haïti. Een bloedige en duistere episode die nauw verbonden was met een geheime beraadslaging waarin de Haïtiaanse vrijheidsstrijders mysterieuze krachten – voodoo zeggen sommigen – opriepen om hun de overwinning te schenken. De geest van de slaaf Boukman, die in 1791 bij dat nachtelijk complot aanwezig was dat uiteindelijk tot de onafhankelijkheid leidde, zou nog altijd een grote invloed hebben op het wel en wee van Haïti.

Natuurlijk, er zijn ook nuchterder Haïtianen. Die spreken van Haïti als een ‘mislukte staat’. Een land dat al jaren geldt als het armste land van het westelijk halfrond en slechts overeind wordt gehouden door buitenlands hulpgeld. Een land waarvan de politieke stabiliteit en veiligheid niet door de eigen regering kunnen worden gegarandeerd, maar door de aanwezigheid van negenduizend burgers en militairen van de VN-stabilisatiemacht Minustah.

Maar of ze nu in voodoo of in het falen van de eigen politici en politie geloven, de Haïtianen die niet zijn getroffen door de zware aardbeving met een kracht van 7.0 op de schaal van Richter of de vele naschokken die Port-au-Prince vrijwel met de grond gelijk hebben gemaakt, zullen het even zwaar krijgen met de gevreesde machteloosheid van hun regering.

Veelzeggend is wat dat betreft de langdurige stilte van president René Préval, wiens presidentieel paleis half is ingestort, in de bange, donkere uren na de aardbeving van dinsdag. Inmiddels heeft Préval de wereld om ruimhartige noodhulp gesmeekt. Maar ook de Haïtiaanse president, die in 2006 werd gekozen na een jarenlang machtsvacuüm dat volgde op het gedwongen vertrek van de priester/politicus Aristide, beseft dat honderdduizenden doden en gewonden er domweg te veel zijn.

Ook buitenlandse hulpverleners zullen vrijwel machteloos moeten toezien hoe hun werk ernstig zal wordt belemmerd door het vrijwel ontbreken van communicatielijnen. Alsook het feit dat de weinige infrastructuur die er in Port-au-Prince was – de plek in Haïti die nog het dichtst kwam bij ontwikkeling – vrijwel totaal is weggevaagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden