Op de AKI heeft iedereen talent

Het kunstonderwijs in Nederland is niet slecht, maar het kan toch echt veel beter, constateerde de visitatiecommissie Beeldende Kunst en Vormgeving vorige week....

NICOLINE BAARTMAN

Denk maar niet dat je als prille, leergierige kunstenaar in Enschede een opdachtje mee naar huis krijgt met de strekking: 'Maak een tekening op een velletje van twintig bij twintig centimeter en gebruik daarbij alleen de potloden H en HB.' Mandy Prins, vierdejaars 'beeldhouwen' en lid van de Akademieraad, kreeg in haar eerste jaar een heel andere opdracht. Die luidde: ahafrisch.

Operatie Ahafrisch omvatte vijf sub-opdrachten, die in normaal begrijpelijk Nederlands waren opgesteld maar ook weer niet te letterlijk genomen dienden te worden. 'Bak een cake' was er een van, 'verzamel tekeningen die je moeder niet mag zien' een andere. De laatste luidde: 'Maak iets dat niet te tillen is.'

Indertijd dacht ze dat de docent in kwestie van de ratten was besnuffeld, later kwam het inzicht dat ze wel degelijk wat had geleerd van het meerstappenplan met de idiote naam. Mandy Prins heeft de propedeuse, die in Enschede algemeen oriënterend van aard is, ervaren als één grote 'vrijheidsexplosie'.

Typisch voor de AKI, zegt ze. Eérst de vrijheid, het experiment, de gedachte - dan de techniek. Ze vindt het niet altijd even praktisch. 'In het tweede jaar kon je je bijvoorbeeld inschrijven voor een lascursus als je daar behoefte aan had. Maar zulke dingen zijn niet centraal geregeld. Zo kun je makkelijk iets mislopen.'

De AKI, Akademie voor Beeldende Kunst in Enschede, houdt alle deuren wijd open: kom binnen en kijk rustig rond. Alsof er wéér een visitatiecommissie op de stoep staat, die de bevindingen van de vorige komt controleren. Mandy overdrijft, vinden de meesten van het groepje beeldhouwers in opleiding, dat voor de vuist weg wat gedachten formuleert over het kunstonderwijs. Wie per se brons wil gieten, gáát brons gieten en anders láát je het toch gewoon doen? De een is onderwijl heel ijverig een patroon aan het tekenen voor 'nepleer', een ander is even bij zijn panklare kilokip weggelopen; in de ban van de kippenkont is hij.

Docent Hans Hovy vraagt zich af welke technieken verplichte kost zouden moeten zijn en welke niet. 'Naast hout en metaal zijn er nog duizend andere technieken. Ik had vorig jaar een student die een elektrische zaag wilde maken van spekjes - spekjes ja, snoepgoed. Moet iedereen dat dan leren?'

Niettemin schrijft de visitatiecommissie in het rapport Differentiatie en profilering over de AKI: 'Het techniekonderwijs in de afstudeerrichting ''beeldhouwen'' mag niet volledig aan het initiatief van de student overgelaten worden.' In dat rapport wordt het niveau van de hbo-opleidingen beeldende kunst en vormgeving uitvoerig tegen het licht gehouden. Conclusie: het kunstonderwijs in Nederland is niet slecht, er valt wel heel wat aan te verbeteren.

De AKI (oorspronkelijk: Academie voor Kunst en Industrie) werd in 1949 opgericht als toeleveringsinstituut voor de Twentse textielindustrie. Dessin-ontwerp, mode en grafische vormgeving waren de voornaamste vakken. In de jaren dat Joop Hardy directeur was, tussen 1968 en 1980, groeide de kunstnijverheidsschool uit tot een gezaghebbende academie met een duidelijke voortrekkersrol.

In die tijd werd de basis gelegd voor de uitgangspunten die tot op de dag van vandaag heilig zijn: 'Eerbied voor het eenmalige, onverwisselbare individu', zoals de huidige directeur Sipke Huismans het uitdrukt in de inleiding van de AKI-agenda 1996/'97, naast 'het streven naar individuele bewustwording en zelfontplooiing met als doel het verworvene aan de samenleving te schenken'.

Niet alleen Hardy's geest leeft voort in Enschede. Naar hem is de Hardystichting vernoemd, die werd opgericht om te bemiddelen tussen kunstenaars en opdrachtgevers, oud-studenten in zakelijk opzicht te begeleiden en commerciële activiteiten in het algemeen te entameren.

Uit Differentiatie en profilering: 'De commissie constateert een gebrek aan een algemeen sturingsmechanisme in de academie. De directie zou zich meer moeten inlaten met het beleid van de onderwijskundige aanpak van de afstudeerrichtingen. Een sterk organisatorisch management is aan te raden.'

Tja, een verschil in opvatting, doet graficus/politicoloog Huismans enigszins lakoniek. Hij proeft in die woorden een beetje een tendens van: gut, wat wil je, de directie doet zelf ook aan kunst. Alsof hij en adjunct Maarten Binnendijk (in 1967 afgestudeerd aan de AKI en 'geniaal' met cijfers) alleen als artistiek leiders wat in de melk hebben te brokkelen.

De AKI is inderdaad een tikkeltje chaotisch georganiseerd, zegt hij. 'Dat is onderdeel van onze traditie. Wij leggen de nadruk op de inhoud van het onderwijs en de ontwikkeling van de afzonderlijke student. De visitatiecommissie hecht meer aan een vlekkeloze organisatie. Die mensen willen roosters zien, terwijl bij ons juist veel één op één wordt besproken en niet klassikaal.'

Mag hij overigens tussen neus en lippen even kwijt dat hij vorig weekeinde in Groningen oud-AKI-student Remco Crouwel nog sprak, zoon van Wim Crouwel, de voorzitter van de visitatiecommissie? Hij was stupéfait en had gezegd: 'Maar mijn vader vindt de AKI de beste academie van Nederland'

Eigenlijk zou het kunstonderwijs een aparte status moeten krijgen, meent Wouter Hooijmans, grafisch ontwerper te Amsterdam en docent in Enschede. Hij is eervol gevráágd, zoals de meeste van zijn collega's. Het clichébeeld van de tobbende kunstenaar die van armoe maar wat bijklust als docent, gaat wat hem betreft mank. Zonder hartstocht is het niet op te brengen, dat heen en weer gereis tussen het oosten en het westen.

Nergens is de diversiteit aan studenten zo groot als in het kunstonderwijs, zegt hij. 'Aan de ene kant heb je de keramist die eenvoudige voorwerpen maakt en aan de andere kant de architect die straks heel complexe gebouwen gaat ontwerpen. Kunststudenten spreek je zowel op het ambachtelijke nivo van de LTS aan als op het intellectuele, abstracte nivo van de universiteit.

'En het onderwerp valt al helemaal niet af te bakenen, kunst betreft de hele wereld. Daarom vind ik dat verwijt van die commissie, dat het kunstonderwijs zelf niet weet waar het naartoe gaat, ook zo'n flauwekul.'

Het keuringsrapport komt op een moment dat de reorganisatie van de AKI nog maar net is afgerond: de vijfjarige dagopleiding werd vierjarig, er is een begin gemaakt met een voortgezette opleiding autonome kunst, het aantal afstudeerrichtingen ging terug van veertien naar tien, een vakgroep werd opgeheven en de personele bezetting is daarmee verder uitgedund. Een beetje rust in de tent zou welkom wezen, maar voorlopig valt daar nog niet aan te denken.

Om te beginnen staat er een grootscheepse verhuizing op de kalender. Per 1 september 1997 zullen de Enschedese studenten en docenten niet langer in diaspora verblijven op vier adressen in de stad, maar worden verenigd in één gebouw: de Technohal op het terrein van de Universiteit Twente. Die move zal niet alleen het huisvestingsbudget ten goede komen, maar ook prettige consequenties voor de kwaliteit van het onderwijs hebben. Eventjes bij een andere afstudeerrichting binnenlopen, dat kan dan weer. AKI en de Universiteit Twente gaan bovendien nog intenser samenwerken.

Minstens zo ingrijpend maar wat zorgelijker van aard is de kwestie van de 'zeshonderd-studentennorm'. Het aantal studenten in het kunstonderwijs loopt terug. Mooi zo, vindt staatssecretaris Nuis; hij is van mening dat er toch te veel 'werkloze' afgestudeerde kunstenaars zijn. Maar in Enschede heeft die afname tot een penibele situatie geleid: het minimum van zeshonderd studenten, voor het ministerie van Onderwijs een voorwaarde om zelfstandig te kunnen functioneren, wordt niet langer gehaald. De ene na de andere ministeriële boete hangt de academie boven het hoofd. Een verzoek om tijdelijke ontheffing van de norm is tot dusver afgewezen.

Hoogstwaarschijnlijk kan de AKI - met de Rietveld Academie en de Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven de enige drie die niet zijn gefuseerd met een andere hogeschool - dus geen solosectorale academie blijven, zoals dat in ambtelijke termen heet. Zo reëel zijn de Enschedese idealisten ook wel weer. Met de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem en de Christelijke Hogeschool voor de Kunsten Constantijn Huygens in Kampen wordt al gesproken over een coöperatie binnen één grote Oost-Nederlandse kunstinstelling.

In het overleg van AKI-coördinatoren komt het onderwerp uitgebreid aan bod. Dat er niet mag worden getornd aan de plaatselijke voorzieningen en hun identiteit, staat vanzelfsprekend voorop, houdt voorzitter Huismans de vergadering voor. Schamper wordt er hier en daar op gereageerd: wie garandeert dat de ene grote afstudeerrichting de andere kleine niet zal opslokken?

De nieuwe AKI-folder, die deel uitmaakt van het pr-najaarsoffensief en onder auspiciën van de Hardystichting door oud-studenten is gemaakt, valt niet in alle opzichten in de smaak. Coördinator modeontwerpen Marijke Harmens valt over de 'akelige kwalificatie' die in de folder als voorwaarde voor de toelating tot de voortgezette opleiding autonome kunst wordt genoemd. Deze laatste opleiding is voor de zeer getalenteerden, staat er. Heel naar vindt ze die formulering. 'Mijn maag draaide ervan om.'

Maar het zíjn toch de besten die naar de tweede fase gaan, merkt een collega verwonderd op.

Harmens: 'Ik dacht dat we er hier op de AKI vanuit gingen dat iedereen talent heeft, die de toets van het toelatingsexamen heeft doorstaan.'

Dat het principe van het egalitarisme, zo kenmerkend voor de jaren zestig, nog lang na-ebt in Enschede, dat is waar, zegt studentendecaan Nini Derlagen even later in de bus. De vergadering is opgelost in een schoolreisje. Coördinatoren en directie van de AKI zijn onderweg naar de Technohal om het toekomstige onderkomen te bezichtigen.

Weinig prestatie- en prestigegericht is de AKI-mentaliteit, aldus Derlagen. Zij had voorgesteld een advertentie in de krant te zetten toen bekend werd dat de wc-borstel van een AKI-student de Hema Design Prijs had gewonnen. AKI FELICITEERT. . , of iets dergelijks. 'Het idee alleen al. Hoe háálde ik het in mijn hoofd.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden