Op de achterbank bij Samuel L. Jackson

Een Afrikaanse reus in een slechtzittend pak stapt uit zijn taxi. ‘You. You order taxi to airport?’..

Ja, dat was jij. Je stapt in en krijgt een dreun van de dennengeur uit het luchtverversende dennenboompje op het dashboard. Twee uur rijden van zuid-Londen naar Heathrow.

Vanaf de achterbank zie je een bezwete nek, een kruisje dat tingelt aan het stuur en dan links, op de bijrijderstoel, plopt de enorme Bijbel in je blikveld. Het hoofd op de nek draait zich om. De breedste grijns uit de geschiedenis. ‘My name is Daniël. I come from Nigeria. Tell me mister, are you a child of our lord Jesus Christ?’

Ja hoor, dat ben je. Want zijn we dat niet allemaal? Krantje openvouwen, gaan met die taxi.

Helemaal fout. Daniël neemt geen genoegen met ontwijkende flutantwoorden. Wanneer ben je dan precies een kind van Jezus geworden? Ben je born again, zoals Daniël zelf? Weet je wel dat de Schepper elke dag wacht op het moment dat jij daar achterin die taxi ooit eens opnieuw geboren gaat worden, als een kindje van de Heilige Heer?

Daniël wint. De komende twee uur zal het gaan over Jezus. Je trekt ook een zo breed mogelijke grijns, zakt onderuit op de achterbank en kijkt, terwijl Daniël predikt, uit je portierraam. En dan komt onmiskenbaar dat gevoel aanzetten dat je in een film zit.

Uit je raampje zie je ineens de aftandse industrie langs de Theems in slow motion voorbijtrekken. Als Daniël vertelt dat hij de reservedominee is van de Nigeriaanse baptistenkerk in Londen, verandert hij in – natuurlijk! – Samuel L. Jackson. Prachtig plaatje trouwens, die Bijbel op die bijrijderstoel, dat kruisje aan het stuur. Het beeld wordt grofkorrelig. En zwartwit. Nu alleen nog een regisseur.

Wie bedenkt deze scène? Spike Lee? Of nee: twee uur in een trage taxi met een Nigeriaanse reservedominee, dit moet Jim Jarmusch zijn. Alles klopt.

Het echte leven als een cinema carrousel – wie kent het niet. Met vrienden in gare auto op weg naar het zuiden, verveling slaat toe in het motel? Stranger than Paradise (Jim Jarmusch, 1987).

Verliefd in New York? Manhattan (Woody Allen, 1979).

Slecht bezoek aan schoonouders? Meet the Fockers (Jay Roach, 2004).

Wandelend door de gangen van een uitgestorven hotel? The Shining (Stanley Kubrick, 1980).

Het leven is een film. Het leven is krankzinnig. It’s a Wonderful Life! (Frank Capra, 1946).

Robert van Gijssel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden