Bericht uitCuraçao

Op Curaçao ligt de vloot van verlangen voor anker

Voor Curaçao waren de zwaar vervuilende cruiseschepen een bron van toerisme-inkomsten, net als de olietankers.

Het barst op Curaçao momenteel van de cruiseschepen. Niet omdat het zo goed gaat, maar omdat het zo slecht gaat, merkt correspondent Kees Broere op.

In de auto op weg naar een interviewafspraak in het Renaissance Hotel vroeg ik me af wanneer ik daar voor het laatst was geweest. Ik kon het me niet herinneren, dus het moet wel pre-corona zijn geweest. Als ik er kom, is dat vaak voor een bijeenkomst in een van de grote zalen. Bijeenkomsten die momenteel niet plaatsvinden.

Het is niet de charmantste plek op Curaçao, maar het uitzicht vanuit de tuin op zee is (of beter gezegd: was) de moeite waard. En dan zeker in de schemering, in ‘het uur tussen hond en wolf’, zoals de Vlamingen dat zo mooi nazeggen uit het Frans. Tussen de namiddag en de vooravond is het Caribische eiland op zijn mooist.

Ooit, het voelt inmiddels heel erg ‘pre-’, dronk ik er een glas met twee dierbaren. Opeens klonk een scheepshoorn, een diep geluid van weemoedige trots. We keken op en zagen hoe een feestelijk verlicht cruiseschip de pier verliet en koers zette voor een nachtelijke tocht naar een volgend eiland, ergens achter de einder. Wij proostten en wensten de reizigers een behouden vaart.

Jawel, het zijn ondingen, die schepen. Varende en zwaar vervuilende dorpen, volgepropt met breekbare oudjes en jonggehuwden die nog niet hoeven te weten hoe vals de toekomst kan zijn die zij tegemoetgaan. Maar voor Curaçao waren ze ook een bron van toerisme-inkomsten, van veel betekenis voor een eiland dat zaterdag tien jaar geleden een autonoom land in het Nederlands koninkrijk werd.

De vloot van verlangen, laat ons het zo noemen. Niet alleen de cruiseschepen, maar ook de olietankers die op weg waren naar de raffinaderij. Opnieuw: zwaar vervuilend. En opnieuw: van enorm belang voor mensen wier welzijn wel degelijk ook van welvaart, inkomsten, banen en geld afhankelijk is.

Olietankers komen nauwelijks nog binnen; de raffinaderij ligt stil. Maar wat het toerisme betreft: het barst op Curaçao momenteel van de cruiseschepen. Niet omdat het zo goed gaat, maar omdat het zo slecht gaat. En om dat laatste visueel te onderstrepen: veel cruiseschepen liggen momenteel juist aan pieren van de raffinaderij afgemeerd. Daar is toch plek zat.

Beschouw het als een zakcentje, het liggeld dat het eiland hiervoor ontvangt. De cruiseschepen zijn momenteel niet in de vaart, maar dienen wel onderhouden te worden. Op elk schip is daarom een rompbemanning aanwezig, die de boel schoonhoudt en ervoor zorgt dat de motoren niet doorroesten en vastlopen. Soms gaan zij daarom zelfs een stukje uit varen. Als een coronagevangene, die eventjes gelucht wordt en daarna weer moet mijmeren in zijn cel.

Het zijn drijvende monumenten uit een tijd die, vanuit het nu bezien, onbekommerd en zelfs bijna onschuldig lijkt te zijn geweest. Feestlampjes van vrijheid, scheepshoorns van hoop. Ik stel me voor dat zij, op de achtergrond, ook te zien en te horen zijn geweest op het Brionplein in Willemstad, waar tien jaar geleden de vlag van de Nederlandse Antillen werd gestreken en die van het nieuwe land Curaçao werd gehesen. Vrijheid en hoop.

Dan komt de nacht. Het lijkt exact de fase waarin niet alleen Curaçao, maar ook Sint Maarten en het al langer autonome Aruba nu zijn beland; door moedwil, misverstand en domme covidpech. Maar vergis u niet. Dit zijn eilanden. Je ziet de zon er ondergaan in de zee. En aan de andere kant weer opkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden