Op bezoek bij Neerlands enige legale cannabiskweker: 'Wij zijn net zo goed beveiligd als een bank'

Mediwiet is iets héél anders dan coffeeshopstuff

Het kabinet wil experimenten toestaan met gereguleerde wietteelt. Gemeenten hopen dat verschillende varianten een kans krijgen. Intussen wordt in Veendam al op grote schaal cannabis geteeld. Strikt voor medicinale doeleinden - en dat blijft zo.

Foto Minvws

Het bezoek aan Neerlands enige legale cannabiskweker, in Veendam met dependance in Emmeloord, is omgeven met geheimzinnigheid. Het Bureau voor Medicinale Cannabis - een agentschap van het ministerie van Volksgezondheid - geeft pas een dag van tevoren het adres door. 'We houden het niet geheim, maar hangen het ook niet aan de grote klok', verklaart een woordvoerder.

Aan de buitenkant is het een anoniem kantoorpand in rode baksteen en blauwe kozijnen, op een bedrijventerrein aan de rand van de voormalige veenkolonie. Bij binnenkomst weet je meteen dat je goed zit. Er hangt onmiskenbaar een wietlucht, als in een coffeeshop. 'We hebben gisteren 144 cannabisplanten geoogst', verklaart Bedrocan-woordvoerder Peter van Peer de geur.

Bedrocan heet het commerciële bedrijf dat sinds 2003 in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid mediwiet produceert. Ooit teelde bestuursvoorzitter en oprichter Tjalling Erkelens witlof, kruiden en potplanten. In de jaren negentig specialiseerde hij zich met medeoprichter Freerk Bruining (inmiddels uit het bedrijf) op de binnenteelt van gestandaardiseerde, op kwaliteit gecontroleerde cannabisflos.

Wijlen Els Borst, minister van Volksgezondheid, gaf de aanzet tot de productie van medicinale cannabis. Cannabisflos (de gedroogde bloem) of -olie kan bij sommige patiënten spierkramp, misselijkheid of zenuwpijn verminderen. Ook mensen met MS of het syndroom van Gilles de la Tourette kunnen er baat bij hebben. In 2000 werd het Bureau voor Medicinale Cannabis opgericht, dat na een aanbesteding Bedrocan en nog een teler koos als exclusieve producent. Het tweede bedrijf moest na anderhalf jaar stoppen: het product was niet goed.

Het BMC bepaalt elk jaar hoeveel medicinale cannabis Bedrocan mag produceren. Het overheidsbureau is ook verantwoordelijk voor de controle en distributie aan apotheken. Het BMC heeft ook het monopolie op de im- en export van cannabis. Zo exporteert de overheidsinstelling steeds meer medicinale cannabis naar Duitsland, Italië, Scandinavië en Macedonië.

Foto Minvws

Farmaceutisch bedrijf

De voormalige witlofteler uit Groningen noemt zich 'de meest ervaren producent van legale medicinale cannabis ter wereld'. Bedrocan begon in 2004 met 70 kilo. Vorig jaar bedroeg de productie al 1.050 kilo, waarvan 570 kilo werd afgezet in Nederland. Dit jaar verdubbelt de productie, dankzij een contract van het BMC met Duitsland voor 700 kilo medicinale cannabis per jaar. Mede daarom opende Bedrocan een tweede bedrijf in Emmeloord, vier keer zo groot als hoofdvestiging Veendam. Op de locaties werken in totaal zo'n honderd mensen.

Noem Bedrocan-topman Erkelens alsjeblieft geen wietteler of zijn bedrijf een legale wietplantage - dat is vloeken in de kerk. 'Wij zijn een farmaceutisch bedrijf', benadrukt hij in een vergaderzaal met foto's en informatieposters van de Cannabis sativa en Cannabis indica. 'Wij maken medicijnen volgens een strak geprotocolleerd en gestandaardiseerd productieproces.'

De vijf variëteiten die het bedrijf maakt, moeten steeds dezelfde hoeveelheid werkzame stoffen bevatten. Zo heeft 'Bedrocan' 22 procent THC. Bij 'Bedrobinol' is dat 13,5 procent, bij 'Bediol' 6,3 procent, bij 'Bedica' 14 procent en 'Bedrolite' minder dan 1 procent.

De cannabisplanten worden volgens een strak stappen- en tijdsplan gestekt, gekweekt, geknipt en gedroogd. Zelfs de hoek waarin de bloem wordt geknipt, ligt vast. Erkelens: 'Medicijnen moeten altijd dezelfde chemische samenstelling hebben. We kunnen het niet maken een partij cannabisflos af te leveren met een hoger percentage THC - dan worden patiënten opeens high van hun medicijn.'

In een loods staan acht afgesloten productiecellen van 8 bij 8 meter, een meter of 4 hoog. Ze bevatten elk 144 planten in bakken met steenwol. Daarnaast zijn er twee 'vegetatieve cellen' (waarin de hennepstekjes worden gekweekt) en twee droogruimten. In elke productiecel wordt gemiddeld zes keer per jaar geoogst.

Werknemers in witte pakken lopen rond tussen de met zware deuren afgesloten productiecellen. Ook bezoekers moeten beschermende kleding dragen: cannabisplanten zijn gevoelig voor vreemde bacteriën en andere stoffen.

'Leun niet per ongeluk tegen een van de wanden', waarschuwt woordvoerder Van Peer. 'Want dan gaat het alarm af.'

Is het bedrijf niet bang voor ripdeals van drugscriminelen? 'Ons bedrijf is net zo goed beveiligd als een bank', beweert Erkelens, zonder details te geven. De afgelopen jaren zijn er drie mislukte inbraakpogingen geweest. De eerste twee keer ging het alarm af en was de politie snel ter plekke. 'De laatste keer was het de politie zelf. De agenten in de surveillancewagen roken een vreemde lucht en dachten een illegale wietkwekerij te hebben ontdekt.'

Bedrocan doet niet mee aan de discussie over regulering van de wietteelt voor de bevoorrading van coffeeshops. Erkelens: 'Dat is een andere tak van sport. We houden ons ver van de teelt voor recreatief gebruik. Coffeeshops willen met cannabis vooral geld verdienen. Wij maken medicijnen voor patiënten, dat is een andere insteek en visie.'

Belletje

Toch wordt Bedrocan/BMC door sommige burgemeesters als model genoemd voor gereguleerde wietteelt voor coffeeshops. 'Ik krijg wel eens een belletje', beaamt Erkelens. 'Maar die contacten houd ik altijd af. Voor ons is de recreatieve markt echt een no-goarea. Dat is niet te verenigen met onze missie om de beste producent van medicinale cannabis ter wereld te zijn.' Financieel directeur Robert van Dijk: 'Je gaat toch ook geen Pepsi-Cola bij Coca-Cola produceren?' Erkelens: 'Iedereen weet dat cannabisgebruik de hersenen van jongeren tot pakweg 21 jaar beïnvloedt. Toch verkopen coffeeshop al aan klanten van 18-plus. Daar gaan we echt niet aan meewerken.'

Bedrocan is ook beducht voor zijn goede naam over de grens. 'Internationaal zou het niet worden getolereerd als we naast medicinale cannabis ook cannabis voor recreatief gebruik zouden produceren', aldus Van Dijk. 'Dat is in strijd met de VN-verdragen en zou zeker in Australië tot problemen leiden.'

In Canada leidt die vermenging al tot conflicten. Bedrocan had een licentie uitgegeven aan een Canadees bedrijf om op 'Veendamse wijze' medicinale cannabis te produceren. De nieuwe eigenaar Canopy wil ook recreatieve cannabis gaan telen, omdat Canada de softdrugsmarkt volgend jaar opengooit. Voor Bedrocan is die stap aanleiding om de samenwerking te staken - daarover lopen nu juridische procedures.

Erkelens wil zich richten op de ontwikkeling en productie van meer soorten medicinale cannabis. De enige aandeelhouder van Bedrocan zoekt daarom een investeringsfonds met dezelfde visie: patiënten helpen. 'Wij werken volgens de GMP-regels (good manufacturing practice) uit de farmacie en de meeste medewerkers hebben een farmaceutische achtergrond', aldus Erkelens. 'Sommige mensen denken wel eens: cannabis is cannabis. Maar ons bedrijf heeft totaal niets met een wietplantage te maken.'


Vier manieren om cannabis bij de klant te krijgen

1. Limburg: één wietboer

Nu halen coffeeshops hun voorraad overal en nergens vandaan - via de beruchte 'achterdeur'. Dat leidt tot criminaliteit en overlast. Heerlen wil in samenwerking met de zeven andere Limburgse coffeeshopgemeenten daarom dat één streng gecontroleerd bedrijf gaat leveren aan alle coffeeshops in de gemeente of zelfs in de hele provincie. De Heerlense gemeenteraad bepleit dat al jaren, maar het plan De voor- en achterdeur open werd in 2013 vergeefs aangeboden aan minister Opstelten (Justitie). Hij zag ook niets in voorstellen uit Utrecht en Eindhoven.

Sindsdien is er wel een businesscase uitgewerkt. Voor één Heerlense coffeeshop is 500 kilo per jaar nodig: 14 soorten wiet, maar ook hasj. De verkoopprijs moet rond de 5 euro per gram liggen. Als wiet te duur wordt, dreigen de gebruikers uit te wijken naar illegale straatdealers. Er werden zelfs al gesprekken gevoerd met een potentiële 'wietboer'.

'We hopen dat het nieuwe kabinet ons nu eindelijk de ruimte gaat bieden voor dit experiment', aldus de gemeente Heerlen.

2. Eindhoven: shops telen zelf

Een variant op het Heerlense model is om coffeeshops zelf een belangrijke rol te geven bij de wietproductie. Zij weten het beste wat de klanten willen en hebben al contacten met (nu nog illegale) telers. De VNG noemt die variant 'teelt en verkoop in één hand'. De Bredase burgemeester Depla noemt het de Eindhovense variant, omdat oud-burgemeester Rob van Gijzel hiermee bezig was.

Volgens Aernout Ackermans van de Vereniging van Eindhovense Coffeeshops (VCE), hebben de shops enkele jaren geleden een plan ingediend voor 'een kweekcoöperatie'. Daarin werken shops en erkende telers samen. Dat plan verdween in een diepe la, omdat minister Opstelten weigerde toestemming te geven voor experimenten.

Ackermans hoopt dat het plan, wellicht iets aangepast, nieuw leven wordt ingeblazen. Dat is volgens hem beter dan de wietproductie over te laten aan één groot bedrijf. 'Er is toch ook geen kweker in ons land die alle komkommers kweekt', aldus de manager van coffeeshop Upstairs.

3. Rotterdam: afhaalautomaat

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb vindt juist dat coffeeshops een kwetsbare schakel zijn. Te vaak zijn ze verbonden met criminaliteit en veroorzaken ze overlast. Als alternatieven noemt Aboutaleb de verkoop via internet of afhaalautomaten, zoals apotheken soms hebben voor de uitgifte van herhaalrecepten. Ook wijst hij op de Zweedse staatswinkels voor alcohol, de systembolaget.

'Al die modellen staan open, daar heb ik geen oordeel over', aldus Aboutaleb. 'We kunnen de verkoop van wiet aanbesteden of denken aan een publiek-private stichting. In een moderne economie moeten er alternatieven te vinden zijn voor coffeeshops.' Ook Schiedam en Amersfoort hebben interesse.

Uit onderzoek blijkt volgens de Rotterdamse burgemeester dan 75 tot 80 procent van de exploitanten van coffeeshops antecedenten bij de politie hebben, 'tot en met het bezit van wapens'. Hij is voor elke vorm van regulering die leidt tot 'minder overlast, minder criminaliteit en meer bescherming van de jeugd'.

4. Utrecht: cannabis clubs

Utrecht pleit al jaren voor social cannabis clubs. Naar Spaans voorbeeld worden gebruikers lid van een soort tuindersvereniging die alleen voor eigen gebruik teelt.

'Geen stiekem gedoe met plantjes op brandgevaarlijke zolders', zegt D66-wethouder Victor Everhardt (Volksgezondheid). 'We zetten de schijnwerpers op de productie, iedereen weet wat daar gebeurt. De administratie moet kloppen: hoeveel planten staan er en voor wie zijn ze bedoeld?'

Ruim 40 procent van de Utrechtse coffeeshopklanten vindt het idee sympathiek. Ze rekenen op hogere kwaliteit en waarderen het non-profitkarakter. Ook denken ze dat een jointje goedkoper wordt. Utrecht zou 500 tot 1.500 geinteresseerden tellen - goed voor één of twee clubs. Rond 13 procent van de volwassen Utrechters zegt de afgelopen twaalf maanden cannabis te hebben gebruikt. Everhardt: 'In dit experiment staat naast terugdringen van overlast en criminaliteit vooral de volksgezondheid centraal. Er is meer sociale controle.'

Meer over