REPORTAGE

Op Athos zijn vrouwen niet welkom

Zelfs in Europa bestaan ze nog: bijzondere, verafgelegen en soms zelfs verborgen koninkrijkjes

Zelfs in Europa bestaan ze nog: bijzondere, verafgelegen en soms zelfs verborgen koninkrijkjes. V Zomer vond er vier. Welkom op Athos, waar de monniken nog altijd geen vrouwen toelaten.

Het Simonopetraklooster. Beeld Fotograaf onbekend

Het is vier uur in de nacht en we zitten, ongewassen, en nog wat slaperig, achterin een op wat kaarslicht na duistere, eeuwenoude kerk. Mannen in lange zwarte gewaden, een fez-achtig hoedje op hun hoofd met daaroverheen een zwarte sluier, lopen als een soort Darth Vaders af en aan, slaan kruisen en kussen de icoon van de heilige Maria. De variatie in baarden is fascinerend: van vrome profetenbaarden tot aarzelende, vlassige studentenbaardjes en woeste schippersbaarden. Uit de diepte van de kerk, bij het altaar, klinkt het gemurmel van een onzichtbare priester, die oud-Griekse bijbelteksten voordraagt, afgewisseld door langdurig één- en meerstemmige zang van het monnikenkoor. Achter ons op de binnenplaats van het klooster beginnen de zwaluwen alweer te kwetteren onder de blote sterren-hemel.

De orthodoxe kerkdienst, die me in zijn bizarre ernst en duur doet denken aan een performance van de Amerikaanse kunstenaar Matthew Barney, en aan de theorie van filosoof Frits Staal, volgens welke rituelen inherent zinloos zijn, wordt sinds mensenheugenis opgevoerd door honderden monniken in de twintig Grieks- en Russisch-orthodoxe kloosters op het schiereiland Athos. Elke nacht opnieuw. Drie, vier, vijf uur achterelkaar. Overdag, voor het avondmaal, is er nog een iets kortere dienst, inclusief vespers en completen. Op Athos begint de dag met zonsondergang. Ook die eigenaardige omdraaiing stamt nog uit de Byzantijnse tijd. Monniken slapen overdag bij.

Het zijn niet zozeer deze archaïsche gebruiken die Athos uniek maken en zelfs niet het sobere kloosterleven met inbegrip van kluizenaars die zich in rotswanden verborgen houden, maar het perfecte mannenparadijs dat op dit schiereiland al minstens duizend jaar in stand wordt gehouden. Vrouwen zijn niet meer welkom sinds nota bene Maria de berg Athos (2.027 m.) volgens de religieuze mythologie als heilig bestempelde en aanwees als gebedsplek voor monniken. Artikel 186 van het handvest van de kloosterautoriteiten, ook wel bekend als het abaton (afbakening), bepaalt dat vrouwen niet zijn toegestaan op het eiland. Kinderen ook niet trouwens. Vrouwelijke dieren evenmin. De politie in het havenstadje Dafni ziet erop toe dat de wet wordt nageleefd. Vrouwen mogen hooguit, op vijfhonderd meter afstand van de kust, met een bootje varen langs de kloosters, die als forten tegen de rotsachtige heuvels aan liggen gedrapeerd.

Het verbod op vrouwen roept allerlei vragen op. Zijn travestieten en transseksuelen ook verboden? Opblaaspoppen? En betekent het verbod op vrouwelijke dieren niet dat op zijn minst wordt geïmpliceerd dat mannen zich tot schapen, geiten en what have you voelen aangetrokken? Helaas kun je zulke vragen eigenlijk aan niemand stellen. Monniken spreken of geen Engels (mijn Grieks is niet meer wat het is geweest) of niet met heidenen (laat staan journalisten) of ze weten niets van dit soort kwesties - wat in hun geval geldt als een aan-beveling.

Ook de vraag of er ooit een vrouw in is geslaagd op Athos te komen, laat zich niet makkelijk beantwoorden, zelfs niet met behulp van internet. De Grieks-Amerikaanse journaliste Alexia Amvrazi fantaseerde in een vlammende column tegen het 'seksisme' op Athos over een helikopterlanding te midden van de kloosters (sommigen beschikken over een heli-pad), liefst bij het uitgaan van de kerk, maar het bleef bij een fantasie.

Landbouw rondom het Karakalou-klooster. Beeld Martin Fickweiler

Een rondbuikige Athener, Panagiotis Tzeferakos, die met drie vrienden op pelgrimstocht is op Athos, vertelt me tijdens een hobbelige taxirit naar Karyes, het bouwvallige hoofdstadje van het schiereiland, dat er eens een Britse schrijfster is geweest die zich als man had vermomd. Toen zij een voet zette op het kloostereiland raakte zij verlamd. Ze viel door de mand en werd heengezonden. Thuis bad ze God om vergiffenis om haar bedrog en zie: ze kon weer lopen.

'A miracle!' kraait de rondbuikige Athener.

Grieken verwijzen graag naar wonderen. Dit is niet zo vreemd, aangezien 98 procent van hen orthodox katholiek is en dat geloof wemelt van de wonderen en het bijgeloof. In de Oosterse katholieke kerk worden iconen en relikwiën van heiligen (schedels, een hand, delen van Christus' houten kruis, et cetera) vereerd alsof het zelf heiligen zijn, botten van doden worden opgegraven en trots bijgezet in een knekelhuis als bewijs van eeuwig leven. Kaarsen zijn ook niet voor de gezelligheid, ze hebben een heilzame werking op de godsvrucht en de ziel.

In de skete (miniklooster) Anna, schilderachtig gelegen onder aan de Athosberg, waar pelgrims zoals gebruikelijk worden verwelkomd met tsipouro (brandewijn), loukoumi (Turks fruit) en een glas water, zien we een groep Russisch-Oekraïense pelgrims in legeroutfit voorbijtrekken onder leiding van Andrej, een priester uit Kiev, die een houten kruis voor zich uitdraagt alsof hij Dracula bestrijdt. Als ik hem daarover aanspreek, zegt hij: 'Dit kruis is nieuw. Kijk, er zit een gaatje in, waar precies een stukje van Christus' kruis in past.' De grap onder orthodoxen is inmiddels dat je met alle stukjes van Christus' kruis een houten schip zou kunnen bouwen.

In tegenstelling tot de gewoonte in de rooms-katholieke kerk leven priesters in de Griekse en Russische orthodoxie niet celibatair. Zo heeft Andrej, de priester uit Kiev, vrouw en drie kinderen. Hij heeft ook een iPhone 4, met een cool hoesje eromheen. 'Het probleem van de kerk is dat jongeren zich niet meer ertoe voelen aangetrokken', zegt hij. 'Internet is sterker dan God.'

Athos

Het Griekse schiereiland Athos, kleiner dan Texel, wordt de tuin van Moeder Gods genoemd én is voor vrouwen verboden. De religieuze mythologie wil dat Maria de berg Athos heeft aangewezen als gebedsplek voor monniken. Op het eiland zijn twintig kloosters en enkele mannengemeenschappen, samen goed voor 1.811 inwoners. Bezoekers hebben een speciaal visum nodig, dat is aan te vragen bij het Athos Consulaat in Thessaloniki. Per dag zijn tien niet-orthodoxe bezoekers en honderd orthodoxe pelgrims welkom.

'Wat Athos bijzonder maakt, is niet zozeer dat er geen vrouwen zijn, want die heb je in geen enkel mannenklooster, maar dat het verbod op vrouwen absoluut is en geldt voor het hele schiereiland', zegt vader Pachomios (44), een Nederlandse monnik die sinds drie jaar leeft in het klooster van Karakallou (vijftig kloosterlingen). Athos, ongeveer even groot als Texel, is niet voor niets geïsoleerd, wil hij maar zeggen; dat is juist wat contemplatieve kloosterlingen zo aantrekt. 'Wij willen eenzaam zijn. Wij hebben geen ambities. Het kloosterleven is een oefening in nederigheid. Afzondering helpt ons dichter bij God te komen.'

Behalve bidden en kerkdiensten verzorgen, werken monniken ook op het land, voor eigen consumptie. Groente, fruit, olijven en ook wijn wordt verbouwd. Het eten, ook voor kloosterbezoekers, bestaat dikwijls uit rijst, sufgekookte boontjes en een appel toe. Maar een gegeven paard moet je niet in de bek kijken. Noch voor het eten noch voor het slapen (op spartaanse bedjes) vragen de monniken een vergoeding. De enige verwachte tegenprestatie is het bijwonen van de kerkdiensten. Dat kost je hooguit je nachtrust - hoewel soms zelfs dat niet: ook in de kerkbanken wordt hier en daar geslapen.

Vader Prodomos, een boomlange Fin met een zuurkoolbaard, houdt tijdens kerkdiensten de wacht bij de ingang, regelt de taakverdeling en zet voor heidenen zoals wij in de exonarthex een klapstoeltje neer. Nadat een monnik tussen twee en drie uur 's nachts op de talanto (een houten plank) heeft geslagen, gaat vader Prodomos om half zes 's ochtends alle slaapkamerdeuren nog eens af om langslapers uit hun bed te trommelen voor de hoogmis. 'Danach Frühstück,' bromt hij, bij wijze van aanmoediging.

'Ich freue mich darauf', zeg ik.

'Heute haben wir Fisch.'

Daarvan is niets gelogen: bij het ontbijt vinden we een enorme plak rode vis op ons ijzeren bord. Die laat zich met de Athos-wijn uit een ijzeren beker goed wegspoelen.

Kloosterlingen beperken eten, praten en slapen tot een minimum. Mogelijkheden tot vermaak zijn zo goed als afwezig. Slechts een enkeling heeft een (verouderd) mobieltje; Karakallou heeft één computer met internet, die slechts mag worden geraadpleegd voor praktische zaken, na toestemming van de abt. Op de verlaten zolder van het klooster Pavlou, aan de westkust van het schiereiland, stuiten we op een hometrainer: een zeldzaam geval van ijdelheid. Kloostercellen zijn klein en spaarzaam ingericht, met een bed en een plankje met boeken en de onvermijdelijke bidprentjes van vooral Maria, het apostelduo Petrus en Paulus (afgebeeld als innige vrienden) en Johannes de Doper, die in het orthodoxe geloof een belangrijke rol speelt, en komboschkini ofwel bidtouwtjes, die helpen bij het 'Jezusgebed', een meditatievorm waarbij alsmaar de regel kyrie eleison, ofwel 'Christus ontferm U' wordt herhaald.

Vader Pachomios, een zachtmoedige man met Surinaamse ouders uit Den Haag, is met zijn zwarte huid en kroeshaar een verrassende verschijning op Athos. 'Ik moet steeds uitleggen dat ik niet uit Afrika kom. Dat vinden Grieken moeilijk te begrijpen.' Als rooms-katholieke econometriestudent in Rotterdam ging hij het klooster in en kwam via orthodoxe kloosters in België en Frankrijk op Athos terecht. Zijn burgerlijke naam wil hij niet geven, ook niet na aandringen. 'Mijn mede-kloosterlingen kennen die niet eens.'

Heeft hij te maken met vooroordelen op Athos vraag ik hem tijdens een rustmomentje in de nachtdienst, als hij in zijn zwarte pij opdoemt uit de binnenste kerk, waar wij heidenen niet mogen komen. 'Toen ik op Athos kwam, heb ik mij eerst bij een ander klooster aangemeld, maar dat wilde me niet hebben. Ik vermoed vanwege mijn uiterlijk', fluistert hij. 'Grieken zijn niet zozeer racistisch als wel xenofoob, maar dat komt vooral voort uit onwetendheid. Anti-discriminatiewetten zoals in Nederland bestaan hier niet.'

Later, als hij ons een rondleiding geeft door het klooster, vertelt hij dat twee Nederlandse monniken hem in dit klooster zijn voorgegaan. Eén is verongelukt bij een val van het balkon in het klooster, boven op omhoogstekende spiezen. De andere heeft niet zo lang geleden het klooster verlaten, is getrouwd met een Russische en heeft drie kinderen. 'Toen hij nog eens langs-kwam, liet hij ons vol trots vijfhonderd foto's zien op zijn iPad,' glimlacht vader Pachomios.

Monniken in de haven van Pavlou. Beeld Martin Fickweiler

Wat doet de volstrekte afwezigheid van vrouwen met een monnik op Athos? 'Het is veel rustiger,' zegt hij. 'Met vrouwen erbij kun je toch in situaties komen, ook in gedachten, die tot vervelende dingen leiden.' Dat klinkt cryptisch. Hij bedoelt dat vrouwen een monnik zouden kunnen verleiden om het klooster te verlaten. 'Maar dat kunnen ze beter niet proberen', zegt hij. 'Monniken als wij zijn helemaal niet geschikt voor het huwelijk.'

Vrouwen kunnen hartstochten opwekken, menen de ascetische monniken, en dat leidt maar af. Zij trachten verschoond te blijven van hartstochten. Net zoals boeddhistische monniken willen ze 'leeg' worden, al noemen ze dat 'vrij voor God'.

Vader Pachomios wil benadrukken dat hij niets tegen vrouwen heeft en dat hij Athos ook niet zou verlaten als vrouwen op een dag zouden worden toegelaten op het schiereiland.

Niet alle monnikken zijn zo gematigd. Een van de drie leken-winkeliers in Karyes vertelt me de volgende anekdote. Een monnik kwam zijn zaak binnen. Na inspectie van het aanbod begon hij tegen de verkoper te foeteren. Dat dit niet kon, dat dit een grote schande was. 'Wat?', vroeg de verkoper verbaasd. 'Nou, dat natuurlijk!', wees de monnik met zijn neus naar een pak Nestlé Fitness cornflakes. Nog steeds begreep de verkoper niet waarover de monnik het had. Hij haalde het pak van het schap en toen zag hij het licht: tegen de achtergrond van de afbeelding op het pak waren de contouren van een vrouw zichtbaar. De vrouw was nauwelijks als zodanig herkenbaar. De monnik stond erop dat de verkoper zijn pakken Nestlé Fitness cornflakes zou vernietigen, maar dat weigerde deze. 'Eet ze dan op!' Ook daartoe was de verkoper niet bereid. De enige knieval die hij wel wilde maken, was de verpakking omdraaien, zodat de vrouw uit het zicht verdween.

Een subclausule van het verbod op vrouwen op Athos, die mij een beetje doet denken aan Gerard Reves katholieke dieren, stelt dat vrouwelijke dieren ook niet zijn toegestaan. Vandaar dat er op het schiereiland geen koeien zijn, dus is er geen zuivel en moet alle melk en kaas worden geïmporteerd uit 'de buitenwereld' (lees: Thessaloniki). Sinds kort echter worden er kippen gehouden - vanwege hun eieren. (Athonische monniken eten geen vlees, wel vis.) Bij het ontbijt in de eetzaal van het klooster Karakallou, na de uitputtende nachtdienst, zag ik een jonge monnik met smaak een hardgekookt eitje pellen. Wij, heidenen en pelgrims, die een tafel verder zaten, kregen geen eitje.

Behalve kippen worden sinds enige tijd op Athos ook poezen toegestaan, alhoewel die naar verluidt weinig liefde krijgen. Op Karakallou worden ze vergast op etensresten uit het klooster.

Tien jaar geleden stelde de feministische activiste Joke Swiebel, destijds europarlementslid voor de PvdA, samen met Scandinavische collega's het verbod op vrouwen op Athos aan de kaak. Dat had geen enkel effect. Een millenniumoude leefregel, die bovendien nationale en internationale protectie geniet (Athos valt onder het Werelderfgoed van de Unesco en krijgt ettelijke miljoenen euro's EU-subsidie voor restauratiewerkzaamheden), laat zich niet zo makkelijk opheffen.

Beeld de Volkskrant

Vader Pachomios betwijfelt of er veel Griekse vrouwen zijn die zich opwinden over het verbod. 'Griekse vrouwen zijn bijna allemaal gelovig en die respecteren de traditie. Er is een nonnenklooster in Athene waar ik als man wel mag komen, maar niet mag overnachten. Daar hoor je mij ook niet over.'

Op een verscholen terrasje van een van de weinige cafeetjes op Athos treffen we, tot onze niet geringe verbazing, achter een biertje en een sigaretje, een licht aangeschoten Griekse kluizenaar aan. Hij is in een gesprek verwikkeld met een jonge Pool die naar Athos is gekomen om iconen te schilderen; de Poolse schilder wil zijn naam niet noemen en maakt zich uit de voeten. De monnik wil ons in ruil voor een biertje wel te woord staan. Twintig jaar geleden is hij gescheiden van zijn vrouw ('Het voelde alsof ik mijn auto wegdeed') en naar Athos gekomen, maar of hij bij een klooster heeft gezeten, en zo ja welk, blijft onduidelijk. Nu lijkt hij zelfstandig te opereren of in een kellion (een kleine groep samenlevende monniken).

'The passport to paradise is love!', flapt hij er tussen twee hijsen aan zijn sigaret uit.

Dat wil ik best geloven, zeg ik. 'Maar wat voor liefde?'

'Liefde voor God.'

'En zijn er in dat paradijs dan vrouwen?', wil ik weten.

Hij trekt een vies gezicht. 'Nee, natuurlijk niet!'

Om hem te provoceren, zeg ik dat er in mijn paradijs alleen maar vrouwen zouden zijn.

Wat aan hem de vergelijking oproept met een liedje van James Brown, kom hoe heet het ook alweer? 'O ja, weet je wat jij bent? Een sexmachine!'

Het gedrag van de monniken op Athos doet denken aan Odysseus, die was in zijn oren stopte en zich liet vastbinden aan de mast van zijn schip uit angst dat hij de lokroep der Sirenen niet kon weerstaan. En aan gesluierde vrouwen, zoals bijvoorbeeld in de islamitische wereld. Er is geen wezenlijk onderscheid tussen een verbod op vrouwen en een verbod op het tonen van vrouwelijke vormen op straat.

Een ongemakkelijke vraag dringt zich op, namelijk: als er geen vrouwen zijn op Athos, wordt de lust van sommige mannen dan misschien op een andere manier bevredigd - bijvoorbeeld bij elkaar? Hangen sommige monniken wellicht, ja, de Griekse beginselen aan?

Vader Pachomios, de redelijkheid zelve, schrikt een beetje van de vraag, maar sluit niets uit: 'Overal zijn schandalen, dus hier ook.' Hij legt uit dat homoseksualiteit in het huidige Griekenland een taboe is. Het bestaan ervan wordt simpelweg ontkend en helemaal op Athos. Verder weet hij het niet. 'Monniken leven samen, maar zijn geen vrienden. Wij kennen elkaars geheimen niet.'

Het kan inbeelding zijn, maar na vier dagen (de maximale verblijfsduur voor pelgrims en toeristen volgens onze diamonitirion, de officiële verblijfsvergunning) op dit mannenparadijs, verlang ik nog meer naar een vrouw dan normaal. Mijn eigen vrouw, om precies te zijn. Martin, mijn reisgezel, voelt hetzelfde. Tegelijkertijd stellen we vast dat ons terugstootloos afweergeschut, om nog eens met Reve te spreken, gedurende onze expeditie niet één keer van zich heeft laten horen.

'O, wat verheug ik me op de vrouwtjes!', roept de rondbuikige Athener, op de terugweg naar het vasteland. Hij heeft nog een tip voor me voor de volgende keer. 'Als de Russische pelgrims naar Athos gaan, laten ze hun darlings altijd achter in het hotel in Ouranoupolis...'

Hij doet zijn mond half open en draait met zijn tong luie rondjes langs zijn lippen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.