Oostkapelle

Toevallig was ik in Oostkapelle, Zeeland. Omliggende dorpen heten Vrouwenpolder, Serooskerke en Gapinge. Plekken waar ik nog nooit van had gehoord Dan is er Domburg....

In Domburg ben ik ook nog nooit geweest. Ik hoor wel eens dat er mooie, statige hotels zijn, en klassieke boulevards om langs te flaneren. Het schijnt grandeur te hebben. Toch altijd links laten liggen, Domburg, want zulke plaatsen bestaan. Je weet dat ze er zijn, maar je komt er niet. Wat Domburg betreft, speelt ook de ligging mee. Het bevindt zich werkelijk aan het einde van de wereld, helemaal op de westelijke punt van Walcheren. Er gaat geen fatsoenlijke weg naar toe.

Goed.

Oostkapelle is klein. Het heeft een pittoresk centrum en een uitgestrekte buitenwijk van bungalowtjes, campings en toeristenvoorzieningen. De centrale verkeersader is de Duinweg, de naam zegt het al -die gaat naar zee. Het drukste punt is daar waar Duinweg en Randduinweg op elkaar uitkomen: een kruispunt van restaurants, pannekoekenhuizen en snackbars. Een paar honderd meter verderop is het parkeerterrein van het strand.

Het was mij onderweg naar Oostkapelle al opgevallen dat het vakantietijd was in Zeeland. Overal plezierjachten, zeilboten, paraglyders, hengelaars, ijscokarren, fietsers in fleurige outfits, auto's met caravans en speedboten, vrolijke rijen wachtenden voor de Zeelandbrug, maar pas in Oostkapelle drong het helemaal tot me door -vakantie.

Als je zelf geen vakantie hebt, is de vakantie van anderen een vreemd fenomeen om waar te nemen. Het is net alsof er twee paralelle werkelijkheden zijn; die van de zorgeloze vakantievierder en die van de werkende passant die hem gadeslaat vanuit een koele auto. Ook de metafoor van een film dringt zich op: alsof je door een reusachtige speelfilmdecor rijdt; overal figuranten die hun ding doen, maar waar is precies de actie, waar zijn de hoofdrolspelers?

In Oostkapelle, daarom begin ik erover, viel voor mij het muntje: bij het omslaan van een bocht, van Dorpstraat naar Torenstraat, stak voor mij ineens een man de straat over die alleen een zwembroek droeg, een rode, strakke zwembroek. Aan zijn voeten had hij teenslippers en in zijn linkerhand een heel gesneden witbrood in een plastic zak. De man had zo weinig haast en de zon scheen zo verpletterend op Oostkapelle neer dat alle afzonderlijke sneetjes brood te zien waren. De zak was niet al te strak gesloten, de boterhammen leken te dansen.

Vakantie, dacht ik.

Het is hier zomer.

Ineens begreep ik de tred van de man, zijn zongebruinde huidskleur, de slippers aan zijn voeten, zijn volstrekte gebrek aan haast, en eigenlijk ook aan richting. Hoewel hij waarschijnlijk onderweg was naar zijn gezin in hun vakantiehuisje, zag het er niet zo uit. Hij had iets doelloos, en daarin iets waardigs, ondanks die gekke zwembroek. Op en top een vakantieganger, een vacancier, zoals de Fransen dat zo treffend noemen, een man die de hoofdrol speelt in zijn eigen film. Ik voelde een steek van jaloezie, want als ik zelf op vakantie ben, lukt het me bijna nooit deze staat van absoluut vakantievieren te bereiken.

De man verdween.

Ik vervolgde mijn weg. Er was iets veranderd, dat was duidelijk. Overal in Oostkapelle zag ik nu van die mannen, en ook vrouwen en kinderen die zich helemaal aan hun vakantie hadden overgegeven. Het was beslist feestelijk te noemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden