Oostenrijks drama

Wetenschappers barsten van ambitie. Het ergste dat ze kan overkomen, is dat ze een ontdekking hebben gedaan waarvoor een ander de eer opstrijkt....

Hoe kan een verongelijkte geleerde zoiets rechtzetten? Bij een grote ontdekking is zo'n correctie vrijwel onmogelijk, omdat maatschappelijke belangen dan zwaarder wegen dan de waarheid.

In de vorige eeuw kon je nog een artikel naar een wetenschappelijk tijdschrift sturen met een titel als: Ik ben de ontdekker van . . . In 1871 deed de, toentertijd nog onbekende, Oostenrijkse natuurkundige Ludwig Boltzmann (1844-1906) zoiets. Hij had zich geërgerd aan een artikel van Rudolf Clausius, omdat deze wereldberoemde Duitser daarin een theoretische ontdekking opeiste die Boltzmann al vijf jaar eerder had gepubliceerd. Clausius antwoordde door weer een artikel te publiceren, waarin hij Boltzmann gelijk gaf.

Boltzmann is een van de briljantste, maar ook meest tragische wetenschappers uit de vorige eeuw. Tot op de dag van vandaag wordt de waarde van zijn bijdragen onderschat. Gelukkig is er zeer recent een prachtig boek over hem uitgekomen: Ludwig Boltzmann, The Man Who Trusted Atoms door Carlo Cercignani (Oxford, 1998). Wat mij betreft de ideale aanpak van een biografie van een wetenschapper: niet alleen zijn leven wordt erin beschreven, maar ook zijn werk wordt uitgebreid behandeld.

Hoewel het werk van Boltzmann een sterk theoretisch, wiskundig karakter had, wilde hij altijd in de buurt zijn van experimentele collega's. Hij deed ook zelf proeven en doceerde experimentele natuurkunde.

Boltzmann was zijn tijd ver vooruit. Hij kon als eerste verklaren waarom de tijd een richting had. Het bestaan van zo'n richting is tot op de dag van vandaag voor natuurkundigen één van de intrigerendste eigenschappen van de natuur.

Alle natuurwetten laten toe dat de tijd ook de andere kant op gaat: dat een mens jonger wordt, in plaats van ouder. Verschijnselen als kraaienpoten, rimpels, onderkinnen en haaruitval lijken echter aan te tonen dat de tijd toch altijd maar één kant op gaat: vooruit.

Boltzmann vond het antwoord op deze paradox. Hij liet zien dat omkering van de tijd weliswaar mogelijk, doch zéér onwaarschijnlijk is. Zo onwaarschijnlijk dat het in de praktijk nooit voorkomt. Essentieel in zijn redenering is dat hij aanneemt dat alle materie bestaat uit heel kleine deeltjes.

Zijn tijdgenoten waren woedend. Velen geloofden nog steeds niet in het bestaan van die atomen en zagen met lede ogen aan, dat een zo mooi vak als natuurkunde besmeurd werd met zulke aardse zaken als kans en waarschijnlijkheid.

Boltzmann was rusteloos en veranderde regelmatig als hoogleraar van universiteit - achtereenvolgens Wenen, Graz, Wenen, Graz, even Berlijn, München, Leipzig, uiteindelijk weer Wenen. Iedereen erkende zijn begaafdheid, maar zijn ideeën ondervonden overal grote tegenstand.

Hij had een zwakke gezondheid en was depressief. Zijn zwarte kijk op het leven blijkt wel uit een gedicht dat hij schreef met als titel Beethoven in de hemel. In dat gedicht vindt een gesprek plaats tussen Boltzmann en de ziel van Beethoven. Engelen hebben zojuist Boltzmann de nieuwste hemelse muziek van Beethoven laten horen. Boltzmann klaagt tegen de componist dat hij deze muziek niet zo mooi vindt als zijn aardse muziek. De componist geeft hem gelijk, want in de hemel heeft hij geen pijn en dus geen inspiratie meer: Maar hier in de hemel is het pijn waarnaar men verlangt.

Op vakantie met zijn vrouw en jongste dochter maakt hij een eind aan zijn leven door zich op te hangen. Voor Boltzmann stond de tijd stil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden