Oost-Timor blijft verdeeld door chaos en geweld

Oost-Timor blijft in de ban van geweld...

Van onze correspondent Michel Maas

Metinaro begint kilometers voordat het stadje in zicht komt. Waar de bus uit Dili stopt, ligt het ‘nieuwe’ Metinaro: duizenden hutten van gevlochten palmbladeren. Hier, aan de rand van de weg naar Baucau, begint ‘Loro Sae’, het oostelijk deel van Oost-Timor. Dit is de halte waar twaalfduizend ‘oosterlingen’ zijn neergestreken die uit Dili zijn gevlucht uit angst voor aanvallen van Timorezen uit ‘Loro Mun’, het westen.

In het vluchtelingengetto van Metinaro klinkt gitaarmuziek. Jacinto heeft grove hechtingen in zijn rechterwang. ‘Van dinsdag. Toen zijn wij in Dili geweest.’ Zij vochten mee in de jongste verkiezingsrellen in de hoofdstad.

Fretilin heeft de naam. Politieke tegenstanders beschuldigen de machtige regeringspartij van intimidatie en geweld. Van die relschoppers zijn de jongens in Metinaro de voorhoede. Jacinto: ‘Hier zijn wij allemaal Fretilin.’

Jacinto bladert in een krantje waarin foto’s staan van helden van de bevrijdingsbeweging Falintil, die tot 1999 tegen de Indonesiërs vocht. Hij wijst ze een voor een aan: ‘Deze, en deze, en deze: allemaal komen ze uit Loro Sae, niet uit het westen. Wíj hebben het land bevrijd, niet zíj.’

Jacinto zegt wat vorig jaar april leidde tot een nieuwe explosie van geweld. Militairen uit het westen voelden zich gediscrimineerd door hun officieren, die bijna zonder uitzondering uit het oosten kwamen en precies zo dachten als Jacinto. De soldaten protesteerden met een petitie en werden door (Fretilin-) premier Mari Alkatiri ontslagen. Toen de ‘petitionairs’ demonstreerden openden regeringsgetrouwen het vuur.

Het gevolg was een chaos waarin het land werd opgedeeld in ‘oost’ en ‘west’ en veel meer. Majoor Alfredo Reinado koos met de militaire politie de kant van de ‘petitionairs’ . Delen van de politie schaarden zich aan de kant van Alfredo. De chaos leidde tot het aftreden van Alkatiri, en de intocht van een internationale legermacht onder leiding van Australië.

Sindsdien is Oost-Timor voor mensen als Jacinto langs tal van onzichtbare lijnen opgedeeld. Aan ‘zijn’ kant staan het oosten, het Fretilin, de vrijheidsstrijders van weleer en het Timorese leger. Aan de ‘andere’ kant staan het westen, de politie, de ‘petitionairs’, de Australiërs en de oppositiepartijen.

In de bergen aan de westkant van Dili ligt Ermera. Dit stadje is het bewijs dat de opsplitsing in ‘oost’ en ‘west’ in Oost-Timor niet zo simpel is als Jacinto gelooft. Aan een lange mast in de enige straat van Ermera wappert de vlag van Fretilin. Daar is het plaatselijke hoofdkwartier van de partij en daar zit Augustinus Sarsinhe. Hij is het tegendeel van Jacinto in Metinaro. Hij praat zacht, en erkent dat hij bang is. ‘Wij slapen ’s nachts niet. Wij zitten overeind en luisteren of er iemand komt.’ Sarsinhe is bang ontvoerd te worden, zegt hij.

De meerderheid van de mensen in Ermera heeft op Fretilin gestemd, maar in de bergen eromheen stemde iedereen op Fernando ‘Lasama’ de Araujo van de Democratische Partij – de aartsvijand van Fretilin. Nu komen ‘die van boven’ naar de stad en bedreigen de bewoners, zegt Sarsinhe. En niet alleen ‘die van boven’, maar ook de ‘petitionairs’. Deze ex-militairen hebben hun basis in de bergen niet ver van Ermera. Sarsinhe: ‘Zij zeggen dat zij ons een voor een gaan doodmaken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden