Oost-Europa kan ons veel leren over Rusland

Voor het kleine Nederland, nu omgeven door louter vrienden, is de crisis in Oekraïne iets van heel ver weg. In het kleine Estland ligt dat heel anders.

De onrust in Oekraïne verdeelt Europa weer in tweeën. Zij die hard willen optreden tegen Poetin en zij die bang zijn dat het bedrijfsleven daar te veel onder zal lijden, waaronder Nederland. Vooral de Baltische en Poolse staatslieden zijn actieve vertegenwoordigers van de eerste groep.


In deze landen blijft het niet bij politieke betrokkenheid. In Estland kleurde onlangs het Vrijheidsplein (Vabaduseväljak) in Tallinn blauw met geel. Duizenden Esten kwamen bijeen om gezamenlijk dezelfde liederen te zingen als 25 jaar geleden, toen ze hun eigen vrijheid 'veroverden'.


De identificatie met Oekraïne is groot in Estland. Ook daar woont een grote groep Russisch sprekers: zo'n 25 procent van de 1,3 miljoen tellende bevolking. In Tallinn is ongeveer de helft Russisch sprekend, in het noordoosten van Estland zelfs 90-95 procent. Eenderde van hen heeft een Ests paspoort, eenderde een Russisch en eenderde is staatloos.


Toen ik in Estland woonde, hoorde ik dagelijks hoe gevaarlijk Rusland was. Vooral toen ik steeds beter Ests begon te spreken en ik de media kon volgen, mensen op straat kon verstaan en met oudere mensen kon praten: 'Poetin is niet te vertrouwen, die gelooft nog steeds in de Sovjet-Unie, en ook de Russen die in Estland wonen, kunnen zo door Poetin als marionetten worden bestuurd. Immers, ze kijken alleen Russische televisie en leven dus in de wereld van Poetin.' Ook jonge, hoogopgeleide vrienden van mij kampten van tijd tot tijd met deze gevoelens.


De eerste keer dat ik ermee in aanraking kwam, was in 2007. Ik was toen als masterstudent voor mijn onderzoek in Tartu, de universiteitsstad van Estland. De Estse overheid had besloten een Sovjet-monument gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog te verplaatsen uit het centrum van Tallinn. Dat was zout op de wonden van Poetin - en van veel Estse Russen die jaarlijks het einde van de oorlog vierden bij deze 'bronzen soldaat'.


Dat er ruiten werden vernield van winkels in Tallinn was nog het minste. De spanning was een direct antwoord op mijn vraag: het recente verleden in Estland is geen geschiedenis, maar betreft emotioneel beladen verhalen van familieleden. Zien dat datgene waarvoor geliefden hebben geleden of gevochten - hun vrijheid - bedreigd wordt, doet pijn.


In die tijd woonde ik in een appartement met vijf Estse studenten. Op een ochtend tijdens het ontbijt vertelde mijn buurmeisje dat ze bang was dat Rusland Estland weer zou bezetten. Ik kon mijn oren bijna niet geloven. Ik probeerde haar gerust te stellen door te zeggen dat Estland nu bij de EU en NAVO hoorde. 'Maar', zei zij, 'Estland wil die gasleiding niet steunen die van Rusland naar Duitsland zou lopen, dus misschien dat Europa ons niet meer wil helpen.' Ze vertelde hoe bang ze als kind in bed had gelegen toen de Russische tanks begin jaren negentig Estland verlieten. Kristiina, geboren in 1985, opgegroeid in een onafhankelijk Estland, en als de dood voor het verlies van haar vrijheid.


Ook van andere Esten hoorde ik in die herfst verhalen over 'vluchten als de Russen komen.' Wat voor mij een absurditeit leek, was voor hen een reele mogelijkheid.


Het verhaal vervolgde in de zomer van 2008, toen de oorlog in Georgië uitbrak. Mijn Estse vriendin Triinu (1987) sloeg flessen Georgische wijn in, ging Georgisch uit eten en trok met tienduizenden ander Esten naar de zangfestivalgronden in Tallinn om gezamenlijk liederen te zingen. Twintig jaar eerder had ze daar als klein meisje, met haar ouders, ook gestaan.


En nu is er Oekraïne. Weer hebben ze de handen in elkaar geslagen en zijn ze gaan zingen. Maar behalve de angst, lees ik dit keer ook iets anders in de media. Een soort opluchting: 'Zie je nu wel!' Estse en Poolse europarlementariërs hebben sinds 2004 geprobeerd het 'oude Europa' ervan te overtuigen dat Poetins Rusland in de gaten gehouden moet worden, Europa's democratie bedreigt.


Nu is daar het bewijs. De oorlog in Georgië was voor West-Europa nog een 'ver-van-je-bedshow'. Met Oekraïne kunnen ze er niet meer omheen. De Estse president Ilves en zijn Poolse collega staan de internationale media maar al te graag te woord. De historische ervaring van Oost-Europa met de Sovjet-Unie, die hen ooit 'achterlijk' maakte binnen de Europese familie, maakt hen nu experts inzake het inschatten van en de omgang met het Russische gevaar.


Ik realiseer me dat wat ik ooit zag als een absurditeit, steeds meer een reële mogelijkheid is geworden. Poetins optreden in de Krim is daarvan een bevestiging: Rusland is niet ongevaarlijk. De solidariteit met de Oekraïners die ik in Estland zie, zie ik helaas niet terug in Nederland. 'Nu zijn we allemaal Oekraïners' las ik in de Estse krant een paar weken geleden. Het idee 'dat hadden wij ook kunnen zijn' sluit niet aan bij de historische ervaringen in Nederland. Nee, wij hadden het niet kunnen zijn. Geen haar op ons hoofd die denkt dat Rusland voor hetzelfde geld een deel van Nederland had kunnen annexeren.


En zo blijft Europa (nog) verdeeld door haar verschillende historische ervaringen. In plaats van dat te zien als een belemmering om Rusland met een stem aan te spreken, zouden we er beter de vruchten van kunnen plukken. Ervaringen maken ons rijker, leveren ons kennis, leren ons hoe te handelen in de toekomst. Als we nu leren van de onvrijheid waarin de mensen in Oost-Europa decennialang hebben geleefd, is die onderdrukking in ieder geval niet helemaal voor niets geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden