Oorlogswinter

In zijn nieuwe roman VSV mengt Leon de Winter feiten met fictie. Met een hoofdrol voor Theo van Gogh, de vermoorde columnist met wie De Winter jarenlang op voet van oorlog leefde. 'Ik heb niet Theo gekozen, maar hij mij.'

Het moment waarop hij zijn vrouw Jessica Durlacher het eerste hoofdstuk over Theo van Gogh voorlegde, staat hem nog helder voor de geest. Leon de Winter (58): 'Ik zie haar nog, terwijl je de verwarring zag toeslaan, met open mond achter de computer zitten.


'Toen ik later de drukproeven kreeg, bleek zelfs ik als auteur verrast. Toen ik het af had dacht ik: 'wat is dit eigenlijk voor boek?', want een dergelijke roman had ik nooit eerder geschreven. Het is een eenmalig procédé dat alleen bij deze context hoort. Ik zie me dat ook niet zo snel herhalen. Sinds het nogal wilde Kaplan uit 1986, dat door de kritiek werd kapotgemaakt, maar op eigen kracht een bestseller werd, bedrijf ik wat ik literatuurvariété noem. In dat genre ben ik met VSV heel ver gegaan.


'Als ik te maken krijg met slechte kritieken in de sfeer van: dat werk van die De Winter heeft niks met literatuur te maken, hij kan beter thrillers gaan schrijven, dan is mijn reactie: als je het zo vreselijk vindt, het kan altijd nog erger en dan doe ik er nog een schepje bovenop.


'Ooit ben ik als schrijver begonnen in een meer literair intellectuele omgeving, om mezelf te bewijzen en te plaatsen. Ik had toen geen idee van thrillers. Maar nu maak ik altijd gebruik van thriller- of spionagestructuren. Tijdens het schrijven doe je dan vervolgens of dat niet zo is. Bij elk verhaal waarmee ik in mijn verbeelding bezig ben, ben ik op zoek naar spanning.


'Het is geen kwestie van literaire marketing en ook geen reactie op de kritiek. Er is wat de kritiek betreft trouwens sprake van een kentering.' (Tijdens het interview was nog niet bekend dat zijn boek afgelopen zaterdag door Volkskrant-criticus Arjan Peters vijf sterren kreeg toebedeeld).


De vriendin van Job Cohen

Een sleutelroman wil hij VSV niet noemen. 'Wat het wel is: geen idee. Maar in een sleutelroman had Piet Hein Donner dus Jan Hein Kommer ofzo geheten. Ik heb ook helemaal niets te versleutelen. Zo'n Donner zit er één op één in, maar in een verschoven, gekantelde werkelijkheid en dat geldt ook voor een flink aantal andere romanpersonages, zoals Wilders bijvoorbeeld. Daarvoor moet je je inleven en dat heb ik ook in zijn geval met veel genoegen gedaan. Maar het is een roman natuurlijk, zij het sterk op de werkelijkheid gebaseerd.


'Ik maak trouwens, als het bij voorbeeld over Job Cohen gaat, gelijk duidelijk dat het een schijnwerkelijkheid betreft. Want ik laat hem nog actief zijn als burgemeester van Amsterdam, terwijl je als lezer weet dat hij toen naar Den Haag is gegaan. En wat die liefdesaffaire betreft die ik Cohen laat hebben, die is geboren uit een dramatische noodzaak. Ik wilde hem nog een andere focus meegeven dan alleen die bestuurlijke. Ik weet dat vrouwen Cohen een zeer aantrekkelijke man vinden en ik heb hem daar aan laten toegeven door een fijne meeslepende verhouding.


'Ik hoop dat hij denkt: goh, dit is eigenlijk best aardig getrofffen, hoe ik in elkaar zit. Het is niet waar, maar het had best zo kunnen gebeuren. Ik heb niemand op een makkelijke manier willen afzeiken, beledigen, of tegen de muur zetten. Ik denk dat het zelfrespect dat ik ze geef ook bijdraagt aan de geloofwaardigheid. '


Het schrijnendste voorbeeld binnen De Winters fictieve werkelijkheid is de op die vroege, grijze novembermorgen in 2004 door Mohammed B. omgebrachte Theo van Gogh. Als lezer krijgen we een kijkje in het 'voorgeborchte', een soort intakebalie tussen hemel en hel, waar de voortzuipende en doorrokende Theo (hoewel fysiek teruggebracht tot een hoofd) wordt klaargestoomd voor zijn rol van B(escherm)E(ngel).


Hoewel de beelden van Theo in dat voorgeborchte je als lezer bijblijven, vraag je je ook af waaraan de zelfverklaarde 'halve atheïst-agnost' De Winter die beelden ontleent. 'Ach, ik kom natuurlijk uit Den Bosch, oftewel Oeteldonk, zoals Theo in mijn geval placht te zeggen. Dat is natuurlijk de geboorteplaats van Hieronymus Bosch. Mijn eerste novelle, waarmee ik een wedstrijd onder scholieren won, speelde zich helemaal af in een wereld van verminkingen, demomen en geesten, dus die belangstelling is me niet vreemd.'


Van Goghs mentor daar is een zwarte Amerikaanse franciscaner geestelijke, die na zijn dood zijn hart heeft afgestaan aan een Amsterdamse, joodse gangster in ruste, Max Kohn geheten. Voor hem gaat Theo als BE optreden.


Als de interviewer opmerkt dat deze Kohn hem in menig opzicht doet denken aan de in werkelijkheid bestaande Max Hasfeld, barst de schrijver in lachen uit en probeert vervolgens het woord crimineel zo veel mogelijk te mijden. 'Mijn Max Kohn is meer een samenstelsel dan die andere personages waar we het over hadden. Hoewel, nou je het zegt, er zijn wel de nodige overeenkomsten tussen die twee Maxen. Ik ben ooit met de echte Max naar Israël geweest om bij een schrijver de rechten te kopen voor een script dat ik moest maken. Ik herinner me het geld, de glamour, zijn overdadige gulheid, maar er zat aan die wereld ook iets onbegrensds waarvoor ik als brave oppassende burger toch maar liever op de loop ben gegaan.'


Hoe verdraagt die prudentie zich met de bekentenis van het roman-personage De Winter, die de revenuen van zijn eerste literataire successen in de handel in softdrugs heeft geïnvesteerd?


'Het is een roman. Dat soort dingen durf ik niet, maar ik durf ze wel te bedenken. Het is een uitdrukking van spijt dat ik het als onderdeel van een verhaal heb bedacht, terwijl ik het in werkelijkheid had moeten doen. Terwijl ik het opschreef bedacht ik me ook hoe vaak daar straks na verschijning van het boek naar gevraagd zou worden. Ik wist dat ik het glashard moest ontkennen, waardoor de gedachte dat het wél waar is alleen maar sterker wordt.


'Bij de sfeer van variétéliteratuur passen diverse circusachtige acts, kleine intermezzi die niet zo belangrijk zijn voor de plot, maar hopelijk wel bijdragen aan het leesplezier. Het was in elk geval ontzettend lekker om die vrolijke onzin op te schrijven.'


Met die 'onzin' bedoelt hij het loopje dat hij neemt met een werkelijkheid die waar zou kunnen zijn. Zo treffen we aan het eind advocaat Bram Moszkowicz, die in zijn Zuid-Franse villa gastvrij onderdak biedt aan zijn goede vriend De Winter. Max is in de steek gelaten door Eva Jinek, nu ze, na het vertrek van Paul Witteman, de televisiepartner is geworden van Jeroen Pauw. Leon is dan al langer ingeruild door Jessica, die zich al te lang heeft geërgerd aan zijn zwaarlijvigheid en neiging tot rechtse woedeaanvallen. De commentator heet de bestseller waarin ze lichtbeelden verschaft bij de ondergang van hun huwelijk.


Het zou inderdaad allemaal zomaar hebben gekund.


Over de werkelijke relatie van Jessica en hem: 'Jessica heeft inderdaad minder dan ik de neiging tot tetteren. Als ik centrum-rechts ben is zij centrum-links en ze zou het niet erg vinden als ik me soms wat genuanceerder zou uiten, of eventjes helemaal mijn mond zou houden. Op een gegeven moment schreef ik vier opiniestukken op een dag en was verslaafd aan de actualiteit. Ik werd zo moe van mijn eigen stem dat we in 2008 besloten om in Santa Monica te gaan afkicken. Ik schrijf nu nog maar één column in de twee weken voor De Telegraaf, en daarnaast nog wel veel voor Die Welt.'


Het Duitse weekblad Der Spiegel heeft zijn hit Hoffmans honger (1990) uitgeroepen tot een van de beste vijftig boeken uit de laatste halve eeuw. Ja, en of dat bijdraagt aan zijn succes op de Duitse markt. Zoals het succes van collega Cees Nooteboom? 'Ja, maar in rangrorde van succes dan toch echt andersom.'


Eeuwige antisemiet

De joodse achtergrond die gangster in ruste Max Kohn van De Winter meekreeg, vormt uiteraard een niet van ironie gespeende verwijzing naar Van Goghs langjarige vete met Leon de Winter, die hij in 1984 in een marginaal filmtijdschrift (Moviola geheten) in aanstootgevende termen had verweten dat De Winter rond de verfilming van zijn roman La Place de la Bastillezijn joodse achtergrond 'uitventte'. Deze uitlating kwam Van Gogh op het etiket 'eeuwige antisemiet' te staan. De vete tussen de twee zou (buiten De Winter om) een langjarige juridische staart krijgen, tot aan de Hoge Raad toe.


Theo van Gogh die als beschermengel opereert vanuit het voorgeborchte; zo'n aan de roomskatholieke leer ontleend element, dat klinkt niet als een voor de hand liggend ingredïent voor een fast moving page turner, het genre waarmee De Winter zich als lezer zegt zo graag te vermaken (hij noemt 'meestervertellers' als Carl Hiaasen, Michael Connelly, Lee Child en John Sandford).


Maar het gaat in de met thriller-suspense doordesemde plot óók om het opblazen van de Stopera, het kapen van een Turks vliegtuig en de gijzeling van een Amsterdamse school, de V(ondel) S(chool) V(ereniging) uit de titel, waarbij de gegijzelde schoolkinderen moeten worden geruild tegen uitgerekend Geert Wilders. Het streven is Van Goghs moordenaar Mohammed B. vrij te krijgen.


'Mijn bedoeling was een fijne harde thriller te schrijven rond een rare, slimme crimineel, die het hart van een priester had gekregen. Ik was helemaal niet van plan deze wilde dramatische structuur toe te passen. In dat nog veel conventioneler perspectief paste Mohammed B., want diens vrijlating zou de inzet zijn van een gijzeling van een school die ik had bedacht. Toen ik me al googlend in hem verdiepte, kwam ik uiteraard ook bij Van Gogh uit, als bijvangst dus van mijn onderzoek naar B.


'Ik heb hem, hoe vreemd dat ook mag klinken, pas leren kennen toen hij er niet meer was. Nadat hij mij eenzijdig in 1984 tot vijand had gemaakt, ben ik altijd zo veel mogelijk aan alles wat hij deed, aan films, columns, en interviews, voorbijgegaan. Ik heb in al die jaren maar één keer iets teruggeschreven.


'Nee, dat we elkaar nooit zijn tegengekomen is niet zo raar, want ik ging bewust een blokje om zodra die kans bestond. Zelfs in de Ayaan-cercle hebben we elkaar niet getroffen. De buitenwacht mag dat als één grote coterie hebben ervaren, maar Ayaan had allerlei gescheiden coterietjes om zich heen. En het was Ayaan die bepaalde wanneer ze mailde of belde. Mensen wisten van elkaar vaak niet wat voor rol ze speelden. Dat werd vooral duidelijk op haar afscheidsavond in Leiden.'


Volgens 'die zieke Van Gogh-gimmick' kickte De Winter dermate op de Holocaust-problematiek dat hij 'zijn snikkel' met prikkeldraad uit het concentratiekamp placht te omwikkelen - het was hem bekend, hoe graag hij dat ook had verdrongen. Maar dat laatste bleek onmogelijk toen hij jaren na de dood van zijn kwelgeest ineens werd geconfronteerd met Van Gogh in het toenmalige tv-programma Het zwarte schaap.


'Ik had dat programma vanwege ons verblijf in Amerika nog nooit gezien en er, hoe onwaarschijnlijk dat misschien ook moge klinken, zelfs nooit wat over gehoord. Toen een opponente Van Gogh in dat programma confronteerde met dat prikkeldraadverhaal, reageerde hij daarop met een bijzonder knappe, want zeer authentiek ogende, maar glasharde, al dan niet ter plaatse verzonnen leugen. Hij bewees zogenaamd die zieke aantijging van hem. Want wist mevrouw soms niet dat De Winter bij wijze van hobby prikkeldraad verzamelde? Hij had er naspeuringen naar verricht en het bleek zo te zijn. Van Gogh bracht het op een dermate perfecte manier en met zoveel autoriteit als voldongen feit dat het zijn critici met stomheid sloeg. Zijn critici in dat programma, maar ook de kijkers, moeten hebben gedacht: maar misschien is die De Winter ook wel die volkomen doorgedraaide waanzinnige.


'In mijn eentje zittend voor mijn laptopje in Californië was die confrontatie met zijn optreden dermate shockerend dat ik er dagenlang kapot van was en in de war. Ik denk dat ik het wel twintig keer op YouTube heb teruggezien. Ik baseer me in mijn boek op de letterlijke transcriptie.


'Maak ik de zaak nu groter dan ie was? Ik zou zeggen, bekijk Het zwarte schaap, of lees de citaten uit Moviola na. Hij pakte bovendien niet alleen mij, maar besmeurde ook mijn latere vrouw Jessica met die waanzin. Haar zuster kreeg brieven in de bus. Hoe leuk het was als zij een verhouding zouden krijgen, waarna ze lekker Treblinka-koekjes konden gaan eten bij haar vader, dat soort ziekelijke dingen.


'Op de grote schaal der dingen mag zoiets misschien van niet al te groot belang lijken, maar neem van mij aan dat het allemaal uitermate pijnlijk was en om van wakker te liggen. Maar ik realiseer me ook wel dat ik in een ooit te verschijnen biografie over Van Gogh niet meer zal zijn dan een voetnoot - dat hoop ik althans.


'Theo was er niet meer, reageren was daarom geen optie. Maar het zien van dat programma had die tijd bij me teruggebracht. Ik had er last van gehad, zeker, want niet alleen had zich een gesloten front van vrienden zich om Theo verzameld, tegelijkertijd durfden maar weinigen stelling te nemen tegen zijn wijze van discussiëren, zijn verbale terrorisme.'


'Theo koos mij'

'Uiteindelijk besloot ik Theo een hoofdrol te geven in het boek waarmee ik bezig was. En vervolgens was het logisch dat ik er ook zelf in voorkwam, net als mijn vrouw, Bram Moszkowicz en Eva Jinek en al die anderen.


'Ik had zodoende het gevoel dat ik Theo niet had gekozen, maar hij mij. Wat kun je vervolgens als schrijver anders doen dan in je verbeelding een literaire verzoening tot stand brengen? Hoewel ik hem dus nooit heb ontmoet, heb ik nu het gevoel nog nooit zo dichtbij hem te zijn gekomen. Ik heb geprobeerd me hem voor te stellen in dat voorgeborchte, hoe bescheten hij zich daar in dat dodenrijk moet voelen, over Ayaan bijvoorbeeld.'


Een afrekening is het bepaald niet geworden. 'Het gekke is dat je kennelijk zelfs aan zo'n destructieve stem als de zijne, gewend raakt. Hij vormde op zijn eigen clowneske manier ook wel weer een aardig soort franje in ons publieke landschap. Ik denk ook dat hij aan het veranderen was. Nee, hij was niet zozeer milder geworden, maar er waren overeenkomsten in onze stellingname, over de multiculturele samenleving bij voorbeeld. Hij begon me te ontzien. Misschien was zelfs het moment aangebroken dat we eens in gesprek zouden zijn geraakt. Ergens in het boek komt er een soort gesprek tussen ons tot stand, waaruit ondanks de huiverigheid van beide kanten toch een soort verstandhouding blijkt.


Ik had door die zieke geschiedenis 'nooit op een neutrale manier naar Van Goghs activiteiten kunnen kijken, maar daar heb ik nu meer oog voor gekregen. Enerzijds had hij het verkeerde temperament voor een filmmaker, maar het goede voor een stukjesschrijver. Die tomeloze drift, die enorme, te vaak ongerichte energie, dat onrustige, die korte adem, het halverwege het ene al weer met andere bezig zijn, het maakt dat het meeste van zijn werk een beetje een onaffe indruk maakt. Maar er zijn ook dingen van hem die ik ook in mijzelf herken, zoals het soort lef, het je niet altijd door nuances laten leiden.


'Het was een vreugdevol maar ernstig spel om dit boek te mogen schrijven. En hoe krankzinnig dat ook klinkt, ik heb het te danken aan Theo. Hij heeft me de kans geboden hem op papier te omarmen.'


DE VERBALE OORLOGEN VAN COLUMNIST THEO VAN GOGH

Met wie verkeerde Theo van Gogh ook al weer allemaal in oorlog? Een incompleet overzicht van de vijandelijkheden tussen de columnist/regisseur en zijn voormalige opponenten.

De oorlog die Theo van Gogh voerde tegen Leon de Winter, die de schrijver aanzette tot verwerking in romanvorm, is er maar een van Van Goghs vele. Een verklaring van Van Gogh voor deze vete is dat hij nu eenmaal allergisch was voor (vermeend) vertoon van (vermeende) emoties.

Theo is vernoemd naar zijn oom die in het verzet was omgekomen, maar zelfs bij een herdenking van die oom kon hij een traan op de wang van zijn vader eigenlijk al niet uitstaan.

De Winter zou aan tafel bij Sonja zijn joodse achtergrond hebben aangewend, actrice Monique van der Ven en haar man Edwin de Vries die aan diezelfde tafel vertelden over de dood van hun kind, konden op eenzelfde bestraffing rekenen.

De vervolging van Van Gogh (vooral op instigatie van Sonja Barend) kreeg een breed publicitair vervolg. Daarbij hielden vooral Hugo Brandt Corstius (de P.C. Hooftprijs-winnaar die minister Ruding met Eichmann had vergeleken) en Theo van Gogh ('de eeuwige antisemiet') elkaar in een dodelijk bedoelde omklemming. Hoewel de oorlog dus begonnen was met Van Goghs aanval op De Winter, was het vooral Brandt Corstius die zich lange jaren vastbeet in de kwestie. Achteraf valt vast te stellen dat de over en weer gehanteerde methoden (zoals beledigen, belasteren en liegen, tot vormen van stalking annex telefoonterreur) elkaar niet veel ontliepen.

Vast staat ook dat Van Gogh een van de zeer weinigen is geweest die de tijdgeest had durven te trotseren door zo vernietigend mogelijk de tegenaanval in te zetten tegen Brandt Corstius, die zich in die jaren qua karaktermoord zo ongeveer een monopolie had toegeëigend. Daarbij had Brandt Corstius ook nog eens vrijwel onbegrensde toegang tot de media, terwijl Van Goghs guerrilla gedoemd was veel meer ondergronds te blijven. Die bediende zich dan wel van zo grof mogelijk geschut, maar dat kwam, gegeven zijn marginale positie in het medialandschap, maar uit een enkel vuurmondje.

Of er een winnaar uit de strijd naar voren is gekomen, is lastig te zeggen. Verdedigers van het erfgoed van Van Gogh wijzen graag op de totale stilte waarin de eens onaantastbare Hugo Brandt Corstius (76) zich tegenwoordig hult.

Vooral omdat Van Gogh nimmer excuses maakte, konden vijandschappen eeuwig duren, waarbij de aanleiding vaak allang vergeten was. Een extra complicatie was dat vijandschappen zich geregeld uitbreidden naar de directe omgeving van de vijand, waardoor de hatelijkheden ook vat konden krijgen op partners en kinderen. En dan waren er ook nog allerlei allianties, waardoor het venijn zich over een breed front kon verspreiden.

Het in kaart brengen van al die vijandschappen vergt een spitgrage biograaf. Die is niet meer in zicht sinds schrijver Max Pam het voor gezien heeft gehouden. Journalist Gijs Groenteman heeft zich wel een biografische schets voorgenomen, maar dan in de vorm van een bundel interviews (zoals hij die eerder maakte over schrijver en cabaretier Ischa Meijer). En dan is Groenteman ook nog eens een schoonzoon van Hugo Brandt Corstius, maar dat terzijde.

----------------------------

'Toch is het de vraag of Theo niet ook, eventueel tandenknarsend, De Winters raffinement zou moeten erkennen. Deze spektakelroman is namelijk evenwichtig en ingenieus, ludiek en vals (...). De stijl is wendbaar, vlot, en waar De Winter in vroeger werk het vette sentiment niet meed, slaagt hij er nu in zijn personages serieus te nemen en plezierig te relativeren (...). Maar bovenal is het verhaal zo spannend dat je móet weten of het bij de zes doden van de Muziektheater-aanslag zal blijven.'

Arjan Peters in katern Boeken, de Volkskrant, zaterdag 12 juni

----------------------------

BIOBLIOGRAFIE:

Over de leegte in de wereld (1976; verhalen)

De (ver)wording van de jongere Dürer (1978)

Zoeken naar Eileen W. (1981)

La Place de la Bastille (1981)

Kaplan (1986)

Hoffman's honger (1990)

SuperTex (1991)

De ruimte van Sokolov (1992)

Zionoco (1995)

De hemel van Hollywood (1997)

God's Gym (2002)

De vijand (2004)

Het recht op terugkeer (2008)

(Dit is een selectie uit De Winters oeuvre)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden