OORLOGSKINDEREN

KINDEREN die zonder vader of moeder opgroeien, wat moet daarvan terecht komen? Oorlogsleed wordt heel vaak visueel gemaakt door kleine kinderen in grote nood en in ontredderde toestand te tonen....

Het is thans een vreemde gewaarwording te beseffen dat onze invloedrijkste ideeën over opvoeding van kinderen opgekomen en ontwikkeld zijn ten tijde van een andere oorlog. De kinderpsychologie en de psycho-analytische benadering van het jonge kind, de ontdekking van positieve en negatieve kenmerken van de moeder-kind relatie kwamen op vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Engeland, maar de doorbraak van deze ideeën was mede een gevolg van de behandeling en bestudering van de vele oorlogsweeskinderen, vooral in Engeland.

Anna Freud, Melanie Klein, D.W. Winnicott en de bekend geworden kinderpsycholoog John Bowlby stortten zich op het verwaarloosde of van huis en haard verdreven kind als op een nog niet veroverd gebied. Juist door de bestudering van de niet-normale omstandigheden waaronder kinderen op moesten groeien, formuleerden ze, ieder op een eigen wijze, begrijpelijke en vaak ook onbegrijpelijke ideeën over de normale ontwikkeling van kinderen.

Kinderen hebben vooral een liefdevolle moeder of vader nodig, of een vervangende moeder- of vaderfiguur, die hen geruststelt, routine bijbrengt en die vooral een binding teweegbrengt (de befaamde attachment) of precieser gezegd: het vermogen om bindingen aan te gaan, eerst met de moeder, later met anderen. Kinderen hebben vooral behoefte aan oplettende aandacht en duurzame zorg. Juist door de dagelijkse praktijk van weeshuizen nauwkeurig te observeren, kwamen deze psychologen en psychiaters er achter dat onregelmatige zorg, verleend door talloze welwillende verpleegkundigen en ander kinderverzorgers, schadelijk was. Beter één verzorgster voortdurend bij de hand, dan tien vliegend heen en weer.

De kinderpsychologen maakten ondertussen onderling flink ruzie over de juiste, de beste of de meest aan Freud getrouwe theorie over het kinderlijk onbewuste en over de manier waarop kinderen de vreselijke oorlogsomstandigheden konden verwerken. In een origineel opstel beschrijft de hedendaagse Britse essayist en kinderpsycho-analyticus Adam Phillips in zijn recent verschenen bundel Promises, Promises de invloed van de oorlogservaringen van deze geleerden zelf op hun theorieën en ideeën over de ontwikkeling van kinderen.

De luchtaanvallen op Londen en Coventry tijdens Hitlers Blitzkrieg vormden als het ware een decor voor het gevecht dat ieder kind moet leveren met zijn of haar ouders. De oorlog buiten weerspiegelde de oorlog, die woedt binnen elk kind en in feite binnen elke volwassene. Wie is de vijand? Waar is die? Hoe kan ik mijn eigen angsten en agressie de baas?

De paralelle beschrijving van de Londonse oorlogservaringen, de onderlinge oorlogjes van de psycho-analytische ontdekkers, die over de hoofdjes van kinderen werden uitgevochten, en de vele invasies, die het kind te verdragen heeft gedurende de eerste levensjaren, biedt een gewaagde metafoor van de verwoestingen, die de oorlog te weegbrengt: de echte en de symbolische.

De echte oorlog die van buiten voor goed in een mensenleven binnendringt en de binnen-oorlog die door de buitenoorlog enigszins tot bedaren wordt gebracht. Neurosen en ander psychisch leed verminderden tijdens de oorlog door het actief verlenen van sociale hulp aan anderen.

En passant slaagt Adam Philips er in om een treffende beschrijving te geven van blijvende oorlogstrauma's bij kinderen: 'a trauma is that which is beyond or resistant to psychic transformation'. Als een oologsherinnering telkens en telkens weer terugkeert en in de psyche van het kind en van de latere volwassene bij nacht en ontij opkomt, dan is er geen sprake meer van innerlijke verwerking en transformatie van het meegemaakte.

Afghaanse vluchtelingen ervaren dezelfde luchtaanvallen die de westerse wereld van nabij heeft meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog. De herinneringen daaraan raken vergeten en versleten, verdreven door nieuwe oorlogen. Vervreemdend genoeg kunnen we die nieuwe oorlog niet zien, niet ruiken, niet ervaren. Onzichtbaar wordt die gevoerd namens ons, tegen een onzichtbare vijand. De zichtbaarste sporen van de oorlog zullen zich echter openbaren in de zoveelste generatie oorlogskinderen, die opgroeien zonder vaders en moeders, zonder het vermogen zich te binden aan medemensen.

Die oorlog van de kinderen duurt voort, tot in het zevende geslacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.