Oorlogsjeugd in Oostenrijk

Er zijn vele redenen waarom iemand van in de zestig over zijn jeugd gaat vertellen. Dat is voor de Oostenrijkse schrijver Hans-Georg Behr niet anders....

Behr vertelt over die tijd in zijn boek, Fast eine Kindheit, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat hij zich achter het FP & Ouml;-standpunt zal scharen.

Toch heeft hij voldoende te lijden gehad, niet zozeer van de geallieerden als wel van de Russen, die het deel van Oostenrijk bezet hielden waar hij met zijn moeder en grootouders na de oorlog probeerde te overleven. Een halfbroer, kind van zijn moeder uit een eerder huwelijk, werd door de Russen in koelen bloede doodgeschoten, toen hij zich met een luchtbuks en gekleed in het inmiddels wat sleets geworden pakje van de Hitler Jugend te weer stelde.

Het zijn bizarre gebeurtenissen die Hans-Georg Behr uit zijn kennelijk nog goed werkende geheugen opdiept, en het is zeker waar dat de lezer een goed beeld krijgt van wat kinderen, althans dit kind, door de oorlog werd aangedaan, maar tegelijkertijd is het verhaal van Behr te uitzonderlijk om exemplarisch te kunnen zijn.

Om twee redenen.

In de eerste plaats heeft Behr voor die tijd ouders die allesbehalve doorsnee kunnen heten: zijn vader wordt steeds hoger in de nazi-hiërarchie (en wordt na de oorlog opgehangen), zijn moeder is een zangeres van naam, die de Wiener Philharmoniker persoonlijk kent. Zijn grootouders behoren tot de bovenlaag van de keizerlijke en koninklijke monarchie en zijn daartoe blijven behoren, lang nadat er aan het rijk van Frans Jozef en Sissi een einde was gekomen. Zelfs ín de oorlog blijkt grootvader, anti-nazi, nog steeds gezag te hebben.

In het boek leidt deze achtergrond tot anekdotes die haast ongeloofwaardig zijn, bijvoorbeeld de omgang met al die nazi-boeven, die door het kind met 'Onkel' worden aangeduid. Maar gevoel voor humor, voor zover niet overheerst door de neiging van de auteur de waarheid soms al te volledig recht te willen doen, kan hem niet ontzegd worden. Subtiel. Het kind dat Behr was, begrijpt op zeker moment niet alleen dat het oorlog is, maar ook dat er in dat verband belangrijke mannen zijn die 'Führer' en 'Hitler' heten. Het duurt even voordat hij doorheeft dat deze een en dezelfde persoon zijn als 'Onkel' Adolf.

Er is nog een tweede reden waarom ik het boek meer las als een autobiografie dan als de fictie die het pretendeert te zijn, en die heeft te maken met de verteltoon. Het pleit voor Behr dat hij goed heeft nagedacht over de vraag hoe een man op leeftijd (Behr werd in 1937 geboren) zich, literair gesproken, in een kind verplaatst. Hij heeft daar een slimme constructie voor bedacht, die enigszins doet denken aan het verslag dat een kind al of niet verplicht maakt als hij een paar weken met school op reis is geweest.

Het werkt, in het begin, op den duur wordt het wat eentonig en blijkt hoezeer de auteur afhankelijk is van wát hij vertelt. Opvallend daarbij is dat het kind de verschrikkingen die het meemaakt (het doden van zijn half broer bijvoorbeeld, of het bericht dat zijn vader is geëxecuteerd) zo onaangedaan ondergaat. Alsof de vorm de emotie in de weg zit.

Niettemin is dit boek, verschenen in de uitgelezen reeks Die Andere Bibliothek van Hans Magnus Enzensberger, de moeite waard, maar voor Oostenrijkers vermoedelijk meer dan voor Nederlanders die de oorlog hebben meegemaakt. Het markeert, hoe ingehouden ook verteld, het definitieve einde van de sprookjesachtige mythe Oostenrijk, waarvan tot op de dag van vandaag extreemrechts de huiveringwekkend geborneerde kant laat zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden