Oorlogshaven zoekt vertier

Tien jaar geleden vertrok de marine van de werf Willemsoord in Den Helder, een gebied zo groot als het Museumplein in Amsterdam....

Weinig herinnert nog aan de 'wervianen' op deze maandagmiddag vlak na vijven, het uur waarop de arbeiders na het fluitsignaal dat het einde van de werkdag inluidde allemaal tegelijk vertrokken. Zo zijn ze te zien op een foto uit de jaren vijftig: tientallen arbeiders, te voet met hun fietsen aan de hand, gaan ordelijk de smalle brug over die de Rijkswerf Willemsoord in Den Helder van het stadscentrum scheidt. En zo'n twintig jaar later, op een andere foto, eenzelfde beeld: tientallen mannen met fietsen verdringen zich voor de brug, om op straat weer uit te waaieren, op weg naar huis en het avondeten.

De werf is nu het terrein geworden van de meeuwen die zich hebben gevestigd rond wat eens het natte dok was, die waakzaam op daken en hekken zitten, en luid schreeuwend laten weten dat ze in die paar verloren bezoekers lelijke kuikendieven zien.

Tien jaar geleden vertrok de Koninklijke Marine van de Rijkswerf en nam ze haar intrek op een moderne accommodatie op het Nieuwe Haventerrein, aan de oostzijde van Willemsoord. De oude werf verloor zijn bestemming.

Leeg is het gebied, een terrein zo groot als het museumpark in Rotterdam, of het Museumplein in Amsterdam: de vergelijking is van de Ontwikkelings- en Exploitatiemaatschappij Willemsoord bv die niet toevallig twee toeristische trekpleisters noemt. Want de hegemonie van de meeuwen is schijn. Volgend jaar moet een 'nautisch themapark' dagjesmensen en verblijfsrecreanten naar Den Helder trekken en de stad ontdoen van zijn imago van saai en troosteloosoord met als enige onderscheidend kenmerk de aanwezigheid van de marine. De inwoners van Den Helder zelf worden verblijd met een megabioscoop van zes zalen in het voormalige scheepmakersijzer uit 1937, een immense hal waar schepen werden gebouwd. Het stalen staketsel ervan wordt gerestaureerd, de loopkatten en de enkelsteensmuur blijven, de bioscoopzalen komen in een soort dozen die in de loods worden neergezet.

Nu al ligt de werf er minder verlaten bij dan het vandaag lijkt. Het terrein is leeg omdat de bouwvakkers die werken aan het herstel van de gebouwen en de dokken vakantie hebben en omdat de tijdelijke kunstmanifestatie Kaap Helder in de zuidwesthoek, waar de restauratie van de gebouwen eerder dit jaar is afgerond, op maandag is gesloten.

De Rijkswerf was sinds 1822 bij de marine in gebruik geweest, en was al die tijd streng afgesloten terrein. Hij maakt deel uit van de Stelling van Den Helder, een verdedigingslinie die was uitgedacht na de verrassingsaanval over land in 1799 door de Engelsen en de Russen. Napoleon Bonaparte gaf de Stelling een belangrijke impuls. De keizer bracht op een winderige dag in november 1811 een bezoek aan Den Helder, en besloot er het 'Gibraltar van het Noorden' van te maken, een oorlogshaven als onderdeel van de verdedingswal waarop het perfide Albion zich stuk zou lopen.

Jan Blanken, die de werf van Hellevloetsluis had ontworpen, en die Napoleon in Den Helder vergezelde als 'inspecteur-géneral des ponts et chaussées', kreeg opdracht een plan te ontwerpen voor een scheepswerf voor de oorlogsvloot met een eigen zeesluis. Na Napoleons val in 1814 liet koning Willem I de bouw van de werf voltooien.

Meer dan 170 jaar werden op het terrein marineschepen onderhouden en bevoorraad. In 1822 was Willemsoord een van vijf Rijkswerven, naast die in Rotterdam, Vlissingen, Amsterdam en Hellevoetsluis. Een voor een sloten die andere werven, de laatste, Hellevoetsluis, in 1933. Willemsoord bleef tientallen jaren over als enige rijkswerf van uitrusting, herstelling en conservatie.

'Alles in Den Helder is doordesemd van defensie', zegt Matthie Vermeulen, de directeur van Willemsoord bv, een maatschappij waarvan de gemeente Den Helder de enige aandeelhouder is. Dat heeft zijn nadelen - defensie legt een zwaar stempel op de stad - maar ook een groot voordeel: 'Daar waar defensie is genesteld, is men vaak behoudend in het gebruik.' Fortificaties bleven bewaard, omdat ze strategische belangen dienden, en de vroeg-industriële gebouwen op Willemsoord hebben weliswaar in hun lange bestaan diverse functies gekend - een stoommachinegebouw werd graanpakhuis, de ketelmakerij 'proefstandmotoren' (de ruimte waar de scheepsmotoren na revisie werden getest) - maar ze zijn nooit radicaal verbouwd. Op de kantine na, die bovenop een van de lage vroeg-negentiende-eeuwse gebouwen werd geplaatst, en die inmiddels weer is verwijderd.

Na het vertrek van de marine verwierf de gemeente Den Helder een groot deel van de voormalige werf, in een poging de teloorgang te voorkomen van cultuur-historisch belangrijk industrieel erfgoed. Met Willemsoord mocht niet gebeuren, zegt Vermeulen, wat met het Div.Mag.-terrein was gebeurd, de 'diverse magazijnen', waar na het vertrek van defensie veel werd vernield. De gebouwen op Willemsoord werden geïnventariseerd, en in 1997 werd het merendeel ervan tot rijksmonument verklaard, net als de twee historische droogdokken (uit 1820 en 1866).

Daarna zijn plannen voor de exploitatie van het terrein ontwikkeld. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor Libéma, de exploitant van onder meer Autotron, safaripark Beekse Bergen en Ecodrome in Zwolle. Libéma ontwikkelt in Willemsoord een maritiem themapark, 'Nederland over Zee', met walk-throughs en rides en een heus multimediatheater. Langs de kades zijn nu al historische schepen afgemeerd, zoals het ramschip de Schorpioen, uit het eind van de negentiende eeuw, die nooit andere schepen ramde, maar zelf al in de haven zonk. In een glazen vitrine zo groot als een arbeiderswoninkje is al de romp te zien van een pinas, een middelgroot koopvaardijschip uit de zeventiende eeuw. Het wrak werd vlak na de Tweede Wereldoorlog gevonden in de Noord-Oostpolder. In de lente van 2004 moet de Oude Rijkswerf Willemsoord, elf jaar nadat de marine er vertrok, volledig zijn gerestaureerd: de gemetselde droogdokken opnieuw gevoegd en ontdaan van het onkruid dat nu nog tussen de stenen groeit, het neoclassisicistische stoommachinegebouw vrijgemaakt van het gewapende beton waarmee de Duitsers het in de Tweede Wereldoorlog hebben versterkt, het onderkomen van de takelaars en zeilmakers, een roodbakstenen gebouw met stalen kozijnen uit de jaren veertig, verbouwd tot een hotel dat het Rotterdamse Hotel New York naar de kroon kan steken.

De houten funderingen van de smederij zijn inmiddels vervangen, de verdwenen vleugel aan de loods van conservatie is teruggebracht, de houtloods gereconstrueerd, de mastenloods gerestaureerd, en in de voormalige motorenwerkplaats heeft het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers zijn deuren al geopend. Eric Knippers van bureau Wouda in Utrecht ontwierp een glazen uitbouw die naadloos bij het oude gebouw past.

Een paar onbeduidende, later toegevoegde gebouwen zijn gesloopt om de werf weer zijn oude plattegrond terug te geven. Het natte dok is het middelpunt ervan, de gebouwen kijken daarop uit. De oude geschutmakerij, de tekenkamer en de smederij die de hoofdingang omlijsten, langgerekte neoclassisistische gebouwen met kenmerkende rondboogvensters, staan met hun rug naar de stad. Dit zijn de oudste gebouwen van de werf, ze dateren van 1824. De mastenloods, een grote hal met talloze houten steunpalen als draagconstructie, komt ook uit die tijd. Op de houten balken schreven personeelsleden door de jaren heen hun naam of bijnaam in krijt, zoals nog steeds is te zien. Het afgeschotte mooie kamertje waar ooit de commandeur en de tijdschrijver zaten, is teruggebracht.

Als een klein dorp ligt de werf rond het dok, een dorp waarin de gebouwen bijnamen kregen als 'het Raadhuis', 'de Kathedraal' en 'de Grote Kathedraal'. In het statige Raadhuis is nu de ontwikkelingsmaatschappij gevestigd. De grote kathedraal uit 1920 dankt zijn naam aan de middenbeuk en twee zijbeuken en aan de grote ramen in de gevel. Die ramen, en de lichtkappen in het dak van de middenbeuk dienden om de werklieden in de ketelmakerij van voldoende daglicht te voorzien.

Boven het dokkanaal, dat het natte dok verbindt met de binnenhaven en Boerenverdriet wordt genoemd, omdat er brak water door het binnenland instroomde, staat een gerestaureerde kraan uit de jaren vijftig, die wel werkt, maar niet mag worden gebruikt omdat hij totaal niet voldoet aan de arbo-wetgeving. Ook de banquettes in het droogdok, de omgangen waarop de werklieden stonden om aan een schip te werken, en de stenen trappen zonder leuningen van banquette naar banquette zouden nooit door een hedendaagse wetgeving komen. Niet voor niets hoort de verbandplaats voor gewonde werklieden tot de oudste gebouwen op de werf.

Nu nog liggen overal stapels klinkers en ploeg je langs de smederij door het zand. Groen groeit hier niet. Volgend jaar als de bestrating is gelegd, zal de beplanting nog steeds ontbreken. Kades en dokken horen kaal te zijn, besliste Rijksbouwmeester Jo Coenen, die nauw is betrokken bij het herstel van de werf, net als de rijksdienst monumentenzorg, en het stedebouwkundig atelier Quadrat uit Rotterdam, dat ook meewerkte aan de ontwikkeling van de Kop van Zuid. 'We durven ons te meten aan de top van Nederland, letterlijk en figuurlijk', zegt Vermeulen.

Den Helder moet wel, want bezuiniging na bezuiniging dwingt de marine, die de stad zo lang draaiende hield, tot voortdurend inkrimpen. Willemsoord moet 'de ommekeer' betekenen - de naam van het masterplan uit 1998. Vlak naast Willemsoord, precies tussen de oude Rijkswerf en de nieuwe marinehaven, vertrekt uit de veerhaven de boot naar Texel. Jaarlijks overnachten 5,8 miljoen toeristen op het waddeneiland, tegen 1 miljoen in Den Helder. Willemsoord, hopen de Ontwikkelingsmaatschappij en het gemeentebestuur, zal van Den Helder meer maken dan een onvermijdelijke halte op weg naar de Wadden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden