Oorlogservaringen van alle tijden

'Ik had een neef, Randall, die sneuvelde op Iwo Jima.' Zo begint Kate Walberts eerste roman, De tuinen van Kyoto (Cargo; fl 49,90; vertaald uit het Engels door Mieke Vastbinder)....

Zijn nicht en vriendinnetje Ellen, die het verhaal vertelt, erft Randalls boek over 'de tuinen van Kyoto'. Haar neef sprak veel over de Japanse tuinen die net schilderijen zijn: je moet er niet doorheen lopen, maar van een afstandje naar kijken, 'dan vormen de verschillende delen een geheel'. Dat gaat ook op voor Walberts roman zelf, die ondanks een enorme stoet van verschillende personages toch één geheel vormt. Rode draad is de oorlog en de gevolgen daarvan voor individuen.

In de eerste plaats de mannen. Of het nu de Eerste of de Tweede Wereldoorlog is, of een recentere oorlog waar ze heen werden gestuurd, de ervaringen van de soldaten zijn vergelijkbaar. Alleen hun reacties erop verschillen. De een slaat na thuiskomst zijn jonge vrouw dood, de volgende doet zich voor als oorlogsheld, een derde houdt zich staande door te tekenen. In de kantlijn van onverstuurbare, want bebloede, brieven van gesneuvelde soldaten maakt hij minieme tekeningetjes van bloemen in Noord-Frankrijk.

En dan is er nog Henry, die brieven schrijft om te overleven in de oorlog in Korea. Aangezien hij nooit antwoord krijgt, schrijft hij de antwoorden ook maar zelf. Als hij ze 's avonds voorleest aan zijn medesoldaten, is iedereen het erover eens dat zíjn vriendinnetje de mooiste brieven schrijft.

Tegelijkertijd hebben de vrouwen aan het Amerikaanse thuisfront hun eigen problemen, met ongewenste zwangerschappen, primitieve abortuspraktijken, kinderpolio, werkloosheid en natuurlijk de opvang van de getraumatiseerde mannen.

Het is haast te veel leed voor één boek, en als Walbert de slavernij er dan ook nog bijhaalt, overdrijft ze echt. Maar de koele distantie waarmee Ellen vertelt, is de redding van haar verhaal, dat anders aan een overdosis ellende ten onder zou gaan.

Bovendien vormen de beschrijvingen van de harmonieuze Japanse tuinen een mooi tegenwicht voor al het bloedvergieten. Niet toevallig is de laatste tuin die beschreven wordt, aangelegd door een krijger uit de zeventiende eeuw. De tuin is alleen te zien door een venster aan het eind van een lange gang van esdoorns, maar dat venster is voor eeuwig gesloten. Er zijn dingen, zo schijnt de krijger te hebben willen uitdrukken, die je beter aan de verbeelding kunt overlaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden