Oorlogsbeelden

RACHEL SEIFFERT is Engelse, heeft een Duitse moeder, woont in Berlijn en schreef The Dark Room, waarin zij aan de hand van drie hoofdpersonen in afzonderlijke delen ingaat op de Duitse schuldvraag, de vraag hoe Duitsers, die zich zelf niet hebben schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, hun nationaal-socialistische erfenis ervaren....

Leonoor Broeder

In de Britse pers werd gesuggereerd dat Seiffert door haar achtergrond en haar 'leven tussen twee culturen' bij uitstek geschikt was om over zo'n onderwerp te schrijven, maar dat is natuurlijk onzin. Want nieuwsgierigheid, inlevingsvermogen, oog voor details, gevoeligheid en verbeeldingskracht zijn aanzienlijk belangrijker voor wat Seiffert wist te bewerkstelligen: het verbinden van een paar individuele levens met de grote historische gebeurtenissen.

Dat Seiffert als Engelse een dergelijk 'Duits' onderwerp ter hand heeft genomen, spreekt aan, in Engeland misschien meer dan daarbuiten, want ze is warempel niet de eerste die dit doet. Tal van Duitse schrijvers zijn haar voorgegaan en sommige van hun boeken - De voorlezer van Bernhard Schlink bijvoorbeeld - worden door duizenden mensen over de hele wereld gelezen. Het is daarom goed om vast te stellen dat Seiffert alleen in het laatste deel expliciet op de problematiek van de schuldvraag ingaat, en dat is het minst geslaagd.

In het eerste deel gaat het om Helmut, een licht gehandicapte jongen in het Berlijn van de jaren dertig, enig kind van liefdevolle en beschermende ouders. Door zijn handicap wordt hij tot zijn eigen teleurstelling maar vooral die van zijn vader, niet geschikt bevonden voor het leger. Als hij in de leer gaat bij een fotowinkel in de buurt, blijkt hij aardig te kunnen fotograferen. Zijn foto's van het Berlijnse straatleven worden als ansichten in de winkel verkocht.

Hij is twintig als de oorlog uitbreekt en zich nauwelijks bewust van de politieke werkelijkheid die zich voor het oog van zijn camera ontrolt. De lezer ziet wat Helmut niet ziet, de nazistische sympathieën van zijn ouders bijvoorbeeld. Op een avond, als z'n ouders niet thuis zijn, beginnen de bombardementen op Berlijn. Hij vindt zijn ouders niet meer terug. Hij zwerft over de puinhopen van Berlijn, bivakkeert in de donkere kamer van de half ingestorte fotowinkel en wordt ten slotte, tot zijn verrassing, toch nog soldaat.

Het tweede deel, over Lore, speelt zich aan het eind van de oorlog in Beieren af. De vader van Lore, een hoge nazi-functionaris, is door de Russen gevangen genomen, haar moeder door de Amerikanen. Hooguit vijftien jaar oud gaat ze met haar vier jongere broertjes en wat juwelen en geld van haar moeder naar Hamburg om haar oma te zoeken. Overal zien ze vluchtelingen, grote groepen ontredderde, uitgehongerde mensen, overlevenden uit de concentratiekampen, SS'ers op de vlucht. Ze hoort iets over Duitse oorlogsmisdaden. Mensen hebben soms kranten, in een stadje hangen aan een plank tussen twee bomen foto's van concentratiekampslachtoffers.

Lore stelt geen vragen, in beslaggenomen als ze is door de gevaren die haar bedreigen. Ze vraagt zich ook niets af. Wat haar ouders hebben misdaan weet ze niet. Oma vertelt het haar later ook niet: 'Het is nu allemaal voorbij', zegt ze, 'sommigen zijn te ver gegaan maar je moet niet denken dat het allemaal slecht was.' Dat ze over haar ouders moet zwijgen weet ze wel. Het zijn de 'alledaagse' details die in dit deel de meeste indruk maken: de beelden van de verwoesting in steden en dorpen en op het platteland, de inhaligheid van een boerin die eten ruilt voor een trouwring, het oversteken van een rivier naast een opgeblazen brug en de angst voor degenen die hun op de andere oever wachten.

Vergeleken bij deze twee delen valt het laatste en langste deel, dat zich helemaal aan het eind van de eeuw afspeelt, tegen. In dit deel probeert Micha, een geschiedenisleraar van een jaar of dertig, in het reine te komen met het verleden. Zijn grootvader heeft als lid van de Waffen-SS in Oost-Polen gediend. Na de oorlog heeft hij negen jaar in Russische gevangenschap gezeten. Micha heeft er zich nooit zo druk om gemaakt, maar nu vraagt hij zich opeens af, of zijn lieve opa aan massamoord heeft meegedaan. Misschien wil hij het antwoord niet echt weten, maar hij reist toch verschillende keren naar de streek waar zijn grootvader vanaf 1941 gelegerd was. Afdoende bewijs voor diens schuld vindt hij niet, maar het antwoord op zijn vraag moet toch hoogstwaarschijnlijk 'ja' zijn.

Op zichzelf zijn de vragen en twijfels waarmee we door Micha te maken krijgen alleszins de moeite waard; het is alleen jammer dat hij als figuur niet tot leven komt, evenmin als degenen die hem omringen, zijn ouders, zijn oma, zijn Turks-Duitse vriendin. Ook de gesprekken die gevoerd worden, zijn niet erg overtuigend. Anders dan de eerste delen, waarin nauwelijks gesproken wordt, is dit deel vrijwel uitsluitend dialoog. Het lijkt er nog het meest op dat iedereen plichtmatig een lesje opzegt. Het is alsof Seiffert vragen heeft verzameld die kenmerkend zijn voor deze mensen, de derde naoorlogse generatie. Alsof ze daar wat stijfjes de spelers aan heeft toegevoegd. Het maakt het je onmogelijk je in deze acteurs te verplaatsen. Helmut en Lore raken je wel, doordat hun onherstelbaar geschonden levens zo worden verbeeld, stil als foto's, dat ze het anonieme leed van zovelen kunnen symboliseren.

De tegenstelling tussen de eerste twee delen en het laatste geeft aanleiding nog twee andere kanten van dit boek onder ogen te zien. Het eerste is dit: omdat Micha zich zoveel afvraagt en Helmut en Lore dat zo opvallend weinig doen, zou je tot de conclusie kunnen komen dat het vermogen onderscheid te maken tussen goed en kwaad iets is voor achteraf, dat morele twijfel alleen geruime tijd nadat het kwaad geschied is kan opkomen, wat natuurlijk niet zo is. Het tweede is dat er, zonder dat er iets gerechtvaardigd wordt, niettemin zoveel begrip voor de daders wordt gekweekt, dat de scheidslijn tussen daders en slachtoffers vervaagt. Nog één of twee generaties verder, zou je kunnen zeggen, en we stellen vast dat de tijd van het nationaal-socialisme heel verwarrend is geweest, meer niet. Dat doet de historische feiten en vooral de slachtoffers geen recht.

Het is iets, wat Seiffert waarschijnlijk niet bedoeld heeft. Waar het nu om gaat, en waar het kennelijk ook de jury van de Booker Prize om ging, is de schoonheid van de beelden in de eerste delen van The Dark Room.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden