Oorlogje voeren voor beginners

Onlangs gaf de Britse regering ruim vijftig jaar geheim gehouden archiefstukken vrij van de Special Operations Executive (SOE). Nu kan voor het eerst vanuit Engels zicht naar het beruchte Englandspiel worden gekeken....

ZELF VOND hij de beschuldigingen extremely vague. Toch weigerde majoor Seymour Bingham te geloven dat hij onmogelijk was geworden was als SOE-chef voor de sectie Nederland. Het kon best zijn dat hij ooit in een sombere bui geroepen had dat de Duitsers niet vóór 1958 verslagen zouden zijn, maar daarvoor hoefde hij toch niet te worden ontslagen? Op 10 februari 1944 schreef hij in een officieel verweer tegen de aantijgingen: 'In die tijd vond ik dat onterecht optimisme gevaarlijk was en ikzelf zag geen snel einde aan de oorlog komen.'

Maar SOE-bevelhebber voor Noordwest-Europa, generaal Mockler-Ferryman, had al een paar weken eerder in een geheim, handgeschreven memo aan algemeen SOE-chef generaal Sir Colin Gubbins aangekondigd dat het met Bingham zo niet verder ging: 'Persoonlijk denk ik dat we zo mogelijk Bingham zouden moeten vervangen, maar met het oog op de tijdfactor en het gebrek aan Nederlandstaligen zal dat moeilijk zijn.'

Op 2 mei 1945 werd Bingham vervangen door majoor Richard Dobson die, zoals gewenst, óók goed Nederlands sprak (hij had tot dan toe SOE/België geleid). In Binghams finishing report staat: 'Hij is van gemiddelde intelligentie, behoorlijk slim en praktisch, met verbeelding en initiatief. Hoewel betrouwbaar is hij geneigd te veel temperament te tonen en hij is zelfgenoegzaam. Hij kon redelijk opschieten met andere mensen van de afdeling, maar met buitenstaanders niet (hij is geen goed mixer, heet het letterlijk) en zijn persoonlijkheid is nogal onsympathiek. Hij maakt de indruk van een teleurgesteld man. Hij had grote belangstelling voor het werken met codes. Hij zou meer praktijk moeten opdoen.'

Ligt daar, en vooral in die twee laatste, kale zinnetjes, de sleutel tot het infame Englandspiel dat uiteindelijk aan meer dan vijftig Nederlandse vrijheidsstrijders het leven kostte? Meer praktijk met codes...

Het plan was in oorsprong heel eenvoudig. In 1940 had premier Churchill een ministerie van Economische Oorlogvoering opgericht met als doel: de vijand op economisch gebied treffen waar mogelijk. Om dit ook vanuit bezet gebied zelf te kunnen doen, moest er een organisatie komen die agenten naar dat bezet gebied stuurde. Je zou verwachten dat dit een taak was voor de bestaande geheime diensten, maar besloten werd een aparte organisatie te stichten, de Special Operations Executive (SOE).

Dat was de eerste fout: er kon langs elkaar heen worden geopereerd en dat gebeurde prompt. Ook de samenwerking met de Nederlanders-in-ballingschap liet flink te wensen over. De regering-Gerbrandy stond toe dat aan Nederlandse kant de ene inlichtingendienst de andere opvolgde (en beconcurreerde). Ook daar werd langs elkaar heen gewerkt en competenties waren zelden geheel en al duidelijk.

SOE moest in de cruciale jaren 1942 en 1943 samenwerken met het Bureau Voorbereiding Terugkeer, dat onder leiding stond van de KNIL-kolonel M.R. de Bruyne, een man die zichzelf eigenlijk ongeschikt vond voor het inlichtingenwerk. Hij was weinig soepel en had nauwelijks oog voor de security waarmee een geheime dienst staat of valt. Zijn SOE-tegenspelers Blizard en, later, Bingham hadden geen kind aan hem.

Het ging, na een aantal succesvolle droppings, mis toen SOE-agent Huub Lauwers op 6 maart 1942 in Den Haag werd gearresteerd. Hij had drie gecodeerde telegrammen in zijn zak. De Duitsers overreedden hem alsnog uit te zenden. Lauwers meende met zijn security check het SOE-hoofdkwartier onmiddellijk duidelijk te kunnen maken dat hij gevangen zat. De afspraak was dat hij elke zestiende letter of veelvoud daarvan een opvallend fout zou seinen, zolang hij vrij was. Die fout moest achterwege blijven als hij gevangen zou zijn. Maar in de drie gecodeerde telegrammen die de Duitsers bij zijn arrestatie vonden, stonden die fouten wél. Later zou Lauwers -hij overleefde als een der weinigen- dat zijn 'enorme lichtzinnigheid' noemen. In latere telegrammen, onder Duitse 'regie', bracht hij de vereiste controle wel aan. Dat had Londen meteen moeten zien. Dat gebeurde niet. Met deze 'kapitale blunder' (Dr.L.de Jong in Deel 9 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog) begon het feitelijke Englandspiel.

Maar waaróm keek Londen zo lichtvaardig over die verkeerde security checks heen en bleef dat volhouden tot er ruim vijftig agenten in Duitse handen waren gevallen? SOE zag het vaak wel, maar men deed niets. Een stapel telegrammen is bewaard gebleven met daarop aangetekend: true check present of omitted en security check present of omitted. Toch ging het droppen van agenten gewoon door en die werden steeds meteen door de Duitsers 'in ontvangst' genomen. Want de Abwehr had immers zelf de plek bepaald waar de parachutes moesten landen.

W ERD ER dan in Londen niet getwijfeld? Soms. Een beetje. Maar SOE besloot meestal dat de betreffende agent wellicht in opwinding of haast zijn check vergeten was. In bepaalde rapporten werd zelfs grondig aan de snuggerheid van de betreffende agent getwijfeld. In de gedachtengang van de SOE-leiding lag de domheid of fout áltijd bij de agent 'in het veld'. In sommige gevallen kregen de (gevangen!) agenten gewoon een nieuwe check toegezonden, die dan natuurlijk weer door de Duitsers werd gebruikt. Londen was dan opgetogen: zie je wel, het wérkt.

Aan de juist vrijgekomen Engelse dossiers ontstijgt een akelige geur: ach, die Nederlanders, we moeten ze voor de vorm wel mee laten doen, maar voor de werkelijke (lees: ónze, Britse) oorlogvoering zijn ze absoluut niet interessant. Het is deze ongeïnteresseerdheid die het Englandspiel zo lang liet voortduren.

Op 25 juni 1943, toen de Nederlanders in Londen allang het bange vermoeden hadden dat er met een aantal agenten iets grondig mis was, was er hoog overleg tussen SOE en de Secret Intelligence Service (de 'klassieke' Britse inlichtingendienst die óók een afdeling Nederland had). De heren kwamen tot de conclusie dat:

a) de OD-zender naar onze mening niet gepenetreerd is door de vijand.

b) in zulk streng geheim materiaal als we hebben ontvangen geen spoor van vijandelijke penetratie is.

c) ondervraging van gevangengenomen Nederlanders die voor de Abwehr werken geen enkele penetratie door de vijand heeft opgeleverd.

Die drie punten werden zo ongeveer een geloofsverklaring, want ze zouden nog maandenlang opduiken in diverse stukken.

Maar in de nu vrijgekomen dossiers blijkt dat er intussen toch grote twijfel was aan die OD-zender in Nederland. Want een ander rapport vraagt zich af waar deze zender toch vandaan komt. Hij zou via Zweden en Delfzijl Nederland zijn binnengesmokkeld, maar niemand weet er het fijne van. Bovendien komen er krankzinnig veel berichten via deze zender. Desondanks: 'geen penetratie door de vijand'...

De Engelsen willen er eigenlijk nóg niet aan dat de hele zaak hopeloos verknoeid is wanneer op 1 februari 1944 de SOE-agenten Piet Dourlein en Ben Ubbink in Londen terugkeren. Op 31 augustus 1943 waren de twee uit het seminarie in Haaren (Noord-Brabant) ontsnapt waar alle gevangen agenten zaten.

Eind november arriveren de twee, geholpen door de Nederlandse illegaliteit, in Bern, waar ze de Nederlandse militaire attaché, generaal Van Tricht, onrustbarende verhalen vertellen. Van Tricht stuurt een alarmerend telegram naar Londen en haspelt in zijn opwinding Nederlandse woorden door het Engels heen: FROM INTERVIEW WITH AGENTS NAMEN UBBINK EN DOURLEIN IT TRANSPIRES THERE IS STRONG POSSIBILITY OF LEAKAGE IN LONDEN. OVER 100 OF OUR AGENTS ARE IN PRISON FROM WHICH THEY HAVE ESCAPED.

Honderd, dat is wat overdreven, maar Londen móet nu weten dat er iets grondig mis is. Dourlein en Ubbink worden na hun aankomst in de Britse hoofdstad urenlang gescheiden verhoord, maar vooral over hun ontsnapping en reis. Hun verklaringen kloppen niet altijd met elkaar -Ubbinks geheugen is beduidend minder sterk dan dat van Dourlein- en bovendien hebben de Duitsers een nep-telegram gestuurd: de twee zijn naar de vijand overgelopen. Dat vindt de SOE-leiding maar al te plausibel.

O P WERKELIJK alle slakken leggen de Engelsen zout. Wat voor de ondervragers de deur dichtdoet is dit, aldus een rapport: "Het is onmogelijk te geloven dat de twee het er niet over eens zijn of de wc's (in Haaren) sloten hadden of niet.'

Dourlein en Ubbink worden in een van Londens miserabelste gevangenissen gestopt, Brixton Prison. Nederlanders krijgen zij niet te zien. Hun brieven aan kolonel de Bruyne -die zij, foutief, nog altijd als hun chef beschouwen- worden niet doorgestuurd. Al deze dramatische noodkreten zitten, in origineel, in de dossiers.

Dourlein schrijft vanuit de gevangenis een vriendelijk briefje aan een Nederlandse pater Donkers in Afrika om deze niet alleen te bedanken voor wat diens zuster en haar man voor hem hebben gedaan na zijn ontsnapping, maar ook om de missionaris te vertellen dat diens vader is overleden. Ook dát briefje wordt onderschept en Dourlein wordt er urenlang over doorgezaagd door de Engelsen. Tot slot zegt de ondervrager: "Deze brief aan Donkers zal niet worden verzonden. Here are your stamps back.' De Britten trekken alles over pater Donkers na en vinden niets. Natuurlijk niet.

Dourleins handgeschreven plan om in de nacht van D-Day zijn makkers in Haaren te bevrijden -hij weet immers niet dat ze intussen naar Mauthausen zijn overgebracht- krijgt een schampere kanttekening van Bingham mee: 'Dit is een plan door Sprout (Dourleins schuilnaam) om 'our boys' uit hun gevangenis te helpen ontsnappen. The whole business smells 'fishy'.

Dan is er op 3 maart 1944 een merkwaardig onaangedaan briefje van de afdeling SOE/N naar het SOE-hoofdbureau: 'Naar aanleiding van ons gesprek op 1 maart ga ik ervan uit dat gezien de onbevredigende uitkomst van deze verhoren Chive (Ubbink) en Sprout (Dourlein) onbeperkt in hechtenis blijven. Voor zover ik kan zien zijn deze mannen nu nog slechts van academisch belang voor ons en wat toekomstige operaties betreft moeten we ongetwijfeld from scratch beginnen en alles afschrijven wat er eens in het veld heeft bestaan.'

De Engelsen hadden sowieso geen hoge pet op van hun Nederlandse SOE-agenten. Dat blijkt ook uit deze notitie: 'Het is plezierig te kunnen vaststellen dat voor de eerste keer in de geschiedenis van de SOE-operaties in Holland, twee Nederlandse agenten hebben bewezen moed en vindingrijkheid te bezitten. Anders dan de vorige agenten, die gearresteerd zijn door de Duitsers, hebben deze twee het duidelijk voor elkaar gekregen inlichtingen aan de vijand te onthouden, en bij het misleiden van hun ondervragers zijn ze ongetwijfeld geholpen door het feit dat de identity checks die ze gebruikten op een nieuw principe gebaseerd zijn, waarvan de Duitsers in Holland niet voorshands weet hebben."

SOE begon in Nederland gewoon opnieuw. Rond vijftig agenten werden simpelweg afgeschreven.

Een paar dossiers verder ligt een namenlijst, afkomstig uit Mauthausen. Onder de 47 Nederlandse namen staat: 'Auf der Flucht erschossen'. De Duitse klerk plaatst het tussen aanhalingstekens, want hij weet al lang beter.

Een laatste, Engelse, aantekening zegt dat de SS-man Göckel en SS-man Kisch de executies hebben uitgevoerd. 'Wellicht wilt u deze namen doorgeven aan de afdeling oorlogsmisdaden', staat erbij gekrabbeld.

Henk Strabbing research Otto Spronk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden