Oorlog zonder beeld

De oorlog tegen Afghanistan doet sterk denken aan de Golfoorlog. Het nieuws is onzichtbaar en oncontroleerbaar. Propaganda is troef. De media worden nadrukkelijk in de militaire strategie betrokken....

'HET behoort tot de propaganda dat Bin Laden nog in Afghanistan zou zitten', zegt Paolo de Mas, geograaf en Afghanistan-kenner aan de Universiteit van Amsterdam. De meest gezochte terrorist ter wereld zit in Kasjmir, een door moslims gedomineerd deel van India, denkt De Mas zelf. Dat zou de VS en hun bondgenoten weleens slecht uit kunnen komen. De bombardementen op Afghanistan worden immers gerechtvaardigd door het feit dat Bin Laden moet worden 'uitgerookt'.

Al het nieuws over de strijd in Afghanistan is onbetrouwbaar, zegt De Mas. De westerse pers is gemakzuchtig en slikt Amerikaanse informatie voor zoete koek.

In de stoffige bergen van Noord-Afghanistan en de drukke straatjes van Peshawar en Quetta heeft zich een massieve nieuwsmachine verzameld. De verslaggevers zijn beter uitgerust dan ooit, met laptop, videofoon en satelliettelefoon. Maar hoewel de wereld zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een 'global village', was een oorlog nog nooit zo onzichtbaar als deze aanval op Afghanistan. Toegang tot het land is lastiger en gevaarlijker dan in menige andere oorlog. De hongerige nieuwsmachine krijgt ditmaal echter wel erg magere brokjes toegeworpen. Surrealistische beelden die herinnerden aan de Golfoorlog: een 'groene vissenkom', waarvan we maar moeten geloven dat het Kabul is. Het contrast met de theatrale aanval op de Twin Towers kon niet groter . De eerste slag in de media-oorlog is voor Bin Laden.

De televisie kan ook niet veel met deze slag, bij gebrek aan beeld. Afgelopen zondagavond gingen de meeste programma's op de Nederlandse tv gewoon door. Een dag na de aanval was er alweer reclame op CNN en gingen 'nieuwszenders' over op hun reguliere programmering. Alsof er geen oorlog bestond.

'Zo werkt televisienieuws. Zonder beelden heb je geen nieuws, hoewel er genoeg gebeurt', zegt Huub Wijfjes, mediahistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen. 'Je zou daarom verwachten dat de Amerikanen vrij snel met spectaculaire beelden komen, bijvoorbeeld van camera's die op de kop van een kruisraket zijn gemonteerd.' Maar de Amerikanen hebben van de oorlog nog geen gepolijste mediashow kunnen maken, met de computerspel-achtige beelden die het in de Golfoorlog zo goed deden.

Curieus genoeg doen de Taliban het vooralsnog beter, ondanks hun nogal klungelige persconferenties. Hoewel de radicale moslims tegen tv zijn, maken ze handig gebruik van het medium. 'De Taliban laten geen westerse journalisten toe, zoals Saddam Hoessein destijds Peter Arnett van CNN in Bagdad duldde. Maar ze gebruiken wel de Arabische nieuwszender Al Jazeera, die ze meer vertrouwen', zegt Wijfjes. Dinsdagavond bracht NOVA bijvoorbeeld beelden van burgerslachtoffers van de bombardementen, afkomstig van Al Jazeera. De slimste pr wordt overigens bedreven door Osama bin Laden zelf. Door zijn toedoen kon Al Jazeera direct na de aanval een videoband uitzenden, waarop hij de wereld toesprak als een islamitische Robin Hood.

De opmars van Al Jazeera, die het monopolie van CNN heeft doorbroken, is ook de Amerikaanse regering opgevallen. Zij vroeg de emir van Qatar, thuisbasis van de zender, het nieuws te 'amerikaniseren', wat deze overigens weigerde. Eerder die week trachtten VS-autoriteiten te voorkomen dat de radiozender Voice of America een interview zou uitzenden met Taliban-kopstuk Mullah Mohammed Omar.

'Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid', zei de Amerikaanse senator Hiram Johnson in 1917. Hij doelde op de militaire censuur, maar ook op de zelfcensuur van media . Wie wil er onpatriottisch lijken als het welzijn van de natie in het geding is?

Daarom zenden de grote Amerikaanse tv-netwerken, waaronder CNN, geen oproepen meer uit van Bin Laden en andere Al Qa'ida-leiders. Volgens de Amerikaanse regering kunnen deze videoboodschappen 'geheime codes' bevatten voor terroristen . Misschien een terechte vrees, maar evenzo waarschijnlijk is het een goedkope manier om de vijand wind uit de zeilen te nemen.

Deze weken kan informatie van het front alleen maar met wantrouwen worden bezien. Niets is wat het lijkt. Foto's van tentenkampen, gebombardeerde terroristenkampen, en de gevolgen van een bominslag - pas achteraf (of misschien wel nooit) zal blijken of het ook de waarheid was die we zagen. Dat leren recente oorlogen.

Zo deed in 1990 het verhaal de ronde dat Iraakse troepen de couveuses uit het kinderziekenhuis in Koeweit hadden geroofd. De baby's waren stervend op de hospitaalvloer achtergelaten. Totaal verzonnen, bleek achteraf.

In de Golfoorlog werd de precisie van de precisiebombardementen schromelijk overdreven en de oorlog voorgesteld als een pijnloos videospelletje. Pas later bleek dat duizenden Irakese soldaten levend waren begraven toen tanks verdedigingswallen aan de kant schoven. De Britse premier Major vierde in Londen de herovering van de Koeweitse grensplaats Khafji, terwijl Robert Fisk van The Independent met eigen ogen constateerde dat er nog gevochten werd. Fisk had zich even aan de militaire controle ontworsteld. Daarmee haalde hij zich de ergernis van zijn Amerikaanse tv-collega's op de hals. Door Fisks 'wangedrag' zouden zij nog minder beelden krijgen, vreesden zij.

In de Kosovo-oorlog beweerde Amerika's speciale ambassadeur Scheffer dat er 250 duizend Kosovaren werden vermist . Na de oorlog schatte aanklager Del Ponte van het Joegoslavië-Tribunaal hun aantal op vierduizend.

Beheersing van de media is een integraal onderdeel van de militaire strategie geworden. Een erfenis van Vietnam, zegt historicus Wijfjes. Daar werd geen censuur toegepast en mochten reporters vrijelijk de jungle in. Zij kwamen terug met de foto van de twaalfjarige Kim Phuc, die het oorlogsgeweld ontvluchtte met een laagje napalm op haar naakte lichaam.

Nog steeds zijn veel Vietnam-veteranen ervan overtuigd dat zij de strijd niet op het slagveld, maar op het televisiescherm hebben verloren. De media ondermijnden het moreel aan het thuisfront. Historici hebben dit later sterk gerelativeerd: de steun voor de oorlog kalfde al af voordat de media zich kritischer gingen opstellen.

'Het is onzin te denken dat een foto of een reportage een oorlog kan stoppen. Maar beelden kunnen wel de maatschappelijke stemming versterken', zegt Wijfjes. In de televisiedemocratie bevindt het leger zich in een moeilijke positie. 'De publieke opinie vereist een oorlog zonder doden. Daarom is er ook zo'n druk om een oorlog met technologische middelen te winnen.' Niet alleen de beelden van body bags met eigen soldaten zijn gevaarlijk, maar ook opnamen van onschuldige burgers die een verdwaalde kruisraket op hun dak hebben gekregen. Oorlog tegen een wreed regime moet zonder wreedheid worden gevoerd.

In de Golfoorlog werden verslaggevers dan ook op veilige afstand gehouden. Slechts enkele reporters mochten meedoen aan de zogeheten video pools. Hun materiaal werd door een militair gecensureerd en ter beschikking gesteld van alle andere media. In Afghanistan keren de video pools wellicht terug, al heeft het Pentagon gezinspeeld op meer openheid . Voor de oude rotten hoeft het niet meer, schreef de befaamde oorlogsverslaggever Philip Knightley in The Guardian. De war correspondent, die heroïsche figuur uit de journalistiek, is gedegradeerd tot een cheerleader van de overwinning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden