Oorlog tegen Tweestromenland

Archeologen vragen zich af of een oorlog in Irak desastreus zal zijn voor de enorme hoeveelheden oudheden in dit oude Tweestromenland....

Een soldaat die straks de woestijn van Zuid-Irak binnenvalt, kan maar beter niet van archeologie houden. Prof. dr. McGuire Gibson, een in Irakese oudheden gespecialiseerde archeoloog aan het Oriental Institute van de universiteit van Chicago, heeft een simpele waarschuwing: 'Ga er maar van uit dat elke heuvel een vindplaats is.'

De mogelijke oorlog met Irak houdt Gibson druk bezig. Sinds november geeft de oudheidkundige leiding aan een groep van veertig archeologen, verenigd in het Archeological Institute of America, die een lijst heeft opgesteld van kwetsbare vindplaatsen in Irak. Vorige maand heeft Gibson de opsomming aangeboden aan het Pentagon.

Meer dan vierduizend locaties staan erop. 'En dat zijn alleen nog maar de plekken waar sinds de 19de eeuw officiële opgravingen hebben plaatsgevonden. In werkelijkheid is het hele land een artefact. Ik denk dat er zo'n half miljoen potentiële sites zijn.'

Het is nogal een opgave voor het Amerikaanse leger om die allemaal te ontzien, geeft hij toe. 'Maar ze leken blij de lijst te krijgen. We hopen er het beste van.'

Irak is voor archeologen een schatkamer. De landsgrenzen omvatten het grootste deel van het befaamde Mesopotamië, het vruchtbare Tweestromenland tussen de rivieren Eufraat en Tigris. Velen zullen zich dat land van vroegere geschiedenislessen herinneren als 'de bakermat van de beschaving'.

Vanaf circa 4000 voor Christus ontstonden hier de eerste steden. Het schrift werd er uitgevonden en de meetkunde, en de eerste mythes werden er geschreven. Volkeren als de Soemeriërs, de Assyriërs en de Babyloniërs vestigden er hun rijk, met leiders als Hammurabi en Nebukadnezar. Later volgden de Perzen, de Arabieren, de christenen en de moslims. Allemaal lieten ze hun sporen na in de vlaktes in het zuiden en de heuvels in het noorden. Veel daarvan zit nog onder de grond.

De vraag is: in hoeverre wordt dit erfgoed bedreigd als straks de artilleriegranaten en raketten inslaan, en de tanks over het zand gaan rollen?

Een snelle oorlog zal waarschijnlijk weinig substantiële schade opleveren, denkt Gibson. Dat was ook in de vorige Golfoorlog het geval, hoewel er door het embargo nooit een deugdelijke inventarisatie is uitgevoerd.

Het bekendste voorbeeld van collateral damage (niet-opzettelijke schade) aan oudheden zijn de gaten die nog zichtbaar zijn in de beroemde zigurrat (tempeltoren) van Ur, in het zuiden. De Iraki's hebben hier een militair vliegveld vlakbij.

De meningen zijn verdeeld over de vraag of de Iraakse regering met opzet potentiële doelen dichtbij archeologische sites plaatst. Dat gaat op voor zover het hele land een vindplaats is, zegt Gibson, maar verder zijn de Iraki's volgens hem erg voorzichtig met hun oudheden.

Zelfs het vliegveld van Ur ligt kilometers van de zigurrat. 'Iraki's zijn zich erg bewust van hun verleden en zijn er trots op. Het land heeft al sinds de jaren twintig de beste oudheidkundige dienst van het Midden-Oosten. Bovendien worden de oudheden beschermd door sterke wetgeving. Het leger respecteert dat.'

Dr. Diederik Meijer, archeoloog van Mesopotamië, Syrië en Anatolië aan de Universiteit Leiden, is sceptischer. 'Voor de Golfoorlog zag ik een legerpost op de zigurrat van Ur en mocht ik er niet op. Er gaan ook geruchten dat Saddam een chemische fabriek heeft gebouwd in de buurt van de spiraalminaret van Samarra.'

Volgens Meijer grijpt Saddam Hussein, net als veel andere leiders, terug op de geschiedenis om zijn heerschappij te legitimeren. Daarom is hij wellicht ook voorzichtig met de sites. 'Saddam spiegelt zich graag aan Hammurabi van Babylon, die heerste van 1790-1750 voor Christus en de eerste wetscodex ter wereld uitvaardigde. Als je Babylon betreedt, zie je twee portretten: een van Saddam, de ander van Hammurabi.'

Naast de schade door gevechtshandelingen, zijn archeologen nog meer bezorgd over wat er ná een eventuele tweede Golfoorlog gebeurt. 'Als er lange tijd chaos heerst, gaat het helemaal verkeerd', sombert Gibson.

Ook hier fungeert de eerste Golfoorlog als voorbeeld. Het embargo dat daarop volgde, had grote gevolgen voor de oudheidkundige dienst, omdat bewakers van belangrijke plekken moesten worden ontslagen. Bovendien verarmde de bevolking. Diefstal en illegale handel waren het gevolg.

Dat begon kleinschalig. Lucinda Dirven, postdoc aan de Universiteit van Amsterdam, deed afgelopen maart in Mosul en Bagdad onderzoek naar sculpturen uit de Arabische woestijnstad Hatra. Volgens haar namen tijdens de Golfoorlog in 1991 medewerkers van het Irak Museum in Bagdad, dat de grootste collectie Mesopotamische oudheden ter wereld bezit, kleine artefacten mee naar huis om ze te beschermen. De grote werden opgeborgen in de kelders, zoals ook op dit moment weer gebeurt.

'Slecht een klein deel kwam na de bombardementen niet terug, vooral kleine dingen als zegels en bronsjes', zegt Dirven. Van die voorwerpen circuleert inmiddels een lijst, samengesteld door een Italiaanse archeoloog.

Midden jaren negentig nam de cultuurroof professionelere vormen aan, zegt Gibson. 'De kunstmarkt in New York werd overspoeld met duizenden voorwerpen uit Irak. Het leek wel drugshandel.' De beruchtste voorbeelden zijn de roof van 2700 jaar oude reliëfs uit het paleis van Sennacherib in Nineveh, en de plundering van de ruïnes van de Soemerische stad Umma.

'Die resten waren nooit goed wetenschappelijk onderzocht', zegt Gibson, 'maar iedereen wist dat ze vol artefacten zaten. Volgens getuigen zijn er ploegen van twee- à driehonderd plunderaars aan het werk geweest, met bulldozers en trucks. Het leger heeft ze soms weg moeten jagen. Uiteindelijk heeft de oudheidkundige dienst noodhulp gekregen van de overheid om achttien bewakers aan te stellen. Nu voeren ze daar archeologische opgravingen uit - dat is op zichzelf weer een positief effect geweest.'

Zo heeft de spanning in de regio nog meer onverwacht positieve gevolgen gehad. Op onlangs vrijgekomen foto's van spionagesatellieten ontdekten onderzoekers van het Oriental Institute in Chicago sporen van vijfduizend jaar oude handelswegen op de grens tussen Syrië en Irak, zo maakten ze vorige week bekend. Gibson: 'Dat geeft aan dat er nóg meer ligt dan we al denken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden