Oorlog tegen OPEC is niet op zijn plaats

Het gaat niet aan de OPEC de schuld te geven van de alsmaar stijgende olieprijs, meent Paul Aarts. In feite is de olieprijs ver achtergebleven bij de prijzen van andere producten....

IN DE discussie over de hoge brandstofprijzen wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat de organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) een van de grootste prijsopdrijvers is. Ook volgens een analyse op de voorpagina van de Volkskrant (13 september) is het 'oorlog' tussen de olieproducenten en olieconsumenten en zijn de Europeanen kortzichtig door 'elkaar te lijf te gaan in plaats van de vechten tegen de OPEC.'

Zit de OPEC terecht in de beklaagdenbank? Het antwoord is zonder meer 'neen'. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, heeft de OPEC zich in haar bestaan veel vaker als 'prijsvolger' dan als 'prijszetter' gedragen. Zelfs in 1973-'74 volgde zij de prijzen op de zogeheten 'spotmarkt' door in te spelen op de daar heersende chaos en paniek. Eind jaren '70, ten tijde van de Iraanse revolutie, hetzelfde patroon: opnieuw schoten de olieprijzen op de vrije markt omhoog en de reactie in OPEC-kringen was voorspelbaar: 'Waarom zouden we het geld op tafel laten liggen?'

Toen in de daaropvolgende jaren de olieprijzen begonnen in te zakken, deed de organisatie voor het eerst sinds haar oprichting een serieuze poging zich als 'kartel' te gedragen. Dat mocht echter niet baten en de prijzen tuimelden verder, op een gegeven moment tot zes dollar per vat. Afspraken over productiequota werden stelselmatig geschonden.

Met de Iraakse invasie van Koeweit in augustus 1990 schoten de prijzen weer even fors omhoog, maar al gauw daarna tekenden zich de contouren af van wat de 'tweede olieschok' (voor de olie-exporterende landen) genoemd zou kunnen worden. Belangrijkste oorzaak daarvan was de fors toegenomen productie in niet-OPEC-gebieden. Een paar jaar later kwam de crisis in Azië daar nog eens bovenop, plus het ondoordachte besluit van de OPEC om eind 1997 de productiequota te verhogen in plaats van te verlagen. Dat gebeurde pas substantieel twee jaar geleden (maart 1998), zonder enig resultaat overigens en de prijzen zakten verder, tot 9 dollar.

Gemeten in reële termen - gecorrigeerd voor inflatie en in dollars van 1973 - betekende dat overigens een gigantische waardedaling. Pas na maart 1999, toen de belangrijkste OPEC-landen in Wassenaar een beperking van de productie overeenkwamen, trad enig prijsherstel op.

Wat niemand had verwacht, gebeurde toch: de prijzen bleven stijgen. Frank Kalshoven concludeert enigszins gehaast dat 'het tij meezat om de oliemarkt te monopoliseren.' Op dit moment ligt de prijs ruim boven de 30 dollar, wat overigens omgerekend in termen van koopkracht véél minder is: zo'n vijf dollar, dat wil zeggen de helft van wat de olieprijs was na de eerste olieschok in 1973-74.

Studies wijzen uit dat terwijl in de afgelopen vijftien jaar een vat ruwe olie gemiddeld 17,5 dollar gekost heeft, vrijwel alle andere goederen (en diensten) twee tot drie keer zo duur zijn geworden. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat de OPEC-lidstaten in de afgelopen vijftien jaar stuk voor stuk enorme tekorten op hun begroting hebben gehad. Gemeten in prijzen van 1985 - van vlak voor de eerste grote prijsval - zou een vat olie nu zo'n 60 dollar moeten kosten en niet 30 dollar die nu zoveel ophef veroorzaakt.

Eén ding is duidelijk: de OPEC kan niet als grote schuldige voor de stijgende olieprijzen worden aangewezen. Zolang de vraag naar olie blijft stijgen, zal ook de prijs omhoog gaan. Zo werkt de markt nou eenmaal. De OPEC heeft al haar steentje bijgedragen door de productie omhoog te schroeven. Veel hoger kan niet - als men daar al toe bereid zou zijn - omdat nog slechts een enkel OPEC-lid de productiecapaciteit daarvoor bezit.

Dit zijn de vette maanden voor de olie-exporteurs. Zij pakken het geld dat op tafel ligt. Dat is iets anders dan te spreken van het 'monopoliseren van de oliemarkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden