Oorlog als scheppingsdaad

Nederlandse gewesten voerden eind 15de, begin 16de eeuw, bijna voortdurend oorlog. Dat legde de basis voor de succesvolle opstand tegen Spanje....

De preventieve oorlog tegen Irak mag een geheel nieuw soort conflict lijken, maar al in de 16de eeuw werden staten aangevallen om ze voor de zekerheid in te tomen. 'De Fransen vielen in 1552 bijvoorbeeld het Habsburgse rijk van Karel V aan, omdat ze zich daardoor bedreigd voelden', zegt historicus dr. Hans Cools.

En ook die Karel V (1500-1558), keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje en heerser over een groot aantal gewesten in de Nederlanden, kon er wat van. Hij voerde in 1546-1547 een 'preventieve' oorlog tegen de Lutherse Duitse vorsten.

Cools: 'Net als George Bush was Karel V ervan overtuigd dat hij een missie had om het belang van de mensheid te dienen. Als iedereen gewoon naar hem zou luisteren en de oude katholieke religie getrouw bleef, dan zou hij stabiliteit in Europa brengen. De Pax Habsburgica werd dat genoemd.' Het is eigelijk niet veel anders dan de huidige Pax Americana.

Cools heeft de afgelopen jaren onderzoek verricht naar de invloed van oorlog op de maatschappij in de Nederlanden in de late Middeleeuwen. Voorjaar 2004 verschijnt de vergelijkende studie Oorlog en samenleving in Engeland en de Nederlanden, 1477-1559, dat hij samen met Oxford-historici prof. dr. Steven Gunn en dr. David Grummit aan het afronden is.

De 34-jarige Cools was tot voor kort onderzoeker in Leiden. Sinds maart werkt hij aan het Nederlands Instituut in Rome. Die verhuizing, en het daaraan verbonden nieuwe onderzoekswerk, was de reden dat hij een prestigieuze Veni-beurs van wetenschapsfinancier NWO moest teruggeven.

Deze maand kende NWO 64 van dergelijke beurzen, groot tweehonderdduizend euro, toe aan 'excellente', pas gepromoveerde wetenschappers. Universiteiten betalen een deel van de subsidie. De uitverkorenen mogen er hun eigen ideeën verder mee ontwikkelen.

Eind 15de, begin 16de eeuw voerden de Nederlandse gewesten bijna voortdurend oorlog, vertelt Cools. De dood van Karel de Stoute, heerser over Bourgondië, in 1477 had in het huidige Noord-Frankrijk, België en Nederland een jarenlange burgeroorlog tot gevolg. Pas in 1559 keerde de rust kort terug nadat er een einde was gekomen aan de oorlogenreeks tussen de Habsburgers en de Fransen om de heerschappij van Europa, waarbij de Nederlanden vaak in het geding waren.

De aanhoudende gevechten zijn van groot belang geweest voor de Nederlandse geschiedenis, concludeert Cools. 'Die oorlogen kostten ongelooflijk veel geld, er moest veel belasting geheven worden. Dat was vaak tegen de zin van de steden, die zich hadden verbonden in ''Statenvergaderingen''. Al begin 16de eeuw stuurden deze afgevaardigden met het leger mee om te kijken of het geld wel goed werd besteed.'

Al snel gingen de staten zelfs meepraten over hoe de militaire campagnes gevoerd moesten worden. Ze kregen enorm veel inspraak. En daardoor, zegt Cools, deden de Nederlandse provinciën veel ervaring op in het oorlogvoeren en in zelfbestuur.

Zoveel zelfs, dat ze in staat waren de Spanjaarden te weerstaan nadat ze in 1572 in opstand waren gekomen. Die opstand markeerde het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Daaruit vloeide uiteindelijk de onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voort. Je zou kunnen zeggen dat Nederland dankzij de oorlogservaring is ontstaan.

Oorlog maakte een integraal deel uit van het leven aan het eind van de Middeleeuwen, zegt Cools. In het huidige Nederland onderzocht hij archieven van drie steden: Leiden, Haarlem en Den Bosch. Uit oude stadsrekeningen en besluiten van de vroedschappen (stadsbesturen) kon hij zien hoeveel oorlogsbelasting werd geheven en hoeveel werd besteed aan bijvoorbeeld de aankoop van kanonnen en het versterken van de stadsmuren.

Vaak ging het om flinke bedragen. 'De Nederlanders waren behoorlijk krijgszuchtig', merkte Cools. 'Ze gaven niet alleen geld uit aan de stadsschutterij, maar huurden ook werklozen en armen in als hulptroepen. Die moesten dan grachten rond belegerde steden graven en kanonnen en ander materiaal verslepen. Vaak ging het om enkele honderden op een bevolking van zo'n tienduizend.'

De legers zelf werden in die tijd steeds groter. Tot 1528 bevatten ze maximaal twintig- tot dertigduizend soldaten, zegt Cools. Dertig jaar later waren dat er al zo'n vijftigduizend.

Hoe dichterbij de oorlog, en hoe groter de bedreiging van de handel, des te makkelijker waren de steden bereid belastingen op te brengen. Dat was vooral het geval als het Frankrijk-gezinde hertogdom Gelre (toen ongeveer het huidige Gelderland en Noord-Limburg) weer eens moeilijk deed. Het voerde bijvoorbeeld vanuit Harderwijk strooptochten op de Zuiderzee uit, en blokkeerde de de Maas zodat de rivierhandel stilviel - een embargo avant la lettre.

In 1528 ging de condottiere Maarten van Rossem in opdracht van de Gelderse hertog op rooftocht door Holland. Hij wist het onbeschermde Den Haag te plunderen. De steden besloten toen in te stemmen met een grote 'bede' (of belasting). De stadhouder van Holland mocht daarvan troepen werven om de oorlog tegen Gelre te voeren. Het hertogdom werd verslagen, en in 1543 werd het uiteindelijk bij de rest van de Nederlanden gevoegd.

Voor de gewone bevolking betekenden al die oorlogen 'bittere ellende', benadrukt Cools. De meeste steden waren ommuurd, maar het platteland werd regelmatig geplunderd.

Niet alleen vreemde mogendheden stalen het land leeg, zoals toen in 1511 vanuit Den Bosch een volkomen mislukte veldtocht tegen Venlo op touw werd gezet. Ook eigen troepen (vaak huurlingen) die achterstallige soldij opeisten, sloegen wel eens aan het plunderen. De historicus vond wanhopige brieven van dorpen die geen belasting konden betalen of soldaten konden leveren, omdat ze beroofd waren.

Eind jaren vijftig van de 15de eeuw werden ze bovendien getroffen door misoogsten. Omdat er toen net oorlog was tussen de Habsburgers en Frankrijk, besloot het centrale gezag in Brussel alle graanimporten aan te wenden voor het leger. 'Dat leidde tot een ernstig volksoproer in Antwerpen.'

In de tweede helft van de jaren 1520 weigerde Holland, onder leiding van Amsterdam, zelfs tot twee maal toe oorlog te voeren. Karel V wilde Denemarken aanpakken, dat zijn zwager had afgezet. Maar zo'n oorlog zou de vitale handel met de Baltische staten in groot gevaar brengen. 'de Hollanders plaatsten Karel V voor een voldongen feit, hij moest hun weigering wel accepteren', zegt Cools. 'Het opkomende handelsgewest Holland bracht samen met Vlaanderen en Brabant te veel geld in het laatje.'

Uiteindelijk, besluit de historicus, waren de Nederlandse gewesten juist om die handelsbelangen - ook met het vijandige Frankrijk - altijd het meest gebaat bij vrede. Cools onderzocht hoe rederijkers uit die tijd de oorlog bezongen, en vond een frappant verschil met wat zijn Engelse collega's ontdekten. 'In Engeland vierden ze de overwinning. In de Nederlanden vierden ze vredesverdragen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden