Oorlog als een langgerekt sportjournaal

De berichtgeving over de oorlog in Irak krijgt trekken van sportjournalistiek. Als de soldaten van het slagveld komen, horen we wat er door ze heen ging....

De rechtstreekse verslaggeving van de oorlog in Irak leidde in de tweede week, ondanks al het bloed en al het lijden, tot een lichte euforie onder de Amerikaanse en de Engelse reporters aan het front. Doorgaans is cynisme daar de favoriete levenshouding, maar het feit dat ze de oorlog op de voet mogen en kunnen volgen, heeft hen in hoge mate opgewonden.

'Oorlogsverslaggeving is voor altijd veranderd', heeft BBC-nieuwstopman Richard Sambrook zich al laten ontvallen. En Ted Koppel, de 63-jarige presentator van Nightline van ABC in de Verenigde Staten, sprak van 'de droom van een verslaggever'.

Overal mogen ze bij, lijkt het wel. Tot nog toe volgde oorlogsverslaggeving in grote lijnen het spoor van de slachtoffers. In de veldhospitalen, bij de in puin geschoten huizen en in de vluchtelingenkampen zag je tijdens de meest recente oorlogen de verslaggevers hun stand-uppers maken, en hun kruisgesprekken met de presentator thuis. Maar nu probeert de camera door de loop van het kanon, of zelfs van het machinepistool te kijken. Straks brengt de tv-journalist, zo wordt al gevreesd, de dood bij u thuis, live.

Volgens de Washington Post van begin deze week berust dit allemaal eigenlijk op een misverstand. De krant hoorde van een hoge ambtenaar op het Pentagon dat bij de planning slechts rekening was gehouden met zeer beperkte mogelijkheden voor live-verslaggeving. Door de praktische problemen op het slagveld zouden tv-reporters een of hooguit twee keer per dag een paar shots kunnen doorstralen. Voor meer zouden ze geen tijd hebben, en de satellietsignalen zouden er te zwak voor zijn.

Dat nu een vloedgolf aan rechtstreekse beelden over de Verenigde Staten en Engeland spoelt - en daarmee over de hele wereld - daar had de Amerikaanse Defensietop geen rekening mee gehouden, 'anders zouden we mogelijk wel beperkingen aan de verslaggevers hebben opgelegd', hoorde de Washington Post op het ministerie van Defensie.

De vloedgolf is niet meer te keren. De verslaggevers wordt geen strobreed in de weg gelegd. Er is één enkel geval bekend van een uitzendverbod: afgelopen weekend heeft een aantal commandanten de meereizende reporters verboden gebruik te maken van de Thuraya, een bepaald soort satelliettelefoon. De signalen van dit apparaat zouden op te vangen zijn door de Iraakse tegenstander, en daarmee zou de lokatie van bepaalde troepen aan de vijand worden verraden. Maar verder lijkt de vrijheid van verslaggeving onbegrensd.

ABC's Ted Koppel was vol scepsis naar Irak afgereisd, maar deze week toonde hij zijn enthousiasme over de arbeidsomstandigheden: 'Het is de eerste keer dat we toegang hebben tot het slagveld en tegelijkertijd over de technologie beschikken om via de satelliet live te berichten.' En zo kon Koppel vorige week zijn kijkers begroeten met een helm op en een zonnebril: 'Sorry voor de zonnebril, maar we worden hier weer door zandstormen geplaagd.'

Dat de journalisten niet vrijuit kunnen werken door het systeem van 'embedded journalism' wuift Koppel weg. Hij zei tegen de Washington Post dat hij heel goed kan functioneren. Hij zal geen informatie uitzenden die het leven van de mensen met wie hij dagelijks optrekt in gevaar brengt. 'Maar als er kwalijke dingen gebeuren, zal ik die melden. Dat snappen de soldaten heel goed, en dat accepteren ze.'

Er klinken ook wel andere geluiden in de Verenigde Staten. Prof. Michael Bush (geen familie) van de Long Island University stelt vast dat veel tv-verslaggevers elke vorm van objectiviteit uit het oog hebben verloren. 'Ze zijn gewoon cheerleaders geworden', aldus deze Bush. En daarmee zijn we bij het beeld van deze tweede oorlogsweek: de oorlogsverslaggeving begint sprekend op sportverslaggeving te lijken. We krijgen interviews te zien met militairen kort voor ze in actie moeten komen. We krijgen reacties van soldaten tijdens de operatie. En als ze van het slagveld komen, horen we wat er door ze heen ging. De oorlog als een langgerekt sportjournaal.

Een ITN-verslaggever kon deze week zelfs filmen in een Britse commandopost waar officieren over stafkaarten stonden gebogen: hij mocht een van de strategen even bij zijn werk storen en interviewen. Het is de moderne sportjournalistiek: alle aspecten van de wedstrijd worden gevolgd, door journalisten die directe persoonlijke contacten met de spelers hebben, en die hun betrokkenheid vaak niet verbergen. Het is niet voor het eerst dat de mores van de sportjournalistiek worden overgenomen door de collega's in andere sectoren.

Bij de Engelsen lijkt het er allemaal nog net iets opener aan toe te gaan dan bij de Amerikanen. Daar zijn de persbriefings misschien iets gelikter vormgegeven (de aankleding van de persruimte van Centcom in Quatar kostte 200 duizend dollar en werd verzorgd door een ontwerper uit Hollywood), maar de journalisten krijgen er minder te horen. Ze gaan liever bij de Engelsen vragen stellen, want dan komen meer interessante details los. 'Thank God for the Brits', mompelen Amerikaanse verslaggevers tegen elkaar.

En de kijker? Bij ons lijkt hij zijn belangstelling al enigszins te verliezen, maar in de betrokken landen blijft hij gebiologeerd de nieuwsuitzendingen volgen. Bij de meeste nieuwskanalen zijn de cijfers drie keer zo hoog als normaal. De kijker rijdt mee in een pantserwagen, rent mee met de infanteristen die verlaten gebouwen moeten veiligstellen en is erbij als parachutisten in het spookachtige groen van de nachtkijker uit een vliegtuig springen. Hij wordt bedolven onder de informatie van het front, en moet zelf, met behulp van de militaire specialisten, proberen zich een totaalbeeld te vormen.

De Amerikaanse columnist Jim Ledbetter omschreef het zo: 'Het is niet voldoende om alleen maar naar deze oorlog te kijken, je moet hem zelf tot een film monteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden