Oordeel Surinaamse rechters is cruciaal

De rechters in het December-moordenproces hebben een zeldzaam zwaarwichtige taak te verrichten: ze moeten de Suri-naamse rechtsstaat redden.

Juist nu de krijgsraad in Suriname op het punt staat de laatste fase van het zogeheten Decembermoordenproces in te gaan, heeft een aantal leden van de Nationale Assemblee (het parlement) een wetsvoorstel ingediend teneinde amnestie te verlenen aan degenen die ervan worden verdacht de decembermoorden te hebben begaan. Aangezien Desi Bouterse hoofdverdachte is, beoogt dat wetsvoorstel zijn amnestie. Het wetsvoorstel houdt een wijziging van de bestaande Amnestiewet 1989 in. Om verschillende redenen is die een juridisch monstrum.


Allereerst heeft de amnestie volgens deze wetgeving tot gevolg dat - zelfs in zaken die reeds ter terechtzitting aanhangig zijn gemaakt - de betrokken rechter verplicht is onmiddellijk de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie uit te spreken. Zonder vaststelling van schuld wordt aldus op voorhand amnestie verleend. De rechter wordt zo compleet buiten spel gezet. In een rechtsstaat is dit onaanvaardbaar. Temeer nu in de Surinaamse grondwet tevens is opgenomen dat 'elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig' verboden is.


Deze Surinaamse amnestiewetgeving en het recente wetsvoorstel zijn ook in strijd met het internationale recht. In kernachtige bewoordingen heeft het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Barrios Altos tegen Peru in 2001 beslist dat alle amnestieregelingen die ertoe strekken de strafrechtelijke verantwoordelijkheid op te heffen van personen die mogelijk ernstige mensenrechtenschendingen hebben begaan, ontoelaatbaar en in strijd met het Inter-Amerikaans mensenrechtenverdrag zijn. Ook het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties oordeelt kort en krachtig: 'Amnesties are generally incompatible with the duty of states to investigate such acts.'


In het voetspoor van deze rechtsontwikkeling overwoog het Chileense Hooggerechtshof in 2004 (Sandoval) dat amnestie inzake gedwongen verdwijningen in strijd is met het Inter-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens. En van hetzelfde laken een pak was de uitspraak van de Argentijnse Hoge Raad in 2005 (Simon, Julio Hector y otros) waarin twee Argentijnse amnestiewetten onverbindend werden verklaard. Op 26 januari 2012 veroordeelde Navi Pillay, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, het nog aanhangige amnestievoorstel voor de afgetreden dictator in Jemen, Ali Abdullah Saleh, als 'volstrekt ontoelaatbaar'.


Tegen deze achtergrond is het duidelijk dat de drie moedige rechters van de Surinaamse krijgsraad hun ambtsgenoten in Argentinië, Chili en de overige internationale instanties moeten volgen. Deze krijgsraadrechters zullen de Surinaamse rechtsstaat, die nu op zo'n indringende en bizarre wijze zo wezenlijk wordt bedreigd, moeten redden. Zij dienen te oordelen dat van een niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie geen sprake kan zijn, aangezien (ook) de Surinaamse Amnestiewet is ingehaald door en in strijd is met het internationale recht.


Het bizarre is dat de Surinaamse grondwet inhoudt dat de president de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert terwijl diezelfde president er een dagtaak aan heeft precies het tegenovergestelde te doen. Zelden heeft een rechter zo'n zwaarwegende taak te verrichten. Maar als rechters zullen zij niet kunnen aanvaarden dat Suriname een bananenrepubliek in plaats van een rechtsstaat is.


GERARD SPONG is advocaat.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden