Oordeel over stoornissen zorgvuldig

Gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum trekken voorzichtige conclusies over een verdachte in het belang van de procesgang. Sluiting is een slecht idee, zeggen Pieter Ronhaar en Jos van Mulbregt....

In het artikel 'Moord vergeten? Vergeet het' (de Volkskrant, 5 februari 2005) komen rechtspsycholoog Merkelbach en zijn Maastrichtse collega Jelicic, twee deskundigen op het gebied van experimentele psychologie, aan het woord over enkele belangwekkende kwesties met betrekking tot de rol van het geheugen in strafzaken en de naar hun oordeel soms wetenschappelijk aanvechtbare redeneringen van rechtbanken bij de bewijsvoering in strafzaken. Zij signaleren daarbij een gebrek aan actuele kennis bij veel gedragsdeskundigen in de rechtszaal ten aanzien van de werking van het menselijk geheugen.

In de slotalinea wordt het Pieter Baan Centrum (PBC), de psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Justitie, er nog even met de haren bij gesleept. Waar zij spreken over het afschaffen van het PBC, lijken Merkelbach en Jelicic zelf in beslag genomen te worden door het onderwerp van hun fascinatie, het zelfdenkende geheugen, dat verzint, verdraait, en suggesties accepteert en dit vervolgens als waarheid ervaart.

Forensisch gedragsdeskundigen geven op verzoek van de rechter voorlichting over de vraag of een verdachte tijdens een mogelijk door hem gepleegd strafbaar feit, leed aan een psychische stoornis en of deze stoornis hierop aantoonbaar van invloed is geweest. Dat is van belang, omdat het juridische uitgangspunt in Nederland is dat iemand verantwoordelijk gesteld kan worden voor zijn daden, tenzij bijvoorbeeld een psychische stoornis zijn vermogen heeft beperkt om adequate keuzen en inschattingen te maken voorafgaand aan een delict.

Bij de diagnostiek zijn gesprekken met de onderzochte en observatie van zijn gedrag binnen de klinische psychiatrie gebruikelijk en essentieel. Merckelbach onderkent dit, maar vindt dat er oog moet zijn 'voor de mogelijkheid dat we voor de gek worden gehouden'. Dit gebeurt dan ook binnen het forensisch onderzoek. De gedragsdeskundigen onderzoeken de verdachte behalve door gesprekken en observatie, ook door bestudering van vele andere relevante informatiebronnen over de verdachte, bijvoorbeeld milieuonderzoek, de eventuele medische, psychiatrische en justitiële voorgeschiedenis en het strafdossier. Verder wordt psychologisch testonderzoek en uitgebreid lichamelijk onderzoek verricht. De combinatie van deze gegevens kan leiden tot het vaststellen van een psychische stoornis. Maar daarmee is nog niets gezegd over de invloed van de stoornis op het delict.

Het retrospectieve karakter van de onderzoeksvraag noopt tot voorzichtigheid: de onderzoeker was immers niet aanwezig bij het delict. Wanneer hij na onderzoek een psychische stoornis bij de verdachte vaststelt, dan hoeft die stoornis niet in dezelfde mate te hebben bestaan ten tijde van het delict. Een depressie kan ontstaan zijn ten gevolge van het delict en een psychose tijdens het delict kan inmiddels verbleekt zijn door het gebruik van medicatie.

Het delict zelf - hoe oninvoelbaar dat eventueel ook is - en de verklaringen hierover van de verdachte kunnen daarom nooit de basis zijn waarop de diagnose wordt gesteld, zoals volgens Merckelbach en Jelicic de gangbare praktijk zou zijn. In geval van tegenstrijdige, onvolledige of niet overtuigende informatie dient de onderzoeker terughoudend te zijn in de conclusie over de stoornis en de doorwerking daarvan in het delict.

Een enkele maal zegt een verdachte dat hij zich helemaal niets meer herinnert van het delict. Vanzelfsprekend wordt dan rekening gehouden met de mogelijkheid van het voorwenden van geheugenverlies vanwege de genoemde proceshouding. Eventueel kunnen daadwerkelijke geheugenstoornissen een rol spelen. Dat wordt dan nader onderzocht.

Geheugenverlies kan ook samenhangen met dissociatie. Een dissociatie is een toestand waarin de normale integratie van denken, voelen, handelen, herinnering of bewustzijn verloren is gegaan. Omstanders zien dan bijvoorbeeld dat de persoon in zichzelf gekeerd raakt en minder goed aanspreekbaar is, diep in gedachten of 'afwezig' lijkt. Een dissociatie kan gezien worden als een beschermingsmechanisme tegen overweldigende emoties en hoeft niet direct samen te hangen met onderliggende pathologie.

Wanneer al aangetoond kan worden dat het geheugenverlies gebaseerd is op dissociatie, dan verklaart dit nog steeds niet waarom iemand steekt, schiet of wurgt. Niet iedereen met een dissociatie pleegt immers delicten. Delictomstandigheden kunnen van invloed zijn geweest, maar ook de persoonlijkheid van de verdachte: impulsiviteit, gebrekkig geweten.

Dit alles vereist nauwgezet en diepgaand onderzoek. Dat wordt gedaan in het Pieter Baan Centrum, met inachtneming van de actuele professionele standaard, op een wijze die geheel past in de 21ste eeuw. Wellicht kan een bezoek aan het Pieter Baan Centrum de kennelijk niet meer zo actuele herinneringen van Merckelbach en Jelicic helpen opfrissen. Ze zijn bij dezen uitgenodigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden