'Oordeel over situatie Iran moet van tafel'

De Nationale Raad van Verzet Iran in Den Haag heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken opgeroepen zijn ambtsbericht over Iran in te trekken....

JEROEN TROMMELEN

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

AMSTERDAM

De oproep is een reactie van de raad op het ambtsbericht van mei vorig jaar. Buitenlandse Zaken concludeerde daarin dat het niet onverantwoord is om afgewezen asielzoekers terug te sturen naar Iran. Organisaties als Amnesty International en VluchtelingenWerk hebben al eerder tegen het ambtsbericht geprotesteerd.

Mede naar aanleiding van kritiek uit de Tweede Kamer werkt het ministerie sindsdien aan een aangepast rapport over de mensenrechtensituatie in het land. De inhoud van dit nieuwe ambtsbericht is nog niet openbaar. Het is wel klaar en wacht slechts op de handtekening van minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken, zo verklaart het ministerie.

Het nieuwe ambsbericht is van groot belang voor de ongeveer tweeduizend Iraniërs die in Nederlandse asielcentra wachten op eventuele uitzetting.

Tot dusverre menen Buitenlandse Zaken en Justitie dat een kritische houding ten opzichte van het regime op zichzelf niet leidt tot problemen. Van moeilijkheden, die teruggekeerde Iraniërs ondervinden, zou niets bekend zijn.

Volgens de verzetsraad en de Iraanse vluchtelingenorganisatie Prime blijkt echter dat over het lot van teruggestuurde Iraniërs in een aantal gevallen niets bekend is. Sommige door Nederland teruggestuurde asielzoekers zijn (tijdelijk) gevangen gezet. Volgens de verzetsraad zijn van negen Iraniërs die in oktober 1994 zijn teruggestuurd, er zeker vijf spoorloos verdwenen. Zij zouden door de veiligheidsdienst zijn opgepakt.

Eén man die vorig jaar augustus werd teruggestuurd, is - zo blijkt uit telefoongesprekken met Nederlandse familieleden - vermoedelijk tijdens zijn detentie mishandeld. Hij is voorwaardelijk vrijgelaten, maar op het huis van zijn vader is beslag gelegd om vluchten te voorkomen, aldus een verklaring van familieleden.

De woordvoerder van Prime maakt melding van zeker twee gedocumenteerde gevallen van Iraniërs die, kort nadat ze uit Nederland waren weggestuurd, gedetineerd werden door de Iraanse autoriteiten. Een van hen kwam vrij na het betalen van een hoge geldsom, maar is sindsdien voor zijn familie onvindbaar.

Volgens de verzetsraad wijst niets erop dat Buitenlandse Zaken 'bereid is met het nieuwe rapport zijn oude ambtsbericht aan te passen of te corrigeren'. De raad vindt dit 'een bron van enorme bezorgdheid'. In de woensdag gepubliceerde reactie worden vrijwel alle, mederendeels gematigd posititieve conclusies van het ministerie over Iran bestreden.

De raad baseert zich grotendeels op recente nota's van Amnesty International en van VN-mensenrechtenrapporteur Maurice Copithorne. Volgens diens laatste rapport uit oktober 1996 is de mensenrechtensituatie in Iran het afgelopen jaar flink verslechterd. Het aantal executies, onder andere op politieke gronden, nam toe van vijftig in 1995 tot 110 vorig jaar.

In zeker één geval werd de doodstraf voltrokken nadat betrokkene ervan was beschuldigd contacten te hebben gehad met een andere VN-rapporteur, Galindo Pohl. Copithorne werd afgelopen december de toegang tot Iran geweigerd toen de VN-commissie haar gegevens wilde actualiseren en de 'dialoog' met het Iraanse regime wilde hervatten.

Amnesty International veroordeelde afgelopen januari de executies en toonde zich bezorgd over de 'unfaire' rechtsgang in Iran. In het ambtsbericht van negen maanden geleden stelt Buitenlandse Zaken nog dat de mensenrechtensituatie in Iran is verbeterd sinds de beginjaren van de islamitische revolutie. De ontwikkeling van de rechtsstaat noemde het ministerie 'positief'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden