Column

Oordeel niet zo snel over kinderen

Zeg niet dat niemand heeft gewaarschuwd. De beschamende conclusie die de Onderwijsinspectie trekt in haar jaarverslag is niet verrassend.

'Ons onderwijs is een voorspelbare reproductiemachine.' Beeld anp

De kloof tussen kinderen van hoogopgeleide en die van laagopgeleide ouders groeit; bij gelijke intelligentie krijgen die van hoogopgeleiden gemiddeld een 'hoger' schooladvies. Vaak een té hoog advies: bij kinderen van hoogopgeleide ouders is sprake van 'overadvisering'; hun kinderen komen als zij een gemiddelde intelligentie (vmbo-t) hebben toch vaak (38,8 procent) op het vwo terecht. Bij kinderen van laagopgeleide ouders is juist sprake van 'onderadvisering'. Rik Kuiper vat de oorzaken uitstekend samen: drammerige ouders, subjectieve leerkrachten, vroege selectie, weinig mogelijkheden tot 'stapelen' en het afrekenen van scholen op rendement. Het is een vertrouwd rijtje.

'Onacceptabel!' roept voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad. 'Zorgelijk' sippen minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker. Dat gejammer hoeven we niet serieus te nemen. De groeiende ongelijkheid is gewoon een gevolg van overheidsbeleid.

Ons onderwijs is een voorspelbare reproductiemachine, en wil dat kennelijk zijn. Ouders klonen zichzelf in hun kinderen: wie zelf heeft gestudeerd heeft grote kans dat zijn kinderen ook op de universiteit belanden. We hebben geen standenmaatschappij meer, maar de kaarten zijn toch geschud. Voor een land dat een meritocratie wil zijn - niet je afkomst maar je kwaliteiten bepalen waar je terechtkomt - is dit een groot falen.

Decennialang wijzen onderzoekers op deze ongelijkheid en de mechanismes daarachter. Al in de jaren negentig toonde Paul Jungbluth aan dat verwachtingen steevast worden bevestigd. Hoge verwachtingen van een kind leiden tot hoge uitkomsten, en andersom. Leerkrachten hebben vaak onbewust lage verwachtingen van kinderen uit kansarme milieus en geven met de liefste bedoelingen een laag advies: dan hoeft het kind niet 'op zijn teentjes' te lopen.

'Een kind dat van zijn ouder moet scoren is geen blij kind', zegt basisschooldirecteur Renald Gunsch. Dat is waar. Maar een kind dat wordt onderschat is een nóg ongelukkiger kind. Je kunt ouders niet kwalijk nemen, zoals minister Jet Bussemaker vorig jaar wél deed, zo hoog mogelijk te willen reiken en daarvoor veel overhebben: muziekles, sportclubs, de beste scholen, bijles. Ze kiezen liefst voor een categoriaal vwo of havo, waar hun kind niet kan 'afglijden'. Heel begrijpelijk. Je hebt pech als je niet zulke ouders hebt. Het onderwijs zou die begrijpelijke neiging moeten corrigeren, door overheidsbeleid. Maar ons onderwijs is de hoogopgeleide, veeleisende consument ter wille.

De onlangs overleden onderwijssocioloog Jaap Dronkers wees onvermoeibaar op ongelijkheid in kansen, op cruciale verschillen in 'cultureel kapitaal'. Hij bewees dat vroege selectie - de valbijl waaraan wij onze 12-jarigen onderwerpen - kansen verkleint. Dat de heersende modes in het onderwijs, eerst het competentieleren en vervolgens de 21ste-eeuwse vaardigheden, in het nadeel zijn van kinderen uit lagere milieus. Bij rekenen is iedereen gelijk, maar dat geldt niet voor vaardigheden als zelfstandig werken, jezelf presenteren, werkstukjes maken en samenwerken. Ook voor de citotoets is iedereen gelijk. Een toets heeft geen vooroordelen of verwachtingen. De Citotoets kon voor onderschatte kinderen hun redding betekenen.

Maar naar Dronkers, nog een graag geziene gast bij onderwijsminister Plasterk, werd niet langer geluisterd. Zó passé, dat gezeur over gelijke kansen. Excellentie, daarover ging het, en over persoonlijke ontplooiing. De 21ste-eeuwse vaardigheden en de individuele leerroutes werden gretig door het Platform #2032 omarmd, toegejuicht door het ministerie en de VO-raad.

Dit kabinet nam welbewust maatregelen die de ongelijkheid vergrootten: het schafte de basisbeurs af en de bijdrage in de studiekosten. Het oordeel van de leerkracht in groep 8 ging zwaarder tellen dan de Cito-score. Die maatregel had meteen gevolgen: kinderen van hoogopgeleide ouders die hetzelfde scoren als die van lager opgeleiden, bleken 3,5 keer zo vaak een hoger advies krijgen. Vreselijk, jammerde Bussemaker afgelopen herfst. Maar ze herriep de maatregel niet. Hopelijk gebeurt dat nu.

Er moet meer gebeuren. Scholen hebben er geen zin in, want je trekt er geen klantjes mee, maar latere selectie moet mogelijk worden. Oordeel niet zo snel over kinderen. Hun niveau is niet in lood geklonken. Pin ze op hun 12de niet vast, geef ze de kans om te ontdekken wat ze kunnen. Langere brugklasperiodes, brede scholen met mogelijkheden om te switchen of te stapelen, maken al veel verschil. Het onderwijs van de 21ste eeuw zou anders wel eens heel wreed kunnen uitpakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.