Ook zware beroepen moeten langer doorwerken, maar wat als ze dat niet halen?

Een ding is zeker, het zal de belastingbetaler geld kosten

Ook personen met een zwaar beroep moeten langer doorwerken tot hun pensioen. Maar fysiek zullen zij een pensioenleeftijd van 71,5 jaar veelal niet halen. Dat heeft gevolgen voor iedereen.

Mustafa Ozdemir, 21, stukadoor. Foto Najib Nafid

Hans is een zwembadmonteur van 55 jaar, die een maand geleden volledig werd afgekeurd vanwege zijn versleten rug. Hans heeft zijn rug verknald door 'over de hele wereld te vaak met te zware materialen' te sjouwen. 'Tachtig, negentig kilo tillen: het mag niet van de wet, maar als je bang bent je baan kwijt te raken doe je je mond niet op. Ik heb daar zwaar voor moeten betalen.'

Wie zwaar werkt doet, is eerder versleten, zegt hij. 'Als je op je 15de begint met werken, ben je op een gegeven moment op. Dan helpen pijnstillers niet meer. Ik lever als arbeidsongeschikte een kwart van m'n salaris in, en ondertussen schuift de pensioenleeftijd steeds verder voor me uit.'

De gemiddelde leeftijd waarop Nederlanders stoppen met werken gaat sinds de eeuwwisseling snel omhoog en zal nog veel verder stijgen: van 61 jaar in 2000 naar - volgens de prognose - 71,5 jaar in 2059. Maar de gezondheid laat dat lange doorwerken niet altijd toe. Vooral werknemers met een fysiek zwaar beroep houden het niet zolang vol.

De oplossing voor de 'zware beroepen' leek zich in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen aan te dienen. Na jarenlang gesteggel bleek er ineens een Kamermeerderheid voorstander van een flexibele AOW waarbij de hoogte afhankelijk wordt van de ingangsdatum: hoe eerder met pensioen, hoe lager de AOW.

Aanvullend pensioen 

Bij veel pensioenfondsen is het al langer mogelijk om eerder te stoppen met werken. Een willekeurige steekproef bij een paar grote pensioenfondsen laat zien dat de belangstelling voor het vroegpensioen zeer uiteenloopt. Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), met veel deeltijdwerkers, noemt de animo met 3.500 vroeggepensioneerden 'beperkt'. Datzelfde geldt voor metaalpensioenfonds PMT, waar jaarlijks slechts tweeduizend oudere werknemers eerder stoppen met werken. Maar bij het grootste pensioenfonds, ambtenarenfonds ABP, nam vorig jaar 45 procent zijn pensioen eerder op dan de officiële pensioendatum. Dat heeft vermoedelijk veel te maken met de gemiddeld hogere inkomens van ambtenaren in vergelijking met die van medewerkers in de gezondheidszorg. Dankzij de gemiddeld hogere salarissen van ambtenaren en leerkrachten liggen de pensioenen bij het ABP - gemiddeld 14 duizend euro bruto per jaar -beduidend hoger dan die bij PMT (gemiddeld pensioen 6.000 euro per jaar) en PFZW (gemiddeld 8.400 euro per jaar).

De statistieken geven aan dat laagopgeleiden korter leven dan hoogopgeleiden. Bovendien beginnen laaggeschoolden eerder met werken en is dat werk vaker lichamelijk zwaar. Zij hebben doorgaans lagere inkomens, dus lagere pensioenen.

Hoe de flexibele AOW er precies uit gaat zien, is nog lang niet duidelijk. De vraag is vooral - ook in Den Haag - wie uiteindelijk de rekening moet betalen. Ervan uitgaande dat personen met een zwaar beroep dat zelf niet kunnen omdat hun inkomen daarvoor meestal te laag is, moet iemand anders dat doen. Mensen die al AOW ontvangen, betalen geen AOW-premie meer.

Als dat zo blijft, moeten de werkenden dus meer premie en/of inkomstenbelasting betalen om een vroegpensioen voor zware beroepen mogelijk te maken.


Vijf oplossingen, maar allemaal zullen ze de belastingbetaler geld kosten

1. AOW-leeftijd terug naar 65 jaar
Een idee dat in de discussie rond de zware beroepen en de pensioenleeftijd altijd opduikt, is om de hoogte van de AOW-uitkering gelijk te laten en de verhoging van de AOW-leeftijd terug te draaien tot 65 jaar. Dat zou 12 miljard euro per jaar kosten. Dit voorstel krijgt weinig handen op elkaar in Den Haag. Alleen 50Plus, PVV, SP en de Partij voor de Dieren willen terug naar wat het was.

2. Flexibele AOW zonder inkomenscompensatie

Een andere denkrichting is om het mogelijk te maken de AOW eerder te laten ingaan, maar dan wel levenslang een lager staatspensioen. Dat zou neerkomen op ongeveer 50 euro per maand minder voor elk jaar dat de gepensioneerde eerder stopt. Politiek Den Haag ziel veel in deze - voor de staatskas kostenloze - oplossing. Hoewel er geen wetsvoorstel ligt, is er een Kamermeerderheid voor het loslaten van de vaste AOW-leeftijd. Wel binnen grenzen: de ideeën variëren van 1 tot maximaal 5 jaar eerder stoppen met werken, tot maximaal 5 jaar langer doorwerken. Wie langer doorwerkt, krijgt dan de rest van zijn leven meer AOW, ongeveer 50 euro per maand extra voor elk jaar dat de pensionado doorwerkt.

Maar is de flexibele AOW een oplossing voor zware, en doorgaans minder goed betaalde beroepen? Wie een jaar voor de officiële AOW-leeftijd stopt met werken, krijgt volgens deze oplossing de rest van zijn leven een AOW-uitkering die ongeveer 7 procent lager is dan die voor mensen die niet eerder stoppen. Wie vijf jaar eerder stopt, krijgt de rest van zijn leven dan bijna eenderde minder aan AOW. Op deze manier is eerder stoppen met werken voor zware beroepen financieel onhaalbaar, zegt Jan Berghuis van metaalpensioenfonds PMT.

Voor de schatkist is deze oplossing aantrekkelijk. Het zou de staatskas zelfs geld kunnen opleveren.

3. Flexibele AOW met inkomenscompensatie

Vakbond FNV heeft een - nog niet kant en klaar - plan gelanceerd dat zware beroepen wel in staat stelt eerder te stoppen met werken, maar dat vraagt een 'grondige herziening van de AOW'. De vakbond wil ten eerste de AOW-uitkering verhogen. Wie tot modaal verdient (33 duizend euro per jaar bruto) en eerder stopt met werken zou minder op de uitkering gekort moeten worden. Verder wil de FNV in cao's afspreken dat lagere inkomens - vrijwillig - kunnen sparen voor een vroegpensioen.

Ook vakbond CNV en GroenLinks en de PvdA willen dat zware beroepen - lees lagere inkomens - niet te veel hoeven in te leveren. Maar deze oplossing kost veel belastinggeld. Als mensen met een laag inkomen en een zwaar beroep eerder stoppen met werken en dus worden gekort op hun AOW, zakken ze veelal onder het bestaansminimum. Ze zullen dan ook een groter beroep doen op de bijstand en allerlei toeslagen.

4. koppel pensioenleeftijd aan aantal arbeidsjaren

Jan Berghuis van pensioenfonds PMT ziet nog een andere oplossing. 'In Duitsland heb je na 45 jaar werken recht op pensioen. Wie heeft gestudeerd werkt dus langer door, wie vroeg begint met werken kan ook eerder stoppen. Dat is eerlijk.'

De Tweede Kamer voorziet vooral veel administratieve problemen die niet één-twee-drie zijn op te lossen. 'Wat doe je met iemand die ook parttime of als zzp'er heeft gewerkt? Of een paar jaar werkloos is geweest? Of een ouder die een aantal jaar stopt met werken om voor de kinderen te zorgen?', zegt Theo Nijman van pensioendenktank Netspar

De AOW-leeftijd koppelen aan het aantal gewerkte jaren is geen oplossing, zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. 'De AOW is een volksverzekering, gebaseerd op het aantal jaren dat iemand in Nederland heeft gewoond. Ook wie helemaal niet heeft gewerkt, krijgt AOW. Het lijkt me principieel onjuist om in zo'n systeem rekening te houden met het aantal gewerkte jaren.'

5. zorg ervoor dat werknemers het volhouden

De werkgevers zijn niet tegen een flexibele AOW, maar VNO-NCW en MKB-Nederland vinden een algemene regeling voor zware beroepen te duur. In veel cao's worden al afspraken gemaakt over de duurzame inzetbaarheid van werknemers, zeggen de werkgevers. Daar wordt soms ook geld voor uitgetrokken.

Zonder nog een bouwsteiger te beklimmen kunnen ouderen hun jonge collega's begeleiden; voor wie met een computer uit de voeten kan, is er soms een kantoorbaan. Daarnaast wijzen de werkgevers erop dat het bij veel pensioenfondsen mogelijk is met deeltijdpensioen te gaan. Door een of twee dagen minder te werken kunnen mensen met een zwaar beroep zo de AOW-leeftijd halen, aldus de werkgevers. Maar daarmee wordt eraan voorbijgegaan dat dit voor mensen met een laag inkomen financieel moeilijk haalbaar is.

Theo Nijman van pensioendenktank Netspar denkt ook dat voorkomen beter is dan genezen. 'De echte oplossing ligt toch in het op tijd beginnen met bijscholing, zodat ouderen flexibel blijven en tijdig kunnen overstappen naar banen die lichamelijk minder zwaar zijn.'

Niet de overheid maar de sectoren met veel zware beroepen moeten met oplossingen komen, zegt ook hoogleraar De Beer. Een sector met veel zware beroepen kan in de cao afspraken maken over vroegpensioen. Daarvoor kunnen ze zelf geld reserveren. 'Ja, dat maakt dan de bouw als bedrijfstak duurder. Maar waarom zou iemand uit de detailhandel moeten meebetalen aan het vroegpensioen van een bouwvakker? Het is voor een duurdere sector meteen een prikkel iets aan de arbeidsomstandigheden te doen zodat iedereen de pensioenleeftijd haalt.'


Cees de Boer, 21 jaar, visser: 'één uur werk, één uur slaap'

Wat maakt uw beroep zwaar?
'Het werk gaat continu door. Je bent op zee en dan werk je een uur en slaap je een uur, en dat de hele week lang. We gooien de netten overboord en dan vissen we twee uur. Vervolgens halen we de netten naar boven, verwerken we de vis en dan gaan de netten weer uit. Met heftige weersomstandigheden gaat het werk ook gewoon door, tenzij het echt te woest is. Vrijdag komen we 's middags weer aan wal en zondag 's nachts om 24 uur varen we weer weg. Maar de vrijheid op zee en de gezelligheid aan boord verlichten het werk weer. We hebben geen geheimen voor elkaar.'

Denkt u dat u dit volhoudt tot uw pensioen?
'Dat hebben er meer gedaan dus dat moet lukken. Er zijn wel vissers die vroeger met pensioen gaan of ander werk gaan doen als ze ouder worden omdat het te zwaar wordt.'

Foto Najib Nafid

Esther Oosterbaan, 41, verpleegkundige: 'ik heb nu al rugproblemen'

Wat maakt uw beroep zwaar?
'De mensen die nu in het verpleeghuis komen worden steeds zwaarder. Ik ben 1,54 meter en sommige mannen hier wegen meer dan 100 kilo. Door personeelstekort moet ik hen vaak alleen verzorgen. We hebben er ook allemaal administratieve taken bijgekregen, door kabinetsbeleid. Als we het allemaal volgens het boekje zouden doen, zijn we daar meer dan de helft van de tijd mee bezig. Maar dat kan niet, want goede zorg heeft prioriteit.'

Denkt u dat u dit volhoudt tot uw pensioen?
'Nee, ik ben bang van niet. Ik heb nu al met rugproblemen. Ik loop bij de fysio. En ik sport als mijn uitlaatklep voor stress. Je vraagt je elke dag af of er wel genoeg personeel is en of je het wel allemaal kunt bolwerken. Gelukkig ben ik verpleegkundige dus ik kan best wel wat kanten op.'

Foto Najib Nafid

Mustafa Ozdemir, 21, stukadoor: 'ik ga dit niet tot mijn pensioen doen'

Wat maakt uw beroep zwaar?
'Ik moet elke dag rond 5 uur 's ochtends op om om 7 uur op locatie te zijn. Ik werk niet alleen in Amsterdam maar ook in andere steden. Ik werk doordeweeks van 7.00 tot 16.00 uur en ook in het weekend als dat nodig is. Fysiek is het werk zwaar. Soms zijn er in flats geen liften en dan moet je 30 à 40 gipszakken van 25 kilo vier verdiepingen omhoog tillen. Daarnaast droogt gips snel uit, dus als je begint moet het werk binnen 3 à 4 uur af. Je kunt niet even rustig gaan koffiedrinken. Extra zwaar is het als je het plafond moet doen: je nek, je schouders.'

Denkt u dat u dit volhoudt tot uw pensioen?
'Dat wil ik niet. Het is echt een moeilijk vak om mee door te gaan tot aan je pensioen. Ik wil uiteindelijk werkgever worden. Mijn vader doet het wel al 40 jaar en heeft nu erg last van zijn knieën.'

Mustafa Ozdemir. Foto Najib Nafid

Jan Tielenburg, 53, docent economie op het VMBO: 'ik word ouder, de leerling blijft jong'

Wat maakt uw beroep zwaar?
'Door de wet passend onderwijs zijn er veel leerlingen vanuit het speciaal onderwijs naar onze school gekomen. Het is in een klas van 28 studenten lastig om iedereen individuele aandacht te geven. Vooral met kinderen met een lichte vorm van autisme is dat moeilijk. Daarnaast kunnen de meeste vmbo-leerlingen geen 50 minuten hun aandacht erbij houden en dan moet je als docent op je strepen staan. Dat komt de sfeer niet ten goede en kost veel energie. We grappen in de kantine altijd dat we rollators moeten gaan bestellen als we 67 zijn. Wij worden ouder maar de leerlingen blijven tussen 12 en 16 jaar.'

Denkt u dat u dit volhoudt tot uw pensioen?
'Ik wel. Per persoon verschilt dat, de een kan heel goed met leerlingen overweg, de ander minder. Je moet bij vmbo-leerlingen echt een goede band opbouwen.'

Foto Najib Nafid
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.