'Ook zonder Chinese miljarden is Afrika niet te stuiten'

De groei in Afrika is niet te stuiten. Tobberige verhalen over het 'verloren continent' of afhankelijkheid van China zijn misplaatst, vindt Ton Dietz. 'Zelfs in afgelegen gebieden in Noord-Ghana barst het van de energie en initiatieven.'

Toegegeven, zijn tomeloze optimisme over Afrika's mogelijkheden is deels strategisch, zegt Ton Dietz (60), directeur van het Afrika-Studiecentrum (ASC) in Leiden. Hij kan ook best allerlei nuanceringen aanbrengen, relativeringen bedenken, schaduwzijden van de wonderbaarlijke economische groei benoemen, maar dat doet iedereen al. En het zou afbreuk doen aan de boodschap: het gaat goed met Afrika en het zal nog beter gaan.


Dietz: 'Overal zie ik heel veel jeugdige energie, elan, zelfbewustzijn. Onder jonge Afrikanen met wie wij te maken hebben, merk ik zelfs meewarigheid over Europa. De aandacht van de intellectuele elite verschuift naar Azië en Latijns-Amerika. Het is de vraag of het Westen over tien jaar nog wel relevant is voor Afrika. Het is zaak te zorgen dat we de boot niet missen.'


Dat is niet het beeld dat je krijgt als je naar de televisie kijkt, naar de radio luistert of een krant opslaat, meent Dietz. De hoogleraar sociale geografie werd in 2010 directeur van het ASC zette de toon met zijn inaugurele rede Silverlining Africa, die hij begin 2011 uitsprak; je kunt je blijven blindstaren op de donkere wolken boven Afrika, maar je kunt ook de zon erachter vandaan zien piepen.


Het was een klaroenstoot gericht aan de Afrikanisten: tobberige verhalen hebben we nu genoeg gehad; zo ziet niemand dat er eindelijk een doorbraak is in Afrika, de cyclus van armoede en meer armoede wordt na een halve eeuw onafhankelijkheid dan toch doorbroken, door Afrikanen zelf, van binnenuit.


Er zijn wel Nederlandse ondernemers die de nieuwe trend zien, de winstmogelijkheden in groeicontinent Afrika. Die zijn chagrijnig. Dietz: 'In kringen van Nederlandse bedrijven hoor ik verbijstering als ze weer een tender hebben verloren van een bedrijf uit China of Brazilië. Er is irritatie over de Nederlandse politiek, het gebrek aan 'economische diplomatie'. Terwijl de Chinese staat investeringen in Afrika volop met subsidies stimuleert, is de Nederlandse overheid daar volgens hen veel te terughoudend in.


Het is de 'vermaledijde arrogantie' die Europa parten speelt, denkt Dietz. De Chinezen of Brazilianen hebben dat niet, tot grote opluchting van de Afrikanen, merkt hij. Die herkennen zich meer in het gemengde systeem van het Aziatische staatskapitalisme van China tot Singapore: de verwevenheid van overheid en bedrijfsleven, een leger dat in zaken gaat, verschijnselen die het Westen al snel naar corruptie vindt rieken.


Dietz: 'In Afrika komen allerlei vormen van ondernemerschap op. Vaak hebben nieuwe ondernemers al een functie bij de overheid of in de wetenschap of bij westerse hulporganisaties. Ik zie het aan onze collega's in Afrika: de een na de ander begint een particulier consultancybureau of onderzoeksinstituut. Er is een wildgroei aan privé-universiteiten, in Congo alleen al duizend. Daar zit veel rotzooi tussen, maar er zijn ook privé-universiteiten die veel beter zijn dan de bestaande.'


'De religieuze entrepreneurs zijn ook economisch belangrijk, broederschappen die in zaken gaan. Voor mij is dat een bizarre wereld, maar tijdens veldonderzoek in Afrika merkte ik hoe belangrijk het is voor de Afrikaanse collega's, die zijn heel missionair, proberen je steeds te bekeren.' Even gedreven zijn ze in zaken.


De Chinezen kennen veel minder scrupules en investeren enorme bedragen in de infrastructuur van een olieland als Angola, in ruil voor een lucratieve olieconcessie.


Doen democratie, goed bestuur, mensenrechten en de rechtsstaat - de westerse stokpaardjes - er dan niet meer zo toe in deze tijd van tamelijk autoritaire 'groeiregimes'? Dietz behoort niet tot de 'extremistische' stroming onder internationale bedrijven die dat vindt. Een bewind met een 'groeicoalitie' van staat en ondernemers heeft alleen kans op succes als de groeiende middenklasse én de jongeren zich erin vertegenwoordigd voelen, zegt hij.


'De groei is snel en opzienbarend, maar ook buitengewoon riskant. Grote delen van de bevolking staan buitenspel, in veel landen bestaat ook een extreme jeugdwerkloosheid. Zuid-Afrika kent de grootste inkomensverschillen ter wereld en is Brazilië daarin voorbijgegaan.'


Dat kan leiden tot chaos, ook in democratieën. Dietz wijst op het geweld bij de mijnwerkersstaking in Zuid-Afrika, bij de vorige verkiezingen in Kenia en in Nigeria. Het kan anders, al is er maar één land dat daarvan het bewijs levert: Ghana (met een groeipiek in 2011 van 13,7 procent). 'De twee partijen daar hebben beide het streven om te groeien omarmd en hebben afgesproken dat project niet te verzieken.' Daarom kunnen ze elkaar afwisselen in de regering zonder dat het beleid wijzigt.


Hoe bestendig is het economische wonder in het voormalige 'verloren' continent? Een belangrijk deel van de opzienbarende groei in Afrika wordt toegeschreven aan de Chinese miljarden. Nu stagneert de groei in China zelf; zal China Afrika meezuigen de recessie in?


Dietz denkt van niet. 'Daarvoor is er al te veel op gang gekomen in Afrika. In Nigeria bijvoorbeeld zijn de steden enorm gegroeid en daarmee de interne markt, die de landbouw een impuls geeft en ook de verwerkende industrie. In een flink aantal deelstaten zijn succesvolle coalities van bedrijfsleven en overheid aan de macht. Je ziet er blanke Zimbabwaanse boeren, die uit hun eigen land zijn verjaagd. Met hun grootschalige bedrijven geven ze nu een impuls aan de economische groei in Nigeria.'


De tijd van ontwikkelingshulp lijkt op deze manier wel voorbij. Dietz: 'De ouderwetse bilaterale hulp wordt inderdaad steeds irrelevanter en zal over tien, vijftien jaar wel zijn verdwenen. Maar op plaatselijk niveau zijn het vaak de kleine projecten die aan de basis staan van de economische activiteit en groei.'


Dietz vertelt over het afgelegen noorden van Ghana, waar hij veldwerk doet en deelneemt aan de evaluatie van ontwikkelingsprojecten op basis van de meningen en inzichten van de ontvangers zelf. Hij ziet grote veranderingen. 'Al die moeizame investeringen in het onderwijs, de gezondheidszorg gedurende vele jaren vertalen zich de laatste tijd in een grote ondernemingszin, vooral bij vrouwen. Ze beginnen met irrigatieprojecten, ze laten vrachtwagens rijden om uien op te halen. Veel van die initiatieven zijn voortgekomen uit projecten van particuliere hulporganisaties, ngo's. Er zijn in die streek een paar honderd ontwikkelingsinitiatieven. Die beklijven op de een of andere manier, al is het vaak niet zoals die organisaties het hadden bedoeld. Maar de bewoners zijn er helemaal niet mee bezig of zo'n project is gelukt of mislukt, ze hebben er waardering voor dat er iets in gang is gezet.


Een voorbeeld: 'Er is tien jaar lang geprobeerd een tomatenproject van de grond te krijgen: het telen van tomaten en dan de puree in blikjes stoppen. Dat is niet gelukt. De mensen zeggen: Ach, we wisten van het begin af aan dat het met tomaten niets zou worden, maar wat geeft het, het project heeft ons bij elkaar gebracht en nu produceren we met succes paprika's.'


Dietz haalt zijn ongeremde optimisme uit wat hij ziet gebeuren in Noord-Ghana. 'Dat het zelfs in zo'n achterafgebied barst van de energie en initiatieven, heeft me ervan overtuigd dat de groei niet meer te stoppen is.'


Het nieuwe Afrika


Voor het Nederlandse bedrijfsleven is er veel meer te halen in groeimarkt Afrika, het continent waar zes landen behoren tot de tien snelst groeiende economieën. Daarom organiseren het Afrika-Studiecentrum en het bedrijvennetwerk Netherlands-African Business Council (NABC) op 29 en 30 oktober de conferentie 'Africa Works! 21st Century Trends'. Afrika-kenners geven lezingen; medewerkers van Nederlandse ambassades in Afrika geven tips. Hoofdspreker is maandagochtend de oud-president van Nigeria Olusegun Obasanjo. Voor de conferentie, de 65ste verjaardag van beide instellingen, is een eenmalig tijdschrift uitgebracht: Het nieuwe Afrika. Dat het studiecentrum zijn 65ste verjaardag viert met bedrijvenclub NABC mag opmerkelijk worden genoemd. De twee begonnen in 1947 als één instituut maar gingen weldra uit elkaar omdat de wetenschap en het commercieel belang elkaar slecht verdroegen. Nu haalt Dietz de banden weer aan omdat zijn academische optimisme wordt ingegeven door het overal ontluikende en snel groeiende bedrijfsleven in Afrika, wat te danken is aan de nieuwe ondernemers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden