Ook waar niemand komt, is plastic

Dat plastic in de wereldzeeën geen zegen is, is alom bekend. Maar pas nu begint mede dankzij Nederlands onderzoek duidelijk te worden hoe krachtig de plasticsoep is. Waar je ook bent, er is plastic. En het zijn vooral de kleinste organismen die het merken.

Het lichaam van een albatros is bijna helemaal weggerot, maar de plastic flesdopjes die in de maag van de vogel zaten, blijven samen met de resterende botten en veren op de grond liggen. 'Ik weet dat het trieste foto's zijn, maar ze laten niet het gehele probleem zien', zegt Corina Brussaard, biologisch oceanograaf aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Plastic komt in de wereldzeeën namelijk ook als minuscule deeltjes voor, vertelt ze, en de invloed daarvan reikt misschien wel verder dan het uitsterven van een mooie vogelsoort.


'Ik zeg het zó vaak dat ik op een dominee begin te lijken', grapt ze, bellend vanaf het expeditieschip dat zich ergens op de Noord-Atlantische Oceaan bevindt. 'Maar je moet je realiseren: meer dan 95 procent van de biomassa in zee bestaat uit microben. Dat plankton ligt aan de basis van de voedselketen. We hebben nog nauwelijks een idee over hoe en waar microplastics zich ophopen in zee en wat het met de mariene ecologie doet.'


Microplastics staan dan ook wereldwijd hoog op de onderzoeksagenda. Nederland vormt daarop geen uitzondering, zegt Brussaard. Onder de noemer Ketenakkoord Kunststofkringloop heeft de overheid samen met kennisinstituten en bedrijven een akkoord gesloten om een rem te zetten op de aanhoudende stroom aan plastics die in de natuur terechtkomt.


Microplastics - kunstofdeeltjes van één millimeter en kleiner - ontstaan grotendeels wanneer grotere plastics door slijtage in kleinere stukjes uiteenvallen. 'Golfslag, wind, zonlicht, zand, alles draagt eraan bij', licht de biologe toe. Omdat microplastics zo klein zijn, kunnen zelfs de kleinere planktondiertjes ze per ongeluk eten. Dat is geen ongegronde angst, ontdekten wetenschappers van de universiteit van Exeter. Zij lieten larven van schelpdieren, zeesterren en wormen en ander klein grut rondzwemmen in een aquarium met lichtgevend microplastic en zagen onder de microscoop dat de kunstofdeeltjes in de maagjes van het plankton achterblijven.


Om vast te stellen hoe vaak dat in het wild gebeurt, moet eerst duidelijk zijn hoeveel microplastic er überhaupt in de oceaan drijft. 'Daarnaar zijn maar een paar degelijke studies gedaan', vertelt Brussaard. 'De beperking is dat de meeste alleen relatief grotere microplastics hebben onderzocht. Je mist dan wat er gebeurt op het planktonniveau.' Brussaard probeert samen met medeonderzoeker Kristina Mojica, ook werkzaam bij het NIOZ, dat gemis recht te zetten door juist op kleinere microplastics te vissen.


Diep

Inmiddels heeft de biologe al wat eerste resultaten binnen. Overal waar het onderzoeksschip heeft gevaren, is ze microplastics tegengekomen. De heersende opvatting is dat plastic zich in een soep verzamelt op plekken waar oceaanstromen het afval naar zich toe trekken. 'Maar we zien het ook buiten de Noord-Atlantische zeestroom', zegt Brussaard.


Zelfs op 100 meter diepte kwamen de biologen microplastics tegen. Hoe het daar komt, weet Brussaard nog niet zeker: 'Sommige plasticsoorten drijven niet, en aangroei van bijvoorbeeld zeepokkenlarven maakt de deeltjes mogelijk ook zwaarder.' Vrijwel al het microplasticonderzoek tot nu toe is gedaan in ondiep oceaanwater, dus dit is voor de marien bioloog een spannende vondst.


'Aan de ene kant ben je blij als je onderzoek interessante resultaten oplevert, maar eigenlijk is dit natuurlijk behoorlijk vervelend', zegt Brussaard. 'Afgaande op ons onderzoek is er geen plek in zee zonder vervuiling: op ruim vijfduizend kilometer van het vasteland vonden we nog steeds stukjes plastic in het water.'


Om hoeveel plastic het gaat, kan de onderzoekster nog niet precies zeggen. 'Een heel erg conservatieve schatting, als je puur kijkt naar alleen de grotere stukjes die we in het wateroppervlak vonden en met het blote oog duidelijk konden zien, is dat je per vierkante kilometer zo'n 5 tot 20 duizend stukjes tegenkomt. Na verdere analyse met de microscoop zal dat zeker veel meer zijn. Soms dus relatief weinig, maar vaak ook ongelofelijk veel.'


Hoe dat allemaal het plankton beïnvloedt, blijft vooralsnog een open vraag. Het onderzoeksteam heeft in elk geval zoveel mogelijk microben en diertjes uit de fijnmazige netten ingevroren om deze later op plastic na te speuren.


Als uit verder onderzoek naar voren komt dat het microplastic inderdaad het plankton in zee nekt, dan is de volgende vraag: hoe krijg je die rommel weer uit zee? Daarvoor is een kunstgreep van jewelste nodig, denkt Brussaard. Een voorbeeld is het project The Ocean Cleanup uit Delft, dat wordt aangevoerd door de 19-jarige luchtvaarttechnicus Boyan Slat. Hij heeft het idee om met een gigantisch vangapparaat de zeeën schoon te maken. Op dit ogenblik onderzoekt Slat of zijn idee haalbaar is.


KLEIN, KLEINER, KLEINST

De kunst bij het vissen naar microplastic is het juiste net. In het verleden waren onderzoekers tevreden met een maaswijdte van grofweg een millimeter. Maar een studie van de Zweedse milieuorganisatie KIMO uit 2007 liet zien dat veel kleinere maaswijdtes belangrijk zijn. Er werd een net uitgegooid met een maaswijdte van 80 micrometer - iets kleiner dan eentiende millimeter - en het bleek dat de allerkleinste microplastics tot wel 100 duizend keer zo vaak voorkomen als grotere stukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.