reportage Chili

Ook voor de elite van Chili ligt de oplossing op straat

Op het terras van de Polo Club San Cristobal in een buitenwijk van hoofdstad Santiago. Beeld Getty

Chili is ontploft. Het land staat op scherp sinds de massale betogingen tegen de regering. De kwetsbaren (‘vulnerables’) eisen een revolutie: meer steun van de staat. Maar de elite weet zeker dat het land aan ‘zulk socialisme’ ten onder gaat.

We beginnen in het midden. De Plaza Italia, sinds een week of twee een verzamelplaats voor demonstranten, markeert voor veel Chilenen ook een scheiding. Hiervandaan, zo zeggen ze, kun je twee kanten op. ‘Abajo’, naar ­beneden, naar de zee in het westen. Of ­‘arriba’, naar boven, naar het Andesgebergte in het oosten.

Wie ‘naar beneden’ gaat in de hoofdstad, gaat symbolisch genoeg ook naar het armoediger deel van Santiago. En ja, wie ‘naar boven’ gaat, trekt richting de rijke buurten. Maar bij Plaza Italia vind je de demonstranten; jongeren die in meerderheid deel uitmaken van de sterk opgekomen middenklasse in Chili. Zij vormen de revolte.

Wees gerust verbaasd: het gezicht van de opstand tegen de regering van Sebastián Piñera is dat van een 18-jarige jongen met jeugdpuistjes, een oorbel en een glimmende neusspeld. Rodrigo Perez heet deze vriendelijke, welbespraakte en vastberaden knaap. Hij heeft een rijke geschiedenis hoog te houden. Zijn school is het Instituto ­Nacional, een openbare onderwijsinstelling die al zo’n tweehonderd jaar bestaat en ruim vierduizend leerlingen kent. En wat meer is, het Instituto bracht beroemde Chileense schrijvers, kunstenaars en meerdere presidenten voort. Niet op de laatste plaats Salvador Allende, de socialist die in 1973 door de militairen ten val werd gebracht, waarna Chili onder generaal Augusto Pinochet zeventien jaar dictatuur én een neoliberale economie kende.

Rodrigo Perez is de voorzitter van de leerlingenraad. Van hem en zijn makkers kwam het plan om te protesteren tegen de verhoging van de prijs van het metrokaartje. Die eerst nog kleinschalige actie groeide uit tot een breed volksverzet. Tot verbazing van Perez.

Demonstranten bij het presidentieel paleis in Santiago. Beeld AFP

‘Wij hadden eigenlijk geen groot protest in gedachten. De directie van de metro zei eerst dat het allemaal niks voorstelde, dat protest van ons, en dat het volk zich hiervan niks zou aantrekken. Heel laatdunkend. Maar de woede van mensen vermenigvuldigde zich razendsnel. En toen daartegen de eerste, schaamteloos gewelddadige reacties van de politie kwamen, ging het nog sneller.’

Inmiddels is ook voor Perez zelf het transportprotest uitgegroeid tot een protest tegen een economisch systeem dat, ook na de dictatuur en het begin van een democratische rechtsstaat, de markt nog te veel overlaat aan de grillen van het particuliere bedrijfsleven en de overheid en haar dienstverlening veel te veel heeft laten krimpen. ‘Daarin willen we nu eindelijk een structurele verandering zien’, zegt hij. ‘De overheid moet weer sterk worden in gebieden als onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid. Pas dan zal de meerderheid van de Chileense bevolking zich ook weer actief betrokken voelen bij alle politieke besluitvorming.’

Beneden-Santiago: ‘los vulnerables’ vechten om te overleven

We gaan ‘naar beneden’ en komen uit bij grote, stoffige stroken land langs een van de snelwegen. In de hemel hierboven hoor en zie je de net opgestegen, al dan niet privévliegtuigen van de vlak bij gelegen luchthaven. De mensen die hier wonen, worden ‘de kwetsbaren’ genoemd, los vulnerables, want het woord ‘arm’ wil een Chileen liever niet te vaak gebruiken. De mensen die hier in schuurtjes en hutjes ­wonen, zoals de vrijwel tandenloze dronkaard Juanito, die op de paarden van een hem onbekende baas past, lijken voorgoed buiten welk economisch systeem dan ook gevallen.

Maar niet alle kwetsbaren laten het erbij zitten. Zoals de leden van zo’n 130 families die een stuk particuliere grond hebben ‘gekraakt’ en daarop hun eigen houten huizen zijn gaan bouwen. ‘17 mei’ heet hun kampement, naar de datum waarop zij het terrein dit jaar in bezit namen. Vooralsnog worden zij er gedoogd.

Een van hun informele leiders heet Cintia Cortez, een vrouw van in de veertig. ‘Áls het mensen met weinig of geen inkomen al lukt om een huis te vinden’, vertelt zij, ‘gaat het vaak om een piepkleine, mensonwaardige woning.’ De afgelopen twee weken heeft zij wel degelijk ook vanaf het Plaza Italia meegedemonstreerd.

‘Wij mogen dan een woningcrisis hebben, Chili kent een algehele crisis, veroorzaakt door slecht bestuur. Nu is het zaak om door te zetten totdat er eindelijk echt veranderingen komen. Daarvoor moeten we samen, echt ­samen vechten. Wat mij betreft sturen we aan op een heuse revolutie. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor de generaties na ons.’

Op ’17 mei’ wonen ook de nodige migranten, uit landen als Haïti en de Dominicaanse Republiek. Termen als slecht bestuur en revolutie zijn aan hen vooralsnog niet besteed; zij leven hier om te overleven, als donkere mensen in een overwegend witte Chileense samenleving. Zoals de tiener Julie. ‘Wij hebben een andere huidskleur, wij hebben geen geld, wij worden hier niet echt geaccepteerd. We kwamen hier, omdat Chili een rijk land is, zo hoorden we. Maar we worden gediscrimineerd. Voor ons is het bijna onmogelijk werk te vinden.’ Dat Chili zich plotseling in een ‘sociale crisis’ zou bevinden, klinkt haar vreemd in de oren. Zij kennen vrijwel niets anders dan crisis.

Boven-Santiago: de elite koestert haar neoliberale droom

Tijd dan om ‘naar boven’ te gaan. Hier, bijna in de schaduw van de Andes, wonen de mensen voor wie het neoliberale economische model van Chili tot een aanmerkelijke verbetering van hun levensstandaard heeft geleid. Zij eten er in chique Italiaanse restaurants, net als de president, die voordat hij de politiek inging als zakenman miljoenen heeft verdiend, onder meer met het op de markt brengen van een nieuw type credit card. Als zij zich wensen te ontspannen, kunnen zij terecht in Club Polo, waar misschien wel de paarden worden bereden waarop de dronkaard Juanito past. De ‘compounds’ zijn deels bewaakt; de winkels verkopen alles wat de wereld te bieden heeft.

En de mensen werken er hard. Zoals de 38-jarige Victor Riesco, een sympathieke man met prachtige, lange en gitzwarte oogwimpers. Riesco is de eigenaar van een bijzondere sportschool, waar ook vrouwen terecht kunnen die willen leren boksen. En hij erfde van zijn vader het familiebedrijf, een kerkhof. Van de twee auto’s in zijn privéparkeergarage met hek, is de tweede (want een beetje stoffige) een rode Porsche.

Beeld AFP

Volgens Riesco hebben de jonge, na het einde van de dictatuur geboren jongeren die protesteren van hun ‘linksige’ docenten een ‘verwrongen versie’ van Chili’s recente geschiedenis te horen gekregen. ‘Het beeld dat alles onder Pinochet slecht was, klopt eenvoudig niet. Het neoliberale systeem heeft het leven van heel mensen enorm verbeterd. Het probleem zit ’m wat mij betreft niet bij het particuliere bedrijfs­leven en de privatiseringen van veel overheidsdiensten. Het probleem is de in mijn ogen corrupte politieke klasse.’

Regering en overheid zouden er volgens Riesco streng op moeten toezien dat bijvoorbeeld het belastinggeld ook daadwerkelijk voor sociale voorzieningen wordt ingezet. ‘Maar dat gebeurt niet, of veel te weinig.’ Hij wijst op het zwembad in zijn tuin, waaraan reparaties plaatsvinden. ‘Mijn land is als mijn zwembad. Het is groot, er kan heel veel water in. Maar er zit een gat in. Daardoor stroomt het water weg, net zoals de regering veel geld laat weglekken. Of beter gezegd: in hun eigen diepe zakken terecht laat komen.’

Dat neoliberale zakenlieden en corrupte politici elkaar juist nodig hebben om het systeem in stand te houden, wil er bij hem niet in. ‘ We moeten niet de kip met de gouden eieren slachten. De jongeren begrijpen dit echt niet. Je kunt wel roepen om socialisme, maar daarmee wordt niets beter. Als ‘ongelijkheid’ in Chili een probleem is, dan zeg ik dat deze protesten tot een nog veel groter probleem zullen leiden. Mensen die weinig hebben, zullen niks meer hebben. Ja hoor, dan zijn we allemaal gelijk: want allemaal arm.’

Midden-Santiago: maar welke weg is het beste voor Chili?

Terug naar het midden. Van de Plaza Italia liep je tot voor kort over La Alameda naar het presidentieel paleis. Die route is nu onbegaanbaar. In de zijstraten van La Alameda, in de hippe buurt Bellas Artes, kun je bij een kleine bistro buiten op een bank zitten en in de late namiddagzon naar de voetgangers op het trottoir naar de overkant kijken. Daar zie je het dilemma van de nu in de problemen gekomen Chileense middenklasse.

Naar rechts lopen de jongvolwassenen met hun stijlvolle zonnebrillen en hun goed gevulde winkeltassen met merknamen van over de hele wereld. Zij zijn op weg naar hun veilige huis. Naar links lopen de jongvolwassenen met hun geïmproviseerde gasmaskers, hun vlaggen en kartonnen protestborden. Zij zijn op weg naar waterkanonnen en traangasgranaten.

Het dilemma: beide groepen zijn op weg naar de toekomst. Maar wie weet in welke richting die het best te zoeken is?

Chili heeft zich in de afgelopen dertig jaar niet alleen opgewerkt tot een land met een sterk groeiende middenklasse, maar ook met een democratische rechtsstaat. Links noch rechts wenst die verworvenheden kwijt te raken. Maar te veel mensen voelen zich door de overheid in de steek gelaten, hebben zich zwaar in de schulden gestoken om bijvoorbeeld hun kinderen een goede opleiding te geven, en weten zich nu extra kwetsbaar. ‘De overheid heeft zich te ver teruggetrokken’, zegt Allan Smith, een Chileense inwoner van de rijke wijk Vitacura. ‘We moeten samen de welvaart beter verdelen. Met een neoliberaal economisch systeem, en tóch gereguleerd door de staat.’

In het ooit zo rustige Chili gaan tienduizenden burgers de straat op. Wat is er aan de hand?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden