Ook u wordt een BN'er

Inlichtingendiensten concluderen van alles uit metadata maar zelf kunt u het ook. Handig. Maar doodeng. Hoe beschermen we onze privacy?

Ik weet precies hoe lang de schoonmaker bij mij thuis heeft gewerkt. Ik weet hoe laat hij binnen kwam, hoe lang hij heeft gestofzuigd en wanneer hij is vertrokken. Soms werkt hij korter dan de vier uur die we ooit hebben afgesproken.


Ik heb geen camera's in huis geïnstalleerd en geluidsopnamen maak ik evenmin. Ik heb zelfs niet eens de bedoeling gehad zijn gangen te controleren, het gebeurt onbedoeld. De oorzaak: metadata.


Over metadata is de laatste tijd veel te doen. Ooit werden ze door politici verkocht als een tamelijk onschuldig fenomeen in de strijd tegen terrorisme. Beste burger, we luisteren uw telefoongesprekken niet af, we bewaren alleen metadata. We weten met wie u belde en hoe laat en vanaf welke plek. Wat u zei, blijft keurig geheim. Niets om je zorgen over te maken dus.


Is dat zo? Terug naar mijn huiskamer. Dat ik mijn schoonmaker kan bespioneren, komt door de Nuon E-Manager, een handig apparaatje dat het stroomverbruik thuis monitort. Op afstand kun je met je smartphone aflezen hoe veel stroom er wordt gebruikt. Sommige apparaten kan ik ermee in- of uitschakelen. U kent het ding misschien wel van die olijke commercials met de Laurel en Hardy van Nuon.


In het begin zeiden de stroomgrafiekjes me weinig. Soms werd er veel verbruikt, soms weinig. Maar na verloop van tijd begon ik patronen te ontdekken en kon ik zien wanneer de koelkast aansloeg en de Quooker. Ik kon aan het stroomverbruik zien of iemand vergeten was de pc op zolder uit te zetten. En ik wist wanneer de lampen aangingen (schoonmaker kwam binnen), wanneer de stofzuiger werd ingeschakeld en wanneer hij weer vertrok (licht uit).


Deze ontdekking was even fascinerend als verontrustend: ik kan ieders gangen in huis redelijk goed nagaan zonder dat anderen dat in de gaten hebben. Als mijn vriendin chagrijnig is, kan ik zeggen dat ze eerder naar bed moet, omdat het gisteren weer half twee was (zegt de E-Manager). Ik weet dat de jongens op woensdagmiddag soms langer tv-kijken dan afgesproken (zegt de E-Manager).


Hoe beter ik de grafiekjes leerde lezen, des te besmuikter ik me begon te voelen over al die informatie die onbedoeld in de sleepnetten van de E-Manager blijft hangen. Ik was mijn eigen privé-NSA geworden. Allemaal op basis van 'onschuldige' metadata.


Een handig nieuw apparaat had me voor een dilemma gesteld. Ik was spion geworden tegen wil en dank. Dat riep een aantal vragen op. De meest omvattende is: hoe ga ik hier mee om? Moet ik mijn schoonmaker informeren? Of niet kijken als hij aan het werk is? Niet zeuren over de bed- en tv-tijden van gezinsleden? Misschien die hele E-Manager maar loskoppelen? Dan is het probleem ook opgelost.


Het is alleen een schijnoplossing. We krijgen namelijk steeds meer E-manager-achtige apparaten die data verzamelen over van alles en nog wat; apparaten die altijd online zijn: het Internet der Dingen. Met het Internet der Dingen wordt van alles via internet aan elkaar geknoopt. Opdat je met je mobiel automatisch de verlichting kunt inschakelen zodra de gps-ontvanger heeft vastgesteld dat je je huis op honderd meter genaderd bent en het donker is.


Handig. En doodeng.


De bedreiging zit hem niet in ieder apparaat afzonderlijk, maar in de enorme hoeveelheid data die al die Dingen verzamelen.


Helaas blijft het daar niet bij. Sinds enige tijd is er een tweede categorie Dingen. Dit zijn de Dingen die constant onze omgeving vastleggen. Bijvoorbeeld de Narrative, een postzegelcameraatje bedoeld voor 'life logging'. Bekender en soms al in het wild te zien is de Google Glass, de wat nerderige beeldbril waarover door sommigen lacherig wordt gedaan. Met Google Glass kun je informatie opvragen over bijvoorbeeld de omgeving waarin je bent. Die wordt dan op het brilleglas geprojecteerd, net zoals straaljagerpiloten allerlei data te zien krijgen op het vizier van hun helm. In de Glass zit ook een camera, waarmee je je omgeving kunt filmen.


Dat leidt tot interessante situaties. Stel, je zit in een café te praten met iemand met een Glass op, dan weet je niet of je op dat moment wordt gefilmd. Dat kun je natuurlijk vragen en je kunt ook vragen of glassman (m/v) je niet wil filmen. Maar hoe zit dat als ik op straat loop? Of als ik toevallig de vriendin ben van Jort Kelder en in het café een leuke jongeling tong? Of als ik in een parkeergarage sta te zoenen met Wesley Sneijder? Deze voorbeelden zijn echt, zoals u weet. En behalve voor de betrokkenen waren ze tamelijk onschuldig. Als bekende Nederlander loop je nu eenmaal eerder tegen aandacht aan.


Straks wordt alles gefilmd. Overal en elk moment. Beelden verdwijnen in de cloud, waar algoritmen gezichten herkennen en in kaart brengen wie waar is geweest. De data worden bewaard en niemand weet precies wat ermee gebeurt en wie er allemaal bij mag.


Volgens technologiefilosoof Mark Hurst leven we nu nog in een aandoenlijk naïef tijdperk waarin we denken privacy te kunnen beschermen. Hij noemt als voorbeeld het Duitse verzet tegen de auto's van Google Streetview. Zinloos. Straks telt het land misschien miljoenen Glassdragers die constant de omgeving filmen. Dan ontstaat Streetview now en geen wet die het kan tegenhouden. Wen er maar vast aan dat u straks wordt ge-appt door uw geliefde met de vraag wat u in het Vondelpark doet terwijl u op uw werk zou zitten. En by the way, wie is die dame met wie u wandelt? Och wacht, het is uw secretaresse. Dat wordt een goed gesprek vanavond.


Google ziet de bui al hangen. Daarom publiceerde het internetconcern begin dit jaar zijn eigen tien geboden bij de bril. Als een hedendaagse Amy Groskamp-Ten Have kwam Google met een etiquetteboekje voor de bezitter van een Glass. Daarin worden de nu nog zeldzame eigenaars opgeroepen geen 'creepy' dingen te doen, zoals ergens tegen een muur leunen en iedereen filmen die aan je voorbijtrekt. 'Op plekken waar mobiele camera's verboden zijn, gelden dezelfde regels voor de Glass', schrijft Google. 'Als je gevraagd wordt je mobieltje uit te zetten, schakel dan ook je Glass uit.' In het kort, zegt Google (letterlijk): wees geen Glasshole.


Het opstellen van een etiquette lijkt sympathiek, maar Google wil vooral voorkomen dat de eerste dragers ('explorers') de acceptatie van de Glass in de weg staan. Google wil dat we de bril gewoon gaan vinden, en het gewoon gaan vinden dat straks miljoenen burgers met zo'n bril rondlopen. Omdat dat handig is voor de bezitter, maar ook omdat het de zoekgigant een schat aan nieuwe data zal opleveren.


Dan zitten we dus met een wereldwijd real-time surveillancenetwerk. Wellicht is dit niet eens de eerste bedoeling van Google, maar dat het gebeurt, staat vast. Dat privacybeschermers zich zorgen maken, komt ook doordat Google zich op het gebied van privébescherming niet de grootste voorvechter heeft betoond.


De glasshole komt er, of we dat nu willen of niet. En vermoedelijk worden we er zelf ook een. Als de Glassdrager onze privacy niet beschermt, zullen we dat zelf moeten doen. Dat gebeurt trouwens al langer. Bijvoorbeeld op het strand. Topless zonnen is zo goed als verdwenen. Daar ligt meer aan ten grondslag, maar vermoedelijk ook het feit dat de halve wereld met een cameramobieltje rondloopt en het weinig aanlokkelijk is jezelf halfbloot op een ranzige site terug te zien.


Een bovenstukje aantrekken is misschien een klein offer en niet heel ingewikkeld. Maar hoe beschermen we onze privacy op straat? Het antwoord is: dat kunnen we niet. Net zoals we ons niet kunnen wapenen tegen de lul met de 250 watt versterker in zijn auto die elke nacht boombassend door de straat rijdt. Of tegen de eigenaar van een parkeergarage die beelden van een zoenende Yolanthe doorverkoopt aan RTL.


Vorige week opperde techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek in de Volkskrant dat we straks misschien wel maskers zullen dragen om onszelf onherkenbaar te maken voor al die surveillancenetwerken. Zodat we een thuisidentiteit en een straatidentiteit krijgen, net als vroeger inwoners van het Oostblok.


De andere kant op kan ook: volledige openheid. Zoals de schrijver en journalist Ischa Meijer er nooit een geheim van maakte dat hij naar de hoeren ging. 'Ik wil niet chantabel zijn', zei hij en schreef er een boekje over. Hij moest wel, want hij was destijds een Bekende Nederlander.


Straks zijn wij allemaal Bekende Nederlanders. Bedenk daarom nu maar vast wat u wilt: alles in de openheid of altijd bemaskerd naar buiten. Kies maar. Want weet: straks zijn we allemaal Yolanthe.


Data over data


Metadata zijn gegevens die bepaalde data beschrijven. Metadata van een foto kunnen bijvoorbeeld de belichtingstijd zijn, het gebruikte diafragma, de locatie en de datum en tijd van de opname. De data laten dus niet zien wát er op de foto staat, maar beschrijven hoe de foto tot stand kwam. Het zijn dus data over data.


Metadata is óók toezicht, zegt de Amerikaanse beveiligingsexpert Bruce Schneier. Gegevens die op zich weinig informatie lijken te bevatten (wie belt met wie), kunnen veel meer vertellen als ze met elkaar worden gecombineerd. Hij geeft een voorbeeld: als twee mobiele telefoons elkaar naderen (metadata), vervolgens een uur worden uitgeschakeld (metadata) en daarna weer uit elkaar gaan (metadata), weet je dat er vermoedelijk een geheime ontmoeting was (informatie). Hoef je als rechercheur alleen nog maar even te kijken wie deze twee snoodaards waren.


HET IDEE IS GEWELDIG

Het derde oog is minuscuul. Daar, in een hoek van een klein afgerond vierkantje aan mijn borstzak, zit de glanzende speldeknop die met me meekijkt. De Narrative Clip, een camera iets groter dan een postzegel. Elke 30 seconden registreert dit nieuwe oog wat het ziet. Onhoorbaar, onvermoeibaar. De hele dag komt in het vierkantje terecht.

Ik moet zeggen: het idee is geweldig. Als je tot de mensen behoort die graag alles bewaren, die elke dag willen terugvinden en dus aan hun eigen geheugen niet genoeg hebben, dan is dit ding je ding.

Als je een dag hebt rondgelopen, klik je het ding aan de computer en worden de foto's geüpload. Vervolgens kun je op iPad of iPhone de dag scrollend terughalen. Veel ruis, veel troep, maar er zitten inderdaad wat geheugensteuntjes bij. Ah, toen regende het zo hard. Ah, daar sta ik met Sander te praten. Ah, toen kwam Iris eten. O ja, die kip. Ach, Hamlet. Wat een decor.

En ja, daartussen zitten dus ook tientallen hoofden van mensen die ik nog nooit heb gezien. Ik heb ze niet bewust gefotografeerd, ik wil er niets mee, maar ik heb ze wel vastgelegd. Op een van de foto's staat een jongen bij de uitgang van het metrostation, tussen twee agenten, geboeid. Toevalstreffertje, maar toch: met een gewone camera zou ik deze foto nooit hebben durven maken. Nu heb ik iemand op een foto die daar waarschijnlijk geen prijs op stelt.

Wat vinden al die mensen van mijn foto's?

In De Cirkel, de vooruitziende dystopie van Dave Eggers, loopt uiteindelijk iedereen met een camera rond. Zover zijn we nog lang niet. Het voelt ongemakkelijk, zo'n ding aan mijn overhemd. Hoe klein ook, onzichtbaar is hij niet. Als ik zeg dat het een camera is die om de 30 seconden een foto neemt, wordt dat niet bepaald met gejuich ontvangen.

Daarbij moeten we ook eerlijk zijn: in De Cirkel en in het doemscenario dat ook rond Narrative en Google Glass opduikt, worden gezichten automatisch herkend, worden alle foto's publiek toegankelijk en is iedereen dus te volgen. Zover is het nog lang niet. Technisch en juridisch onmogelijk. Ik zit aan het einde van de dag met honderden hoofden van mensen die ik niet ken en niet hoef te kennen. Ik heb niets met ze. Ik gooi ze weg.

Michael Persson

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden