Ook rare snuiters worden nu serieus genomen

Uiteraard zijn alle ogen in Salt Lake City straks gericht op de schaatsers. Niks mis mee. Maar laten we ons niet vergissen....

ROMME VINDT bobben gaaf.

Bobster Ilse Broeders vindt schaatsers onwijze atleten.

Ritsma vindt schansspringen kicken.

Schansspringer Jeroen Nikkels bloost.

'Hier wordt iets opgebouwd', sprak Leo Visser, chef de mission van de olympische equipe voor Salt Lake City 2002.

De hemel was strak blauw, de zon scheen, in de verte lonkte de eeuwige sneeuw van de Alpen, en in het dorp had iemand zowaar een Zwitser ontmoet die humor heeft. Kan niet. Echt waar! Wat wil een topsporter nou nog meer?

Sankt Moritz ligt op 1856 meter hoogte en was de afgelopen week pleisterplaats voor sporters die over negen maanden in Salt Lake City eeuwige roem nastreven. Ruim tachtig Nederlandse atleten waren naar het Zwitserse bergdorp gekomen - en in hun spoor nog zeventig begeleiders - om in eendrachtige samenwerking een fundament te leggen waarop collectief olympisch succes gebouwd kan worden.

Een week lang liep Joop Alberda met een vette glimlach rond. 'Zonder dat ze het misschien beseffen, pikken ze hier details en informatie op die hen straks net iets verder kan helpen.'

Sinds Alberda als technisch directeur van sportkoepel NOCNSF optreedt, is het eilandenrijk van de Nederlandse topsport veranderd in een vruchtbare polder waarin zelfs de zonderlingen zich happy voelen. Zelf mag hij graag een parallel trekken met de olympische missie van zijn volleyballers in 1996. Zonder zijn voorganger Arie Selinger te kort te willen doen, dreigden volgens Alberda de volleyballers zichzelf begin jaren negentig te verstikken in een isolement.

'Toen ik de volleybalploeg overnam, was het een team dat zich meer en meer opsloot in de Bankrashal en zich onbegrepen voelde in eigen land. Dat patroon heb ik rigoureus doorbroken. Elke ambitieuze sporter heeft erkenning en respect nodig; juist de zonderlingen en degenen die iets nieuws proberen. Uit erkenning put een sporter de motivatie om door te gaan', zei Alberda.

Projecteer die theorie nu eens op die paar bobsleeërs, snowboarders of schansspringers die Nederland telt. Alberda: 'Wie zo'n sport kiest, wordt in Nederland al gauw een rare snuiter gevonden. Tot zo iemand een medaille wint en dan roept iedereen ineens: ''Zo, knap zeg''. Dat zegt alles over onze sportcultuur.'

En toch zijn er genoeg rare snuiters in Nederland. Ilse Broeders, studente medische biologie in Groningen, ging bobsleeën. Waarom? Daarom! Harald de Man soleert al een fiks aantal jaren in betrekkelijke anonimiteit over de skipistes. Jeroen Nikkels werd verliefd op schansspringen. Alle scepsis en schampere opmerkingen ten spijt brandt ook diep in hun hart het olympisch vuur.

Zou het niet eens tijd worden dat we hen serieus gingen nemen? 'Ja, hoog tijd', zei Leo Visser. Drie jaar terug werd de oud-schaatser benaderd voor de functie van chef de mission en drong ook bij hem het besef door hoe eenzijdig de Nederlande olympische cultuur in feite is. 'Schaatsen was alles en wie er voor de rest in de olympische ploeg zat, ach, daar had je nauwelijk een idee van. Sinds ik chef de mission ben, heb ik gezien dat die andere sporters net zo intensief met hun sport bezig zijn. Die sporters hebben net zoveel recht op serieuze aandacht.'

Leo Visser vormt samen met Joop Alberda en directeur topsport Marcel Sturkenboom van NOCNSF het Team de Mission dat de koers uitzet naar Salt Lake City. Unaniem waren ze van oordeel dat het tijd werd duidelijk te maken dat Nederland meer is dan enkel een schaatsland. En hoe zou dat beter kunnen dan door alle partijen bijeen te brengen in één trainingskamp. Iedereen welkom, NOCNSF betaalt: tweeënhalve ton.

Sankt Moritz dus.

'Heel erg leuk', zei Gianni Romme. 'Normaal trekken wij het hele jaar met ons eigen cluppie op. Wij schaatsers denken gauw dat alles om ons draait. Nu kom ik ineens in contact met mensen van wie ik niet wist dat ze bestonden.'

'Mooi volk hoor, die bobbers', zei Wennemars.

Zoveel aandacht, zoveel bewondering ineens. Een bobber zou er haast verlegen van worden, erkenden Ilse Broeders en haar teamgenote Annemarie van Donselaar. 'Het is bijna een cultuurschok. Ik had verwacht dat die schaatsers vrij afstandelijk zouden zijn, helemaal gefocused op hun eigen training. Ik bedoel: zij hebben toch een andere status dan wij.'

Van Donselaar: 'Vooraf waren we zelfs een beetje zenuwachtig. Moeten wij ons aan hen voorstellen? Je wilt ze ook niet in de weg lopen.'

Broeders: 'Het blijken ook maar gewone jongens. We hebben een tijd met Ritsma zitten praten. Niks geen kapsones, heel geïnteresseerd in hoe wij trainen, hoe onze sport werkt.'

Van Donselaar: 'Hij zei: jullie lopen zo mooi, zo soepel. Wij doen veel aan starttraining, korte sprintjes. Dat valt Ritsma op. Dat zo'n groot sportman ons een compliment maakt, dat vind ik onwijs.'

Broeders: 'Ja, dat is goed voor het zelfvertrouwen. Zij zijn fullprofs, wij studeren naast onze sport. Het is prettig om van iemand als Ritsma de bevestiging te krijgen dat wij toch heel professioneel bezig zijn.

'Was ik maar vijftien jaar jonger geweest. In dit sfeertje zou het veel makkelijker zijn geweest een carrière op te zetten', meende Rob Geurts, 42 en de pionier van het Nederlandse bobsleeën.

Eind jaren zeventig al ondernam Geurts pogingen zich te kwalificeren voor Lake Placid 1980, maar tot op heden wist hij slechts tweemaal de deur naar het olympisch eindstation te forceren. In 1984 mocht hij mee naar Sarajevo, tien jaar later ook naar Lillehammer. Maar om nou te zeggen dat Geurts zich geaccepteerd voelde. 'Het contact met sporters was prima, maar officials hadden zoiets van: och, die Geurts is er toevallig ook. Hulp hoefde je niet te verwachten.'

Ruim een jaar geleden gaf Geurts zijn 06-nummer aan Alberda. 'Een paar maanden later ging de telefoon: hé, Rob, hoe gaat-ie? Kunnen we nog iets voor je doen? Heb je nog materiaal nodig? Ik wist niet wat me overkwam. Er is zoveel veranderd.'

En het blijft niet bij bellen. Er kómt nieuw materiaal, er wórdt een startbaan gebouwd op Papendal. De schansspringers mogen de komende maanden vier keer naar Helsinki om hun afsprong in de windtunnel te perfectioneren. Kosten: een ton. So what. Een olympische droom kost geld.

'Waardering en respect uitspreken is de basis, maar dat schept ook verplichtingen', zei Leo Visser.

'Misschien is die uitwisseling van ervaringen en kennis hier in Sankt Moritz nog wel het belangrijkst', zei Alberda.

Straks in Salt Lake City gaat de meeste aandacht uiteraard uit naar de schaatsers. Daar is niks mis mee, liet het Team de Mission weten. Schaatsen blijft 1. Maar in het kielzog lopen niet langer rare snuiters van wie iedereen zich afvraagt wat ze in het olympisch dorp te zoeken hebben.

'De bob-vrouwen zijn afgelopen winter razendsnel naar de wereldtop doorgeschoten, zonder te weten wat het leven van een topsporter inhoudt. Door te praten met Ritsma en Romme is hun zelfbewustzijn gegroeid. Dat komt ze op de Spelen van pas', zei Visser.

En of de schaatsers er ook nog iets aan hebben gehad? 'Zeker weten', zei Alberda.

In de Zwitserse Alpen zijn de tere plekken in het Nederlandse schaatskamp gemasseerd. De vete tussen de coaches Mueller en Pfrommer en alle daaruit voortvloeiende animositeit die het strijdbeeld de voorbije winters bepaalde, lijkt in het belang van het collectief olympisch belang voorlopig bezworen. De magere medailleoogst tijdens de WK afstanden in Salt Lake City heeft naar verluidt tot bezinning geleid.

'Een jaar geleden waren we hier ook met alle schaatsploegen. Toen was de spanning voelbaar. Mensen loerden uit de ooghoeken naar elkaar, sommigen liepen in een grote boog om elkaar heen. Die spanning is weg. Iedereen beseft dat het anders moet', zei Romme.

Leo Visser: 'Als je respect en waardering voor bobbers of schansspringers kunt opbrengen, moet je dat natuurlijk zeker voor je vakgenoten kunnen opbrengen. Ook al is het niet je beste vriend.'

Sprinter Jakko Jan Leeuwangh: 'We hebben de geest van de oude Grieken een beetje ontdekt. Die streden op de Olympische Spelen niet in de eerste plaats voor zichzelf, maar voor hun provincie. Vind ik een mooie gedachte. Wij zijn een team, wij zijn Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden