Ook op gravel maakt kracht nu het verschil

Op Roland Garros spelen Nederlandse tennissers een bijrol. Zij moeten meer kracht ontwikkelen om de race met Spanjaarden en Zuid-Amerikanen aan te kunnen.

Nog dagelijks wordt Martin Verkerk herinnerd aan zijn magische triomftocht op Roland Garros in 2003. 'Allez Martin' schreeuwde het Franse publiek als die lange Nederlander met zijn onbevangen powertennis weer een rondje verder kwam. Hij struikelde pas in de finale over de Spanjaard Juan Carlos Ferrero. 'Roland Garros is verreweg het zwaarste toernooi. Zeven partijen best-of-five op gravel is met niets te vergelijken. Het is meer dan ooit de survival of the fittest.'


De 32-jarige Verkerk stopte vanwege chronisch blessureleed in 2008. Maar de voormalige nummer 14 van de wereld beseft dat hij een mooi plekje heeft gekregen in de vaderlandse tennisgeschiedenis. 'Slechts drie Nederlanders hebben een grandslamfinale gespeeld. Richard Krajicek is uniek met zijn Wimbledontitel, Tom Okker bereikte al in 1968 de finale van de US Open. Maar ik sta ook in dat rijtje. En ik zie er niet snel iemand bij komen.'


De Nederlanders halen sinds Michaëlla Krajicek in 2007 op Wimbledon niet eens de tweede week van een grandslamtoernooi. Op Roland Garros bleken de halve finale van Richard Krajicek in 1993 en de finale van Verkerk, tien jaar later, slechts uitschieters. 'We spelen in Nederland niet het hele seizoen op gravel, zoals de Spanjaarden en de Argentijnen dat wel kunnen', zegt Rohan Goetzke, technisch directeur van tennisbond KNLTB en voormalig coach van Richard Krajicek.


'Het is volgens mij geen toeval dat Krajicek en Verkerk het verst zijn gekomen op Roland Garros. Big guys with a big game. Ze hebben ook allebei toernooien gewonnen op gravel. Kijk er de geschiedenis van Roland Garros maar op na: de meeste kampioenen komen uit Zuid-Amerika of Spanje. Tennis op gravel past bij de Latijnse cultuur.'


Novak Djokovic, die op Roland Garros begint tegen Thiemo de Bakker, ontwikkelde dit jaar een nieuwe trend: hij speelt in feite hardcourtennis op gravel in een tempo dat zelfs gravelkoning Nadal niet kan belopen. 'Tennis is een krachtsport geworden', zegt Verkerk, in de Avifauna in zijn woonplaats Alphen aan den Rijn. 'Je zag al in mijn tijd dat het fysieke aspect steeds belangrijker werd. De progressie van Djokovic valt maar op één manier te verklaren.


'Hij heeft echt geen betere slagen in vergelijking met een jaar geleden. Djokovic is een stuk fitter geworden. Nadal is niet de nummer 1, omdat hij de beste tennisser is. Hij was de fitste van allemaal en heeft nu zijn evenknie gevonden. Rally's van 30 slagen op tempo zijn normaal, dan red je het niet door alleen maar achter de bal aan te lopen.


'Michael Chang zou nu geen punt meer winnen. En een stilist als Olivier Rochus wordt overpowerd. Mooie handjes zijn niet voldoende. Ik denk dat de basis nu wordt gelegd in het krachthonk, daar wordt 75 procent van de arbeid verricht. En nog maar een kwart op de tennisbaan.'


Tennis is er minder leuk door geworden, aldus Verkerk. 'Ik uitte mijn emoties, maar je kon ook met me lachen. Ik zie geen passie en vuur in het huidige tennis. Ik mis entertainers als McEnroe, Connors, Agassi en Safin. Misschien waren zij wel beter voor het tennis dan Nadal en Federer, hoe goed zij ook zijn.


'Het is nu allemaal meer van hetzelfde geworden. Op de graveltoernooien in Monte Carlo, Madrid en Rome maakte het vanaf de kwartfinales niet uit welke namen er stonden. Vanaf de baseline hakken, rennen, spinnen en gaan. Boem, boem, boem, wie het snelst achter de bal komt en het hardste slaat, wint de wedstrijd. Dat is het huidige tennis.'


Het moet zijn weerslag hebben op de opleiding van de tennisbond. Vergeet het cliché dat de Nederlander van nature aanvallend is ingesteld, zegt de Australiër Goetzke. 'Siemerink was de enige, pure aanvaller. Krajicek dacht als kind verdedigend, Verkerk ontwikkelde zijn powergame pas op latere leeftijd. Ik zie nu talenten die op cruciale momenten te behoudend denken en de bal niet willen missen.


'Maar ook de Spanjaarden wachten niet langer op de fouten van hun tegenstander. Agressief tennis vanaf de baseline is de norm geworden. Wij zullen dus allroundtennissers moeten opleiden om de concurrentie aan te kunnen. Ze moeten niet eendimensionaal zijn.'


Huib Troost, hoofd opleiding bij tennispark Amstelpark en oud-coach van Thiemo de Bakker, constateert een barrière voor de jeugd. 'De tennissport is vooral in de breedte sterker geworden, waardoor het nog moeilijker is om door te breken. Achter de topvijf bij de mannen in Nederland gaapt een flinke kloof. Eleveld is al een tijdje geblesseerd, Lupescu doet het aardig. Bij de meisjes is Indy de Vroome een toptalent. Dan heb je het bij de jeugd wel gehad en dat is zorgelijk.'


'Vastheid kweken en een bal cross spelen, een running forehand of een passing slaan; het is allemaal kapot getraind. Iedereen doet dat tegenwoordig. Nu moet je meer in de baan spelen, een hoog tempo ontwikkelen. Je dient nu al de speler op te leiden voor het tennis van 2016. We moeten de ontwikkeling van het materiaal in kaart brengen. Met welke rackets en ballen spelen we over vijf tot tien jaar? Worden de spelregels aangepast? Het zal allemaal invloed hebben op het spel.'


Troost wijst op de voor Nederlandse talenten traditioneel lastige stap naar het profcircuit. 'Bij de jeugd zijn we goed. De Bakker was nummer 1 bij de junioren en won Wimbledon. Onze problemen beginnen in de fase tussen 17 en 22 jaar, dan zie je Nederlandse spelers struikelen. Komen ze op een Future, waar een stel idioten alleen komt om te feesten. Blijf dan maar eens alleen op je kamer. We zullen de spelers nog beter moeten begeleiden om te voorkomen dat ze verdwalen in die jungle.'


Maar het draait altijd weer om geld, verzucht Troost. Het dilemma voor de tennisscholen is dat ze sponsors zoeken voor talenten die nog onzichtbaar zijn. 'Juist om een stap te maken van 700 naar 300 is geld nodig. Niemand heeft gehoord van jongens als Scott Griekspoor en David Pel en dus wil niemand ze helpen. Ze zijn niet interessant voor het bedrijfsleven. Ze komen pas in beeld als ze rond de 200 staan op de wereldranglijst. Maar zonder financiële steun komen ze daar niet. De tennisscholen slagen er niet in die vicieuze cirkel te doorbreken.'


Met twee spelers (Robin Haase en Thiemo de Bakker) die al rond de topvijftig hebben gestaan en Thomas Schoorel als aanstormend talent doet Nederland het niet slecht, stelt technisch directeur Goetzke. 'Onze topspelers raken de bal net zo goed als de Spanjaarden. Het verschil wordt dus op een ander vlak gemaakt. Fysiek zijn de Spanjaarden en de Zuid-Amerikanen op jonge leeftijd al beter ontwikkeld dan de Nederlanders.


'Voeg dat bij hun enorme werkethiek en je ziet waar wij een achterstand oplopen. Als een Spanjaard in de eerste ronde verliest, gaat hij de volgende dag keihard trainen. De Nederlander heeft dan medelijden met zichzelf en doet niets zolang de coach niks zegt. Ik houd van de Spaanse instelling. En natuurlijk vecht de Spanjaard voor zijn plekje, die overlevingsdrang missen we in Nederland. De Nederlander is graag op zichzelf. En dus hebben we minder competitie.'


Haase moest donderdag in Nice opgeven met een verzwikte enkel, nadat hij eerder een osteopaat bezocht voor een kwetsuur aan de onderrug. De met een knieblessure worstelende Sijsling deed tegen beter weten in mee aan de kwalificaties op Roland Garros. De Bakker sukkelde weken met de gevolgen van operatief verwijderde verstandskiezen en zoekt wanhopig naar zijn vorm.


Komen de Nederlandse tennissers conditioneel tekort, zoals de Zuid-Afrikaanse fitnesscoach Allistair McCaw herhaaldelijk beweert op Twitter? Goetzke: 'Haase en Arantxa Rus werken keihard aan hun fysiek. Maar ik geef toe dat sommige Nederlandse tennissers fitter zouden kunnen zijn. Ze moeten professioneler worden.'


Verkerk: 'Ik vind Haase en De Bakker spelers voor de toptwintig, Thiemo zou zelfs de toptien kunnen halen. Maar dan is het ook duidelijk wat er nog aan schort. Hoe fit zijn ze? Robin en Thiemo zijn fragiel, daar moeten ze echt aan werken. Talent is leuk. Maar dat telt niet als De Bakker straks in de eerste ronde op Roland Garros drie sets wordt opgejaagd door een topfitte Novak Djokovic.


De Bakker verklaarde onlangs in de Volkskrant dat hij niet de ultieme prof is. De repliek van Goetzke: 'Dan kom je dus niet aan de top. Bij ons staat vaak het sociale leven voorop. Nederlandse tennissers weigeren hun comfortzone te verlaten. Als het innerlijke vuur en het heilige geloof ontbreekt, komen ze niet verder.'


Verkerk vindt dat De Bakker eindelijk een stabiel team om zich heen moet bouwen. 'Haase zit al lang bij Dennis Schenk en dat is de optimale situatie. Thiemo wisselt te vaak van coach, waardoor het onrustig rond hem wordt.'


Tot Wimbledon wordt De Bakker nu bijgestaan door zijn vriend en oud-prof Raemon Sluiter. 'Een tussenoplossing, want Raemon wil niet fulltime reizen', aldus Verkerk. 'Zo zoekt Thiemo zijn heil bij het onmogelijke. Die jongen heeft alles, maar hij moet heldere keuzes maken. Hij zoekt vriendschap bij zijn coach, wil close zijn met zijn begeleiders. Thiemo moet een coach zoeken die hem de waarheid durft te zeggen, die hem dagelijks stuurt.


'Die relatie had ik met Nick Carr. De meeste mensen werden gek van Nick, hij kon met niemand samenwerken. Maar wat ik niet van hem wilde oppikken ging het ene oor in en het andere weer uit. En de goede punten sloeg ik op. Zo ontstond wederzijds respect, ik heb van Nick enorm veel geleerd. Thiemo heeft nog geen coach gehad die hem echt kan prikkelen. En met parttime coaches bouw je geen band op.'


Huib Troost, die tevens Schoorel het vak leerde, weet uit ervaring dat Nederlandse tennissers niet elke dag als een prof kunnen leven. 'Dat is moeilijk voor ze, zeker als ze in Amsterdam wonen. De stad biedt zoveel afleiding. Maar het werkt niet als je bij ze voor de deur gaat liggen. Ik leg als coach verantwoordelijkheid bij de speler. Na hun 18de werkt een dwangmatige aanpak niet meer.'


De Bakker brak juist met Troost, omdat hij een harde hand nodig zei te hebben. 'Uiteindelijk luistert Thiemo nog steeds naar mij', aldus Troost. 'Ik heb hem vanaf zijn 8ste jaar begeleid. Ik zal altijd zijn vertrouwenspersoon blijven, met wie hij ook werkt. Hij heeft een speciale plek in mijn hart. Maar Thiemo zal het nu zelf moeten doen. Dan maakt het echt niet uit of je hem hard aanpakt of niet.'


Troost zegt zich zorgen te maken over de kwakkelende nummer 2 van Nederland. 'We zijn de afgelopen maanden overal naar toe geweest om het lek boven te krijgen. Thiemo weet waar hij aan moet werken. Waarom hij zijn verstandskiezen onder narcose heeft laten verwijderen? Laat ik daar geen commentaar op geven. Ik heb er een stevig robbertje met hem over gevochten.'


Toch gelooft Troost in zijn voormalige pupil. 'Thiemo kan soms anders overkomen, maar hij heeft een hart van goud. Op de korte termijn zie ik het niet goed komen, zeker niet op gravel. Ik schrok van de cijfers waarmee hij in Rome van Volandri verloor. Hij dreigt nu zelfs uit de tophonderd te vallen. Uiteindelijk zal Thiemo altijd bovendrijven, al vergt het een behoorlijke inhaalslag.'


Martin Verkerk


Rohan Goetzke


Huib Troost

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden