Ook onzet met je lachgen annie...

Aanstaande vrijdag vindt er voor het eerst een dichtwedstrijd voor verstandelijk gehandicapten plaats. Het wordt georganiseerd door de Stichting AGO....

Er waren bijna zevenhonderd inzendingen en ik heb ze allemaal gelezen. Ik heb ervan genoten, genoten met een beetje pijn. Even achter dichte deur/ even nadenken over mezelf/ even weg van koffiegeur/ wie ben ik? (Monique Willems).

Overal in die gedichten zijn ze op zoek: Ik zoek/ ik zocht/ in mijn foto-album/ de foto/ van mij en Harmke. . ./ en ik heb het gevonden. (Carmen Mamadeus).

En een ring, de ringen nemen een bijzondere plaats in. Ze zijn ze altijd kwijt. Ik heb gezocht/ naar mijn ringetje/ maar ik heb hem nooit teruggevonden. (Martine Keller). Eén ring vind ik heel mooi/ die heb ik van mijn zus gehad/ het is van zilver/ en er zitten diamantjes,. . ./ ik draag hem alleen/ alleen/ als ik thuis ben. (Fatiha Ahmaed). Op mijn werk/ in de keuken/ o mijn ring. . ./ onder de tafel?/ onder de kachel?/ Nee, pleites/ mijn ring is weg. (Martijn Koenders).

Daarna zijn er de vrienden die een lege plek achter hebben gelaten: Van binnen doet pijn/ afscheid nemen/ pijn doet het van binnen/ en het gebak is ook niet lekker. (Nelleke Harinck). Je was mijn grote vriend/ samen, altijd naar de kroeg. . ./ altijd samen lachen. . . /je haalde altijd de doppen van de flesjes bier eraf. . ./ wat zal ik je missen. (Arjan Schenk). Als ik rook/ draai ik een shagje/ in de pauze/ en dan denk ik aan Yvonne. . ./ zij werkt niet meer bij ons. (Gerben de Jong).

Tussen de gedichten door hoor je muziek, de voetstappen: mijn marokkaanse bandjes/ allemaal naast elkaar/ boven in de kast/ Ik luister. . . ik dans. (Youssef Etahiri). Op m'n kamer/ altijd/ liedjes/ ik word er vrolijk van. (Ellen Hijmans) Ik danste en zweefde op de maat. . ./ de sterren en de maan/ draaiden met me mee. (Karel Oostendorp). Ik zing/ ik lach/ ik spring/ geen muziek/ huilerig/ boserig/ geen muziek. (Carolijn van de Wiel). Regelmatig en zelfstandig drum ik. . . een solo/ regelmatig en zelfstandig speel ik orgel. . ./ regelmatig en zelfstandig/ sta ik onder de douche/ luid en duidelijk zing ik/ I can't help my self. (Remy de Esch).

Angst en woede werpen een donkere schaduw op de gedichten: Ik ben zo boos/ oh zo boos/ gooien ga ik. (Cobie Faber). Pak maar, pak maar/ riepen de grote jongens tegen de hond/ toen ben ik heel bang. (Wilma Limburg). Ik ben bang/ heel erg bang/ toen zeg ik tegen mezelf:/ gewoon rustig zitten/ gaat het vanzelf over. (Sandra Huzen). Ik ben kwaad/ ik trap met een stoel/ ik snauw en smijd met de deur/ ik trek mijn jas aan/ de kraag omhoog. . ./ en met grote stappen loop ik voort. (Frida Berkhout). Het doet pijn als een jongen me aandringt. . ./ ik wil het niet/ en dat doet pijn. (Ingrid Mens). Boos, niet leuk als ze me treiteren/ ze verstoppen mijn petje/ ik durf niet naar de werkbegeleiding/ om te praten. . . (en dan?) En dan ren ik keihard naar het station/ en ik gil hard/ zo hard dat een man in uniform tevoorschijn komt/ hij vraagt wat is er aan de hand?. (Ingrid Mens)

Er is in deze column helaas geen ruimte meer om verder in die gedichten te bladeren, maar een ding is duidelijk: Regelmatig en zelfstandig gaan ze onder de douche/ en luid en duidelijk schreeuwen ze: I can't help my self. . . (naar Remy de Esch)

Kader Abdolah

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden