Ook nieuwste stoere taal leidt tot niets

PRESIDENT CLINTON heeft voor de derde keer de mantel van wereldleider aangetrokken. Na uitzonderlijk lang beraad op het Witte Huis besloot hij het VN-verzoek om een nieuw mandaat voor luchtaanvallen op de Bosnisch-Servische troepen van generaal Ratko Mladic te steunen....

OSCAR GARSCHAGEN

Het vertoon van Amerikaans leiderschap heeft gisteren in Brussel nog niet tot resultaat geleid.

Terwijl zich in Gorazde een humanitaire ramp voltrekt wordt het internationale overleg in een surrealistisch kalm tempo voortgezet. De jonge kerels, de vijftig-plussers en de weekeindesoldaten, die het rommelige leger van Mladic vormen, weten zich onbedreigd. De halfslachtige dreigementen en deels mislukte bombardementen van de NAVO, noch de zeer late boosheid van de Russen hebben enige indruk gemaakt.

De Serviërs hebben alle aanleiding zich van de nieuwe daadkracht van Clinton weinig aan te trekken. Het kan nog dagen duren voordat de NAVO tot een beslissing komt over de uitvoering van een resolutie van vorig jaar zomer. En zelfs als het tot een nieuwe beslissing komt, is het hoogst twijfelachtig of de opmars van de Bosnische Serviërs met luchtaanvallen gestuit kan worden.

Luchtaanvallen, ook de zogeheten 'chirurgische' bombardementen, moeten de Amerikaanse behoefte aan effectieve, maar tegelijkertijd ook risicovrije oplossingen van de oorlog bevredigen. Maar er is geen militaire historicus of generaal die niet waarschuwt voor de beperkte mogelijkheden van de luchtmacht. Grondtroepen zijn daarbij onontbeerlijk.

De kern van de zaak is echter dat de VN en de NAVO niet over de politieke wil en daardoor ook niet over de middelen en de mogelijkheden beschikken om met grondtroepen tussenbeide te komen. In de VS was dat het uitgangspunt van president Bush en dat is door zijn opvolger overgenomen. In die zin is er de afgelopen twee jaar niets veranderd en dat heeft alleen maar geleid tot verwarrend gezwalk en verlies van geloofwaardigheid.

Zeker in de VS en in Rusland is het Bosnië-beleid een afgeleide van de binnenlandse politiek en dat is de belangrijkste verklaring voor alle compromissen en inconsistenties. Jeltsin houdt de nationalisten nauwlettend in de gaten en Clinton wordt dagelijks door zijn opiniepeilers geïnformeerd over de opvattingen van de Amerikanen.

Ondanks de indringende televisiebeelden is een meerderheid van de Amerikanen niet bereid 'zonen en dochters' naar de slagvelden op de Balkan te sturen. Niemand in Washington kan uitleggen waarom een jonge marinier uit, zeg, Texas of een piloot uit San Diego zijn leven in Bosnië-Herzegowina in de waagschaal moet stellen. Voor welke grenzen op de Balkan zouden trouwens Amerikaanse of Europese soldaten hun leven moeten wagen?

Congresleden hebben tijdens de Paasvakantie hun districten en kiezers bezocht. In die duizenden gesprekken en bijeenkomsten werd over Bosnië in het geheel niet gesproken. In de Amerikaanse regering en het Congres is nog niemand van enig gewicht opgestaan die in staat is overtuigend te formuleren welke Amerikaanse belangen in Bosnië in het geding zijn, die de inzet van grote militaire en diplomatieke middelen rechtvaardigen.

Laat staan dat er in de VS, en dat geldt ook voor de Europese Unie en Rusland, iemand is die een uitvoerbaar en duidelijk doel van de militaire en diplomatieke inspanningen voor ogen heeft. 'Het gebruik van macht zonder diplomatie is doelloos, maar diplomatie zonder militaire macht is ook gedoemd te falen', constateerde Clintons nationale veiligheidsadviseur Anthony Lake.

Daar kan aan toegevoegd worden dat zowel militairen als diplomaten over duidelijk geformuleerde doelen en strategieën moeten beschikken om effectief te kunnen opereren. Hoewel Lake scherp kan formuleren is het probleem juist dat de Amerikaanse regering de afgelopen vijftien maanden er niet in is geslaagd die doelen te formuleren.

Het plan Vance/Owen werd op morele gronden afgewezen, want agressie en 'etnische zuiveringen' werden deels beloond. Nu worden de VS, de VN en de Europese Unie geconfronteerd met een militaire situatie die voor de Bosnische Serviërs aanzienlijk gunstiger is. In Washington DC, waar vele politieke en militaire realisten wonen, wordt de roep om het terugdringen van de Serviërs en het berechten van oorlogsmisdadigers steeds zwakker.

Tegelijkertijd is er ook geen politicus die hardop durft te zeggen dat de opmars van de Serviërs met halfslachtige bombardementen, VN-resoluties en harde uitspraken niet tegen te houden is. Generaal Mladic voert een militaire veroveringscampagne en beschikt over een helder doel. De VN en de NAVO stellen daar slechts compromissen, verklaringen en een humanitaire vredesmacht tegenover.

Henry Kissinger constateerde dat de oorlog alleen zal ophouden als de Serviërs hun doel - de creatie van een Groot-Servië - hebben bereikt. Dat was een provocerende, pijnlijke maar ook zeer realistische waarneming van Kissinger. In zijn nieuwe boek 'Diplomacy' definieert Kissinger het Amerikaanse buitenlands beleid als een zoektocht naar een evenwicht tussen morele en strategisch elementen.

In Amerika is die balans tussen morele verontwaardiging over de veroveringen van de Bosnische Serviërs en het ontbreken van een strategische noodzaak in te grijpen niet gevonden. En niets wijst er op dat Clinton daar ondanks alle pretenties op afzienbare termijn wel in slaagt of dat zijn nieuwe daadkracht een verschil zal uitmaken. De conclusie dat de totale overwinning van de Bosnische Serviërs nabij is dringt zich dan ook onontkoombaar op.

Oscar Garschagen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden