Ook New York leert de echte Vlaamse friet kennen

In de New-Yorkse buurt East Village heeft een heuse patatboer zijn deuren geopend. Een patatboerin, beter gezegd. Suzanne Levinson vond het de hoogste tijd dat de multi-etnische samenleving kennismaakte met de Vlaamse friet....

Pommes Frites, zoals haar winkel is gedoopt, is een aanwinst voor de stad met circa 28 duizend eettenten waarin meer dan dertig nationale keukens zijn vertegenwoordigd. Daarbij zijn de talloze varianten als Kosher Chinees, Puertoricaans, Cubaans-Kantonees en Texaans nog niet meegerekend.

Patat dus. Levinson kwam als werkneemster van een reisbureau regelmatig in België en Nederland. 'En het eerste wat ik deed na het neerzetten van mijn bagage, was het zoeken naar een friettent.' Bij terugkeer in de Verenigde Staten smachtte ze naar die Europese delicatesse. Het plan om een eigen friettent te beginnen, sudderde al jaren.

Totdat een kennis haar waarschuwde. 'Als jij het niet doet, doet iemand anders het.' En dus toog de New-Yorkse richting Amsterdam, werkte een week in een hoofdstedelijke friettent, schreef een business-plan, vroeg en kreeg een lening van de bank, en opende twee weken geleden Pommes Frites aan 123 Second Avenue.

Nu weet Levinson ook waarom nog niemand eerder een soortgelijk plan ten uitvoer had gebracht. De operationele kosten zijn afschrikwekkend hoog. 'Je moet heel veel friet verkopen om rond te komen.' De eerste dag werd in drie uur tijd 250 kilo friet gratis aan voorbijgangers weggegeven. En nu maar hopen dat die regelmatig terugkomen en de Nederlands-Belgische friet prefereren boven de slappe 'Amerikaanse' french fries.

Levinson schrijft het bijzondere karakter van haar product toe aan 'de zachte smaak van aardappels aan de binnenkant, en de knapperige buitenkant'. Het geheim: twee keer bakken.

Importeren van de speciale bintjes bleek niet mogelijk. Pas na experimenten met wel twintig verschillende aardappelen stuitte Levinson op de juiste pieper. De Yukon Gold uit Canada komt het dichtst in de buurt van de goudgele bint.

En inderdaad, Nederlandse herinneringen doemen op. De eerste portie proeft als een zaterdagmiddag, na een paar uur sjokken door de winkelstraat - en dan rond een uur of vijf een patatje voordat de tram naar huis wordt genomen. De tweede hap smaakt naar de middelbare-schooltijd, wanneer op vrijdag de door moeder gesmeerde boterhammen aan de meeuwen worden gevoerd en de frietzaak om de hoek wordt bezocht.

Vier emmers met elk tien liter Remia-frietsaus grijnzen de klant in Manhattan tegemoet. De satésaus is vanuit Europa onderweg, zegt Levinson. Ze heeft zo'n twintig verschillende sauzen gemaakt ter aanvulling op de originele 'met', waaronder diverse soorten mosterd, Kalamata-olijfmayonaise, zongedroogde tomatensaus en Parmezaanse peperkorrelsaus.

Tot op heden zijn de reacties zonder uitzondering enthousiast, al houdt Levinson nog elke keer haar adem in wanneer zich echte Belgen of Hollanders in de zaak melden. Maar deze werkelijke experts hebben telkens hun goedkeuring verleend.

Ironisch genoeg bevindt Pommes Frites zich twee huizen naast een voormalig Nederlands specialiteitenwinkeltje. Dat heeft wegens gebrek aan klandizie onlangs de deuren moeten sluiten. Het schrikt de nieuwbakken onderneemster niet af. 'Mijn droom is een keten Pommes Frites-zaken, over het hele land verspreid.'

Tim Overdiek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden