InterviewDom Bernardus Peeters

Ook kloosters vragen om overheidssteun: ‘Het religieuze leven zal niet verdwijnen, maar we bevinden ons op een nijpend punt’

Sinds het uitbreken van de coronacrisis leiden kloostergemeenschappen in Nederland pas echt een solitair bestaan. Van wat er binnen gebeurt, komt nog minder naar buiten dan normaal. Intussen stapelen de financiële zorgen zich binnen de kloostermuren op. De Konferentie Nederlandse Religieuzen luidt de noodklok.

Leden tijdens een maaltijd in de Abdij van Berne.  Beeld ANP
Leden tijdens een maaltijd in de Abdij van Berne.Beeld ANP

Dat het aantal kloosterlingen in Nederland al jaren afneemt, zal weinig mensen verbazen. Op 1 januari waren er nog iets meer dan drieduizend, verspreid over een kleine tweehonderd gemeenschappen. Het grootste deel van hen is ver boven de tachtig jaar. Een precaire leeftijd bij dit rondwarende virus: in het coronajaar lag het aantal sterfgevallen in deze kloosters en abdijen met 388 sterfgevallen bijna 40 procent hoger dan verwacht.

Naast het verdriet om de overledenen en het door coronaregels bemoeilijkte afscheid, kampen de religieuzen ook met financiële problemen. Daarom stuurde Dom Bernardus Peeters OCSO, voorzitter van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), vorige week in betrekkelijke stilte een brandbrief aan demissionair minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken.

‘Of er een regeling getroffen kan worden om ook de financiële pijn van de kloosters en abdijen te verlichten’, luidde de vraag. Dom Bernardus, tevens abt van Koningshoeven in Berkel-Enschot, wees Van ‘t Wout op het leed van zijn medebroeders en -zusters. Geheel in de broederliefde-gedachte bood hij zelfs aan het ministerie te helpen met de ‘administratieve lasten’.

In tegenstelling tot sommige beroepsgroepen gaf u weinig ruchtbaarheid aan uw verzoek aan de minister. Was dat een bewuste keuze?

Dom Bernardus: ‘Wij treden niet graag op de voorgrond. Bij ons zeggen ze al vlug: anderen hebben het nog slechter dan wij. Waarom zouden wij dan aan de bel trekken? Maar hoe langer de coronacrisis duurt, hoe moeilijker het voor kloosters en abdijen wordt.

‘Met iets meer dan drieduizend leden zijn onze religieuze instituten natuurlijk niet zo’n grote speler in het maatschappelijk veld. Toch vonden we het goed dat ook ons signaal gehoord wordt. Bovendien: de overheid is er ook voor ons.’

Hoe heeft het coronavirus het kloosterleven het afgelopen jaar beïnvloed?

‘Voor ons was het - zoals voor alle Nederlanders - een moeilijk, onrustig jaar. Aan de ene kant kenden we heel wat zorgen, aan de andere kant haalden de uitdagingen ook juist goede dingen bij mensen naar boven.

‘De elementaire coronaregels verstoorden het kloosterleven flink. De afstandsregels en de regels omtrent bijeenkomsten golden hier ook allemaal. Zeker in de eerste golf veroorzaakte dat bij velen gevoelens van eenzaamheid. Iedereen moest op zijn kamer blijven.

‘Nu mogen gemeenschappen wel bijeenkomen voor gebedsdiensten, maar er mag bijvoorbeeld niet gezongen worden. Buitenstaanders toelaten kan nog altijd niet. Dat is een te groot risico.’

Daarmee droogden de inkomsten van de kloosters en abdijen op?

‘Dat verschilt van gemeenschap tot gemeenschap. Bij een gemeenschap die leeft van een gastenhuis met conferentiecentrum liggen de activiteiten gewoon helemaal stil. Bedenk ook: gasten ontvangen is niet alleen een bron van inkomsten, het is een wezenlijk onderdeel van ons leven. We zijn altijd plekken van gastvrijheid geweest.

‘We zijn geen hotel. Als gasten alleen op hun kamer mogen eten, gaat dat tegen onze principes van gastvrijheid in. Veel kloosters hebben het nog korte tijd geprobeerd, maar op dit moment zijn alle gasthuizen dicht.

‘Ook bij een gemeenschap met een drukkerij of een uitgeverij stapelen de problemen zich op, omdat ze hun boeken enkel en alleen via internet kunnen verkopen. Dat is een gigantische strop. Bij gemeenschappen met een winkel mag er vanaf vandaag weer iets meer, maar het is allemaal heel beperkt.

‘De coronacrisis raakt ons vooral omdat religieuzen onder de 65 jaar geen enkele bron van inkomsten hebben. Zij hebben geen salaris en geen AOW-uitkering. Zij kiezen er natuurlijk zelf voor om in hun eigen onderhoud te voorzien, maar nu levert dat problemen op.’

Stel dat de overheid niet met een speciale regeling over de brug komt. Hoe moet het dan verder?

‘Dan zie ik voor een aantal kloostergemeenschappen de inkomsten totaal opdrogen. Ze zullen dan keuzes moeten maken. Gemeenschappen die leven van het geld dat hun gasthuizen en conferentiezalen binnenbrengen, zullen omvallen.

‘Er hebben nog geen broeders of zusters uit hoeven treden vanwege de financiële situatie. Zo ver zijn we gelukkig nog niet. Dat komt met name door de sterke socialiteit tussen verschillende religieuze instituten.

‘Vergeet niet dat de meeste kloosters monumentale, grote complexen zijn. Het onderhoud daarvan brengt grote kosten met zich mee, die wij dan niet meer kunnen opbrengen. Het religieuze leven zal zeker niet verdwijnen, maar we bevinden ons wel op een nijpend punt. Voor sommige gemeenschappen is het echt vijf voor twaalf.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden